Een couturejurk kan miljoenen waard zijn op de catwalk en tientallen jaren later nauwelijks nog overeind blijven. In Parijs laat ‘Look! 40 ans de mode au musée’ zien wat er achter de glamour schuilgaat: schetsen, prototypes, kwetsbare stoffen en restauratoren die met chirurgische precisie proberen te redden wat de tijd aantast. Modegeschiedenis draait tenslotte niet alleen om wat ooit gedragen werd, maar ook om wat we de moeite waard vinden om te bewaren.
Mode leeft van het nieuwe. Elk seizoen verschijnen andere silhouetten, stoffen en trends, waarna de vorige collectie alweer plaatsmaakt voor de volgende. In de modewereld is vergankelijkheid haast ingebakken: kleding moet verleiden, verkopen en liefst zo snel mogelijk weer worden vervangen. Een museum werkt volgens een heel andere logica. Daar moet een kledingstuk niet alleen indruk maken, het moet ook de tand des tijds doorstaan.
Het Musée des Arts décoratifs in Parijs brengt die twee werelden samen in ‘Look! 40 ans de mode au musée’, een tentoonstelling die veertig jaar modegeschiedenis in het museum belicht. De aanleiding is de veertigste verjaardag van het Musée des Arts de la Mode, dat in 1986 binnen de instelling werd opgericht. De tentoonstelling loopt van 30 september 2026 tot 4 april 2027 en toont veertig iconische silhouetten uit eerdere tentoonstellingen. Tegelijk laat ze zien hoeveel werk nodig is om kleding te verzamelen, documenteren, presenteren en bewaren.
Van eerste schets tot museumstuk
Een kledingstuk begint niet op de catwalk. Daar gaan ideeën, tekeningen, stofstalen, patronen en prototypes aan vooraf. De tentoonstelling neemt bezoekers mee naar dat minder zichtbare deel van de modewereld, waar ontwerpers zoeken naar de juiste snit, het juiste materiaal en de juiste afwerking. Onder de getoonde stukken bevinden zich onder meer een inspiratiebord van Maria Grazia Chiuri voor Dior, tekeningen van Jacques Fath, een houten miniatuurpop van Madeleine Vionnet en een prototype van John Galliano.
Die objecten tonen het denkwerk, het experiment en het vakmanschap achter een ontwerp. Een jurk lijkt misschien een afgewerkt product, maar is in werkelijkheid het resultaat van een hele reeks beslissingen en technische ingrepen die in het eindbeeld onzichtbaar blijven.
In de grote museumzaal – je zou alleen al voor die zaal naar de expo gaan – staan veertig silhouetten uit veertig eerdere tentoonstellingen. Ze lopen uiteen van een Franse robe uit 1760 tot een opvallend ontwerp van Comme des Garçons uit 2005. Ook creaties van onder anderen Valentino, Balenciaga, Christian Dior en Schiaparelli tonen hoe breed het begrip modegeschiedenis kan zijn.
De tijd is de grootste vijand
Het meest onthullende deel van de tentoonstelling bevindt zich achter de schermen. Kleding bewaren klinkt eenvoudiger dan het is. Textiel is kwetsbaar, kleuren kunnen veranderen, materialen worden broos en sommige constructies verdragen na verloop van tijd zelfs hun eigen gewicht nauwelijks. Licht, stof, temperatuur en luchtvochtigheid kunnen een kledingstuk langzaam aantasten.
Een opvallend voorbeeld is een jurk van Madeleine Vionnet uit 1938. Het kledingstuk ligt achter glas omdat de stof te ver is aangetast om de oorspronkelijke vorm nog te dragen. Het gewicht van de versieringen heeft het fijne tuleweefsel beschadigd, waardoor de jurk niet meer rechtop kan worden gezet.
Ook twee zonnekleppen van Courrèges uit 1972 tonen hoe grillig veroudering kan zijn. Het gebruikte vinyl laat zich niet eenvoudig herstellen. Dan ontstaat een lastige vraag: hoe behoud je een object waarvan het materiaal onherstelbaar achteruitgaat?
De restauratoren beschikken daarvoor over een verrassend arsenaal aan hulpmiddelen. In de tentoonstelling zijn zelfs instrumenten te zien die afkomstig zijn uit de chirurgie, entomologie, tandheelkunde en visserij. Wie dacht dat modeconservatie vooral bestond uit een jurk voorzichtig in een kast hangen, komt dus bedrogen uit.
Waarom bewaren we een geel hesje?
Een van de opvallendste stukken is geen couturejurk, maar het gele hesje van Ghislain Coutard, de Fransman die in 2018 het kledingstuk als symbool van protest op de kaart zette. Het museum verwierf het in 2022.
En precies dat hesje maakt misschien wel het interessantste punt van de hele tentoonstelling. Modegeschiedenis wordt niet uitsluitend geschreven door Dior, Balenciaga of Schiaparelli. Een goedkoop werkhesje kan eveneens een cultureel en politiek symbool worden.
Kleding vertelt tenslotte niet alleen iets over smaak of status, maar ook over sociale verhoudingen, identiteit en verzet. Een jurk van een beroemde ontwerper kan de geschiedenis ingaan door haar vorm of techniek; een geel hesje krijgt betekenis door de maatschappelijke beweging waarmee het verbonden raakt.
Zo wordt een modecollectie meer dan een verzameling mooie kleren. Ze vertelt ook welke voorwerpen en verhalen wij belangrijk genoeg vinden om aan de volgende generatie door te geven.
‘Look! 40 ans de mode au musée’ loopt nog tot 4 april 2027 in het Musée des Arts décoratifs in Parijs.
(Foto: Instagram)