Wat valt er eigenlijk nog af te schrikken als je je eigen bevolking al platbombardeert met besparingen?
België koopt nog eens 11 peperdure Amerikaanse straaljagers die pas na 2033 geleverd worden. Minister Theo Francken (N-VA) zwaait met het zwaard van de afschrikking, maar ondertussen ligt het sociaal weefsel in de touwen.
Je moet het maar durven: een land waarin pensioenen worden uitgekleed, werklozen worden gedegradeerd tot lastige boekhoudkundige variabelen, en de sociale bescherming systematisch wordt uitgehold, datzelfde land ziet wel nog ruimte om miljarden te investeren in straaljagers. Geen goedkope drones, geen tweedehands spul, maar nieuwe Amerikaanse F-35A’s – elf stuks, bovenop de 34 die al eerder besteld werden door – ook een N-VA’er – de toenmalige minister van Defensie Steven Vandeput. De ironie? Die toestellen zullen pas na 2033 geleverd worden. En toch spreken Francken en de NAVO vandaag al in koortsachtig oorlogsjargon over "afschrikking", "nucleaire paraplu’s" en "verhoogde luchtcapaciteit". Wie probeert men hier eigenlijk af te schrikken? De Russen? Of de eigen bevolking, die steeds meer het gevoel krijgt dat ze niet langer meetelt?
Oorlog met vertraging
Laat ons de absurditeit even in perspectief plaatsen. In de communicatie van Defensie klinkt het alsof het Kremlin op het punt staat een fatale weekendtrip naar Brussel te boeken. We moeten nú investeren, roept men in koor, voor het te laat is. België moet de NAVO-normen halen, anders komt de beer uit het oosten.
Maar... de eerste extra F-35’s? Pas na 2033 inzetbaar. Wat dus inhoudt dat we vandaag ons sociaal vangnet aan flarden snijden om over tien jaar misschien een vliegtuig dat in staat is om af te schrikken? In afschrikkingstermen is dat het equivalent van een waakhond kopen die als pup geboren wordt na je inbraak.
Als Poetin echt de duivel is die Francken & co ervan maakt, denk je dan écht dat hij beleefd wacht tot België zijn bestelde speelgoed in ontvangst genomen heeft? Of zijn we hier bezig met oorlogsretoriek als afleidingsmanoeuvre – oorlog als politieke rookbom om de sloop van onze sociale zekerheid in te dekken?
De kern van het probleem? De kernbom.
Officieel draait het allemaal om de fameuze "nucleaire paraplu". België herbergt Amerikaanse kernwapens op Kleine Brogel, en onze luchtmacht moet in staat zijn die, indien nodig, af te leveren boven vijandelijk gebied. Daarvoor zijn de F-16’s nu geschikt, en dat zullen de F-35’s ook zijn.
Maar hoe geloofwaardig is dat hele verhaal nog? De dreiging is vaag, de vijand is hypothetisch, de inzet is onduidelijk. Wat wél glashelder is: we leveren sociale bescherming in, zodat we kunnen investeren in oorlogstuig dat ontworpen werd om een kernoorlog te voeren die niemand wil en niemand kan winnen.
Een pensioen is reëel. Een OCMW-steun is tastbaar. Een ziekenhuisbed is essentieel. Een F-35 met een kernbom is pure symboliek.
Een papieren Europa als gevechtsmachine?
Francken hamert op de noodzaak van “defensieve verantwoordelijkheid binnen Europa.” Alleen: er ís geen Europees leger. Er is zelfs geen democratische consensus over buitenlandse actie. Europa als militaire speler is een politieke fictie – een toneelstuk waarin elk land zijn eigen script leest, maar waarin niemand regisseert.
Wie houden we dan eigenlijk voor de gek met onze “strategische slagkracht”? Rusland lacht zich een breuk met onze versnipperde Europese defensie. En de VS zien in onze bestellingen gewoon een dankbare klant die blindelings het ordersysteem van Lockheed Martin volgt.
België maakt zich dus schulden om een militaire vuist te bouwen in een continent dat geopolitiek nog altijd een handpop is van Washington. Of denkt iemand werkelijk dat een Europees antwoord op agressie mogelijk is zolang Hongarije, Polen, Frankrijk en Duitsland elk hun eigen militaire agenda’s blijven voeren?
Wat kost een oorlog als je geen huis meer hebt?
Terwijl de militaire budgetten groeien als kankerweefsel, kreunen de steden onder de druk van OCMW-dossiers, daklozenopvang, wooncrises en mentale gezondheidszorg in overdrive.
De regering zegt doodleuk dat “21 extra F-35’s niet haalbaar zijn”, maar diezelfde regering bezuinigt wél op werkloosheidsuitkeringen, ontzegt ambtenaren hun pensioenopwaardering, en jaagt chronisch zieken richting armoede.
Het is een moreel dieptepunt als je moet kiezen tussen een beademingstoestel voor een zieke en een straaljager voor een oorlog die nog niet eens bestaat. Maar exact daar staan we nu. Niet op de drempel van een oorlog, maar op de rand van een ethische implosie.
Oorlog als dekmantel voor beleid zonder kompas
De aankoop van de F-35’s is niet alleen een strategische vergissing – het is ook een ethische ontsporing van de bovenste plank. Francken bouwt zijn narratief op een premisse die simpelweg niet klopt: dat we moeten afschrikken.
Maar afschrikken werkt enkel als de dreiging acuut is én het antwoord geloofwaardig. Wapens die pas na 2033 klaar zijn, voldoen aan geen van beide voorwaarden. En afschrikking vanuit een verdeeld, tandeloos Europa is een farce. Het is een Hollywoodverhaal gespeeld met knikkers, waar geen enkele vijand van wakker ligt.
Ondertussen kijkt de burger toe hoe zijn rechten verdampen, zijn sociale vangnet rafelt, en zijn stem niet meer doordringt tot het leger van Excel-generaals en strategische analisten die geld verkwanselen aan speelgoed dat nooit gebruikt mag worden, maar wel betaald.
Conclusie: wie niet investeert in vrede, krijgt oorlog van binnenuit
De F-35 is het symbool geworden van alles wat fout zit aan deze regering: prestige boven pragmatisme, illusie boven realiteit, oorlogstaal boven mensenrechten.
Je kunt geen vrede kopen met bommen. Je kunt geen samenleving samenhouden met straalmotoren. En je kunt vooral geen solidariteit verwachten van een volk dat ziet hoe haar laatste centen richting Lockheed Martin vliegen, terwijl het zelf geen euro meer overhoudt voor brood, huur of fatsoenlijk pensioen.
En dat, beste ministers, is pas echt gevaarlijk.
(Foto: screenshot YouTube/ N-VA/ VRT Kies 24)