Twee maten, twee gewichten in plannen die onrust zaaien.
Wanneer politici niet uitgelegd krijgen wat ook niet uit te leggen valt, wordt steevast geroepen dat ‘polarisatie’ de zaak bevuilt. Tijdens een college aan de KU Leuven was dat niet anders. Voormalig minister-president van Vlaanderen, Federaal minister van Pensioenen, sterke Jan, alias Jan Jambon (N-VA) heeft zich maandagavond uitgesproken over de – daar gaan we – toenemende polarisatie in het debat rond de pensioenhervormingen. Volgens de minister is er wel degelijk ruimte voor bezorgdheid, maar ontbreekt het in toenemende mate aan redelijkheid en feitelijke juistheid in de reacties van sommige betrokken partijen. “De redelijkheid en correctheid zijn soms ver te zoeken,” aldus Jambon. We zijn benieuwd, Jan.
De uitspraken kwamen er tijdens een actualiteitscollege aan de Leergang Pensioenrecht van de universiteit in Leuven, waar Jambon gedurende ruim anderhalf uur de contouren van het federale pensioenbeleid toelichtte. Daarbij ging hij uitgebreid in op de hervormingsplannen die momenteel in voorbereiding zijn, en de manier waarop die de komende jaren moeten bijdragen aan de houdbaarheid van het Belgische pensioenstelsel.
“Reacties zijn voorbarig”
Volgens Jambon is de onrust die zich momenteel verspreidt in delen van het maatschappelijk middenveld en bij specifieke beroepsgroepen niet in verhouding tot de fase waarin het beleid zich bevindt. “We zijn de wetten nog aan het schrijven,” verduidelijkte hij. “Tot op heden liggen enkel het regeerakkoord, de beleidsverklaring en het zogenaamde paasakkoord op tafel. Die documenten vormen een richtinggevend kader, maar zijn nog geen wetgeving. Toch hebben ze al tot een stroom van reacties geleid.”
De minister wijst erop dat het overleg met de sociale partners nog volop bezig is en benadrukt dat er voldoende tijd genomen wordt om tot gedragen oplossingen te komen. “We willen met alle betrokken groepen spreken. De dialoog is nog lang niet afgerond.” Vrij vertaald: zwijg, moei je niet en reageer pas als straks alles al beslist is en vastligt?
De rek is eruit, het vet ook
Tegelijk maakte Jambon duidelijk dat er financiële grenzen zijn waarbinnen de hervorming zich moet bewegen. Indien het beleid ongewijzigd blijft, zal het Belgische begrotingstekort tegen 2029 oplopen tot 6,5 procent van het bruto binnenlands product, goed voor een structureel tekort van naar schatting 46 miljard euro. Om dat scenario te vermijden, mikt de regering op een besparing van 2,3 miljard euro op de pensioenuitgaven tegen het einde van de legislatuur.
Die inspanning is volgens Jambon slechts een deel van wat nodig zal zijn. Ook na 2029 zal de federale regering keuzes moeten maken die leiden tot verdere budgettaire discipline. “De volgende legislatuur zal onvermijdelijk ook in het teken staan van hervormingen en besparingen,” klonk het. Nu ja, behalve voor defensie dan?
Werken loont – als je lang genoeg overleeft
De inhoudelijke hervorming van het pensioenbeleid stoelt volgens Jambon op twee fundamenten. Ten eerste wil de regering de band versterken tussen effectief gewerkte jaren en het uiteindelijke pensioenbedrag. “Wie gewerkt heeft, moet dat ook in zijn pensioen voelen,” aldus de minister. Ten tweede wil men komaf maken met de historische verschillen tussen de pensioenstelsels van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Die harmonisering moet op termijn zorgen voor meer transparantie en gelijkheid binnen het systeem.
In de praktijk betekent dit onder meer een bijstelling van het bonus-malussysteem, waarbij mensen die langer werken een duidelijke stimulans krijgen, en een strengere definitie van wat telt als een volwaardig loopbaanjaar. Daarnaast wordt ook kritisch gekeken naar de zogenaamde gelijkgestelde periodes — bijvoorbeeld ziekte of werkloosheid — en hun aandeel in het pensioenrecht.
Politieke penopauze
Volgens de huidige planning wil minister Jambon de hervorming nog dit jaar door het parlement laten stemmen. De eerste maatregelen zouden dan op 1 januari 2026 in werking treden. Andere onderdelen van de wetgeving zouden pas later van kracht worden, afhankelijk van de uitvoeringsbesluiten.
Hoewel de minister vasthoudt aan het overlegmodel, benadrukt hij dat uitstel geen optie is. De houdbaarheid van het pensioenstelsel en de bredere federale begroting laten volgens hem geen ruimte voor inertie. Toch blijft de politieke vraag open of de meerderheid de hervorming er nog deze legislatuur door krijgt, nu de electorale kalender dichterbij komt en de druk van vakbonden en belangengroepen toeneemt.
Wat voor Jambon in elk geval vaststaat: het debat moet terug naar de feiten. “Bezorgdheid is legitiem, maar het moet gebaseerd zijn op wat er werkelijk voorligt,” besluit hij. Oftwel, reageren mag, maar niet teveel en nu nog niet.
(Foto: Joel Hoylaerts/Photo News)