Trump wil dat Europa meer betaalt voor zijn eigen veiligheid, maar blijkbaar ook dat Europa netjes knikt bij elke Amerikaanse beslissing.
Er zijn weinig dingen zo irritant als iemand die je vertelt dat je eindelijk voor jezelf moet leren zorgen, om vervolgens meteen te eisen dat je doet wat hij zegt.
Welkom bij de nieuwe Amerikaanse NAVO-politiek.
Washington wil dat Europa veel meer geld uitgeeft aan defensie. Prima. Daar valt na de oorlog in Oekraïne en de toenemende dreiging vanuit Rusland misschien iets voor te zeggen. Misschien. Maar de Amerikanen willen blijkbaar meer dan Europese bondgenoten die hun eigen broek ophouden.
Ze willen ook weten of we ondertussen wel braaf genoeg achter Donald Trump aanlopen.
Daarom ligt er in verschillende Europese hoofdsteden een Amerikaanse vragenlijst van drie pagina's op tafel. België heeft er eveneens eentje gekregen.
Niet alleen wordt gevraagd hoeveel we aan defensie uitgeven en wanneer we de afgesproken 5 procent van het bbp zullen halen. Washington wil ook weten welke militaire aankopen we in de Verenigde Staten doen en, jawel, of we ons publiekelijk hebben uitgesproken vóór het Amerikaanse buitenlandse beleid.
Dat begint toch verdacht veel op een rapport voor de schoolmeester te lijken.
Eerst betalen, dan applaudisseren
Het is de combinatie die wringt.
Europa moet meer betalen.
Europa moet meer wapens kopen.
Europa moet zichzelf beter verdedigen.
Europa moet minder afhankelijk worden van Amerika.
Maar tegelijk moet Europa vooral niet te luid protesteren wanneer Washington zelf beslissingen neemt die haaks staan op Europese belangen.
Wie zich afvraagt waar precies de grens ligt tussen een bondgenootschap en een klantenrelatie, krijgt met deze vragenlijst alvast een interessant praktijkvoorbeeld.
Wat heeft het bedrag dat België aan defensie uitgeeft te maken met de vraag of de Belgische regering publiekelijk steun heeft uitgesproken voor de Amerikaanse buitenlandpolitiek?
Dat zijn twee verschillende zaken.
Je kunt voor een sterke NAVO zijn en tegelijk vraagtekens plaatsen bij het beleid van de Amerikaanse president.
Je kunt vinden dat Europa veel meer voor zijn eigen veiligheid moet doen en tegelijk weigeren om bij iedere Amerikaanse zet enthousiast te applaudisseren.
Dat heet normaal gesproken een eigen mening.
Hegseth komt nog even met het vingertje
En dan is er Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Oorlog, die de vragenlijst vergezelt van een brief. De toon laat zich raden. Washington wil weten of Europese landen op schema zitten voor de 5 procentnorm. Het wil weten wanneer ze hun beloften zullen nakomen. En het wil weten of ze militair voldoende bijdragen.
Hij wil weten of je de Amerikaanse buitenlandpolitiek publiekelijk hebt gesteund?
Heb je je verzet tegen regels die de trans-Atlantische handel zouden kunnen schaden?
Heeft de regering zich dit schooljaar wel voorbeeldig gedragen?
Ja / Nee.
Amerika vraagt Europa om zelfstandigheid
Het meest cynische aan de hele zaak is misschien wel de tegenstelling.
Trump zegt dat Europa eindelijk op eigen benen moet staan. Dat klinkt op zichzelf niet eens zo gek. Europa is rijk genoeg om veel meer verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen veiligheid. Het is zelfs hoog tijd dat de Europese landen daar werk van maken.
Maar wie zelfstandigheid eist, moet die zelfstandigheid vervolgens ook accepteren. Je kunt niet tegelijk zeggen dat Europa volwassen genoeg moet worden om zijn eigen defensie te organiseren én verwachten dat Europese regeringen politieke goedkeuring vragen aan Washington.
