Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Langdurig ziek onder het vergrootglas: wat verandert er vanaf 1 januari?

Redactie - 30-12-2025

"Gij zult werken, ok als gij dat niet meer kunt."

Met naar schatting 585.000 langdurig zieken staat België voor een structureel probleem dat zowel sociaal als budgettair zwaar doorweegt. De regering-De Wever maakt van de aanpak van langdurige arbeidsongeschiktheid een speerpunt van haar beleid en voert vanaf 1 januari een reeks maatregelen in die het systeem grondig moeten hertekenen. De inzet is duidelijk: minder mensen langdurig aan de kant, meer activering waar dat kan en een scherpere verantwoordelijkheid voor alle betrokken spelers.

Een groep die blijft groeien

Langdurig ziek betekent in beleidsjargon: langer dan twaalf maanden arbeidsongeschikt. Die groep is de voorbije jaren sterk aangegroeid. Eind 2023 telde België nog 526.000 langdurig zieken. Intussen gaat de regering uit van 585.000 dossiers, een stijging met bijna 60.000 in amper twee jaar tijd. Een belangrijke verklaring is de verhoging van de pensioenleeftijd: mensen die vroeger rechtstreeks de overstap maakten naar pensioen, blijven nu langer in het stelsel van arbeidsongeschiktheid.

Zonder ingrijpen dreigt het aantal langdurig zieken tegen 2030 op te lopen tot meer dan 680.000. Met de nieuwe maatregelen wil de regering die trend afremmen en het cijfer tegen het einde van het decennium terugbrengen tot ongeveer het huidige niveau. Dat zou een besparing van bijna 2 miljard euro opleveren.

Activeren waar mogelijk, beschermen waar nodig

Het beleid vertrekt vanuit het principe dat ziekte en werk geen absolute tegenpolen zijn. Voor mensen met zware of levensbedreigende aandoeningen blijft bescherming primeren, maar voor alle andere langdurig zieken wordt activering het uitgangspunt. De overheid wil sneller en systematischer nagaan wat iemand nog wél kan, eventueel in een aangepaste of deeltijdse vorm.

Ook wie vandaag al deeltijds opnieuw aan het werk is en voor het resterende deel een uitkering ontvangt, blijft onder de noemer ‘langdurig ziek’ vallen en komt dus in beeld van het nieuwe beleid.

Strakkere opvolging van werknemers

Voor werknemers die ziek uitvallen, wordt de opvolging intensiever en formeler. Vanaf 1 januari wordt de geldigheidsduur van ziekteattesten in het eerste ziektejaar beperkt tot maximaal drie maanden. In een latere fase wordt ook de duur van het allereerste attest ingekort tot hoogstens drie weken.

Daarnaast wordt het contact met de werkgever versneld. Bedrijven moeten sneller polsen naar de situatie van de werknemer en samen bekijken of en hoe een terugkeer mogelijk is. Als dat niet binnen het eigen bedrijf kan, moet ook externe tewerkstelling worden onderzocht.

Voor wie langer dan een jaar arbeidsongeschikt is, komt er bovendien een jaarlijks verplicht doktersbezoek. De behandelende arts moet dan niet alleen de arbeidsongeschiktheid bevestigen, maar ook actief meedenken over eventuele werkmogelijkheden.

Meer verantwoordelijkheid voor werkgevers

Ook werkgevers worden nadrukkelijker in het systeem betrokken. Al na één maand ziekte moet de arbeidsarts contact opnemen met de werknemer. Wie arbeidsgeschikt wordt geacht, moet binnen de zes maanden in een re-integratietraject stappen, met opties zoals aangepast werk of een deeltijdse functie.

Financieel verandert er eveneens veel. Tot nu toe draaiden werkgevers enkel op voor het gewaarborgd loon in de eerste maand ziekte. Vanaf 1 januari betalen ze ook 30 procent van de uitkering in de tweede en derde maand. Vanaf 2027 wordt die bijdrage uitgebreid tot de vierde en vijfde maand. De boodschap is duidelijk: wie werknemers sneller aan boord houdt, wordt beloond; wie ze laat wegdrijven in langdurige ziekte, voelt dat ook financieel.

Tegelijk wordt de werkhervattingspremie opgetrokken. Bedrijven die erin slagen iemand duurzaam te laten terugkeren, krijgen daar een hogere vergoeding voor.

Strenger toezicht en snellere sancties

Naast activering zet de regering ook in op controle. Wie zijn verplichtingen niet naleeft, riskeert sneller een verlies van uitkering. Dat geldt bijvoorbeeld bij herhaaldelijk niet opdagen bij het ziekenfonds of het niet tijdig vernieuwen van het attest van arbeidsongeschiktheid.

Ziekenfondsen krijgen bovendien de opdracht om gerichter te controleren op onterechte of buitensporig lang lopende uitkeringen. Vooral dossiers waarin mensen arbeidsongeschikt verklaard zijn tot aan hun pensioenleeftijd zullen extra onder de loep worden genomen. Eerdere steekproeven toonden aan dat die erkenningen niet altijd correct zijn.

Een systeem onder druk

De hervorming markeert een duidelijke koerswijziging: langdurige ziekte wordt niet langer uitsluitend gezien als een eindpunt, maar als een fase waarin activering mogelijk en zelfs verwacht wordt. Voor werknemers betekent dat meer opvolging en minder vrijblijvendheid. Voor werkgevers meer verantwoordelijkheid en financiële prikkels. En voor de overheid een poging om een ontsporend systeem opnieuw beheersbaar te maken.

Of de maatregelen effectief leiden tot minder langdurig zieken, zal de toekomst ons leren. Eén ding is alvast zeker: vanaf 1 januari verandert de spelregel fundamenteel voor iedereen die met langdurige arbeidsongeschiktheid te maken krijgt.

(Foto: Philip Reynaers/Photo News)

Nieuws nationaal Langdurig zieken

Reacties

Resterende karakters 500
Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken