De renovatiekosten van het Kanal-museum in Brussel zijn opgelopen tot 200 miljoen euro. Dit roept vragen op over de haalbaarheid van de jaarlijkse 35 miljoen euro aan subsidies om het museum draaiende te houden.
De kosten voor de renovatie van het Kanal-museum in Brussel zijn fors gestegen. Waar oorspronkelijk 150 miljoen euro voorzien was, wordt nu een bedrag van 200 miljoen euro genoemd. Het financieel plan roept dan ook veel vragen op, gezien hierdoor extra druk komt te liggen op de budgetten van het Brusselse Gewest, dat al moet bezuinigen.
Naast de hoge renovatiekosten wordt er ook gesproken over een jaarlijkse subsidie van 35 miljoen euro om het museum operationeel te houden. Critici noemen deze bedragen buitensporig, vooral in vergelijking met andere culturele instellingen zoals het WIELS en het KMSKA in Antwerpen, die respectievelijk 2,3 miljoen en 9,5 miljoen euro per jaar budget hebben.
De controverse rond de haalbaarheid van het project is toegenomen na een negatief rapport van de Inspectie van Financiën. Een externe audit door Ernst & Young en Arter stelde echter dat het managementplan van Kanal solide is, en de gevraagde subsidies realistisch.
Yves Goldstein, directeur van Kanal, verdedigt de subsidieaanvraag door te wijzen op de inbegrepen operationele kosten voor het gebouw. De vraag blijft echter hoe de Brusselse regering de financiële druk van dit megaproject zal beheren, terwijl men reeds op zoek is naar bezuinigingen elders.