I-police: parket van Brussel opent onderzoek naar verduistering en belangenvermenging.
Het moest hét digitale zenuwcentrum van de Belgische politie worden. Een blauwe droom. Eén platform waarin alle politionele informatie samenkomt, efficiënter werken mogelijk maakt en miljoenen aan besparingen oplevert. Helaas, pindakaas: de realiteit van i-Police is een pak minder futuristisch. Na jaren voorbereiding, facturatie – vooral dat – en beloftes trok minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) eind vorig jaar de stekker uit het project. Officieel bleef de schade beperkt tot 75,8 miljoen euro. Maar nu blijkt dat de factuur een veelvoud hoger is.
Ver, heel ver boven de officiële cijfers
De 75,8 miljoen euro die aan IT-bedrijf Sopra Steria werd betaald tussen 2021 en 2025, blijkt slechts het topje van de ijsberg. De voorbereiding van i-Police begon al in 2016. Jarenlang onderhandelde de politie met mogelijke privépartners, bijgestaan door een leger externe consultants. Volgens politiebronnen liep die voorbereidende fase alleen al op tot een kost van 100 tot 200 miljoen euro.
Maar daar stopt het jammer genoeg niet. Omdat i-Police faalde, moest de oude Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) in leven worden gehouden. Dat kost sinds 2025 jaarlijks zo’n 13 miljoen euro, zonder zicht op een snelle vervanging. Bovendien was de infrastructuur zo verouderd dat een nieuw mainframe moest worden aangekocht, goed voor opnieuw tientallen miljoenen euro’s.
Besparingen die nooit kwamen
In de oorspronkelijke budgettering ging de overheid ervan uit dat i-Police een forse efficiëntiewinst zou opleveren. Minder administratief personeel, snellere dossiers, minder dubbel werk. Alleen al aan personeelsbesparingen werd gerekend op 12,1 miljoen euro in 2025 en 30 miljoen euro tegen 2028. Al die veronderstelde winsten verdampten samen met het project.
Daarbovenop hangt nog een juridisch zwaard boven het dossier. De politie bestelde voor bijna 64 miljoen euro extra diensten en softwarelicenties bij Sopra Steria, maar betaalde die niet. Of dat bedrag alsnog moet worden vereffend, zal afhangen van juridische procedures.
Wanbeheer en mistige besluitvorming
Wat steeds weer terugkeert in getuigenissen van betrokkenen, is het gebrek aan transparantie en controle. Niemand lijkt vandaag exact te weten hoeveel i-Police alles samen heeft gekost. Een lid van de stuurgroep vatte het scherp samen: “De totale schade zal in de honderden miljoenen lopen.”
Het project telde een bestek van meer dan 2.000 pagina’s, maar miste tegelijk duidelijke doelstellingen, strakke opvolging en heldere verantwoordelijkheden. Een klassiek IT-debacle, maar dan op nationale schaal.
Parket onderzoekt mogelijke misdrijven
De politieke en administratieve ontsporing krijgt nu ook een gerechtelijk vervolg. Het parket van Brussel is een onderzoek gestart naar mogelijke verduistering van overheidsmiddelen en belangenvermenging. Procureur Julien Moinil bevestigde dat het gerecht wil nagaan of er meer speelde dan louter onbekwaam management.
Sopra Steria zegt zijn volledige medewerking te zullen verlenen. Intussen kondigde de Kamercommissie Binnenlandse Zaken hoorzittingen aan. Daarbij komt vooral Annelies Verlinden (CD&V), die tussen 2020 en 2025 bevoegd was voor de politie en de aanbesteding mee beheerde, in het vizier.
Politieke verantwoordelijkheid blijft vaag
Minister Quintin blijft verwijzen naar het bedrag van 75,8 miljoen euro dat effectief werd uitbetaald en naar de toelichting die hij eerder in het parlement gaf. Maar die uitleg volstaat steeds minder nu duidelijk wordt dat de maatschappelijke kost van i-Police veel verder reikt dan één contract of één leverancier.
Meer dan een IT-fiasco
I-Police is intussen meer dan een mislukt digitaliseringsproject. Het is een symptoomdossier geworden: van structureel overheidsfalen, van afhankelijkheid van consultants, van gebrekkige controle op megaprojecten en van politieke verantwoordelijkheid die pas opduikt wanneer de schade niet langer te verbergen valt.
De vraag is niet langer hoe dit project kon mislukken, maar waarom het zo lang mocht blijven doorlopen. En vooral: wie daarvoor uiteindelijk de rekening betaalt. Zoals zo vaak lijkt het antwoord pijnlijk eenvoudig. De belastingbetaler.
(Foto: Pixabay/Montage P-magazine)