Je kunt niet eisen dat Europa minder afhankelijk wordt van Amerika en vervolgens controleren of Europa wel voldoende Amerikaanse wapens koopt.
En je kunt al helemaal niet verwachten dat Europese regeringen publiekelijk steun betuigen aan iedere Amerikaanse buitenlandse avonturenzucht omdat er toevallig Amerikaanse militairen in Europa staan.
Groenland, Iran en de rest
Dat laatste wordt helemaal interessant wanneer je kijkt naar de Amerikaanse agenda.
Trump heeft zich bemoeid met de Europese politiek, een handelsoorlog ontketend, gedreigd met een Amerikaanse overname van Groenland en een oorlog met Iran gevoerd.
Moet België zich daar vervolgens publiekelijk achter scharen om te bewijzen dat het een loyale NAVO-bondgenoot is?
Dat is een merkwaardige definitie van loyaliteit.
Een bondgenoot is geen vazal.
Een bondgenoot mag zeggen dat hij het oneens is.
Een bondgenoot mag zelfs zeggen dat de leider van het bondgenootschap een verkeerde afslag heeft genomen.
Dat zou geen bedreiging voor de NAVO moeten zijn. Integendeel. Een volwassen bondgenootschap moet tegen kritiek kunnen.
En wat krijgen we ervoor terug?
Europa moet miljarden extra uitgeven aan defensie. Een aanzienlijk deel daarvan dreigt opnieuw richting Amerikaanse defensie-industrie te vloeien.
Washington vraagt vervolgens dat Europese landen meer Amerikaanse wapens kopen én zich niet te veel verzetten tegen Amerikaanse handelsbelangen.
En ondertussen wordt ons verteld dat dit allemaal noodzakelijk is voor onze veiligheid.
Natuurlijk moet Europa investeren in defensie.
Maar er is een verschil tussen investeren in Europese veiligheid en automatisch investeren in Amerikaanse bedrijven.
Als Europese belastingbetalers tientallen miljarden extra moeten ophoesten, lijkt het niet onredelijk om ook te vragen waar dat geld terechtkomt, welke Europese industrie daarvan profiteert en hoeveel strategische autonomie Europa daarmee werkelijk opbouwt.
Zo niet wordt "Europese defensie" wel een bijzonder handige term voor een Amerikaanse verkoopstrategie.
België zit met de broek op de enkels
Ons land besteedt volgens de recentste berekeningen 3,44 procent van het bbp aan defensie en weerbaarheid. De klassieke defensie-uitgaven bedragen ongeveer 2,01 procent.
We voldoen dusol niet volledig aan de militaire doelstellingen van de NAVO.
Zo wordt onder meer gerekend op 55 gevechtsvliegtuigen en drie fregatten. België mikt voorlopig op 45 F-35's en de nieuwe fregatten kampen met vertraging.
Washington vindt daarom dat het het recht heeft om met het vingertje te zwaaien.
Maar misschien moeten we dat vingertje niet automatisch accepteren.
De discussie over Europese defensie moet gaan over wat Europa nodig heeft om zichzelf te beschermen. Niet over de vraag of Europese regeringen voldoende complimentjes uitdelen aan de Amerikaanse president. Toch?
Hoe lang blijven we dit normaal vinden?
Als Washington werkelijk wil dat Europa volwassen wordt, laat het Europa dan ook volwassen zijn.
Laat ons meer betalen voor onze defensie als dat nodig is.
Laat ons onze legers versterken.
Laat ons onze industrie uitbouwen.
Laat ons verantwoordelijkheid nemen.
Maar laat ons ondertussen ook het recht behouden om nee te zeggen tegen Trump.
Zonder strafrapport.
Zonder schoolmeesterlijk vingertje.
En zonder dat Pete Hegseth ergens achteraf komt controleren of we onze les wel geleerd hebben.
En misschien wordt het tijd dat niet alleen België, maar heel Europa zich afvraagt hoe lang we dat nog normaal vinden.
(Foto: Shutterstock)