Wanneer de rest van alle overbodige regeringen, ministers en staatssecretarissen?
Na decennia van politieke voorspelbaarheid, eindeloze werkgroepen en vergaderingen waar vooral koffie en schijnvertoningen werden geserveerd, is het eindelijk zover: de federale regering heeft een akkoord om de Senaat af te schaffen. Een belofte die nu eens niet in rook opgaat, maar wél nog langs de grilrooster van de oppositie moet passeren. Want: tweederdemeerderheid, weet je wel. Een akkoord is één, een wet is twee.
Arizonacoalitie gooit het pluche buiten
De Arizonapartijen – N-VA, MR, CD&V, Vooruit en Les Engagés – hebben na maanden van overleg besloten dat het tijd is om het rode pluche definitief te stofzuigen en op Marktplaats te zetten. Kort samengevat: institutionele eenvoud boven politieke folklore. “Geen tijd of geld meer te verspillen aan een postjesparadijs dat evenveel politieke impact had als een wafel in een jacuzzi,” zo luidt het achter de schermen.
Wat betekent dit concreet? Dat het Senaatsgebouw zijn bewoners mag uitzwaaien en dat bevoegdheden als het aanduiden van grondwettelijke rechters en het interpreteren van onze hoogste wet voortaan gewoon bij de Kamer liggen. Geen nodeloos ritueel gedans meer tussen twee assemblees, maar één instelling die knopen doorhakt – in theorie dan toch.
Vrienden gezocht: steun van oppositie cruciaal
Er is echter een kink in de kabel: de Arizonacoalitie mist een pak stemmen om het plan ook effectief door het Parlement te jagen. Voor een grondwetswijziging is een tweederdemeerderheid nodig, en dus moeten ook partijen buiten de comfortzone overtuigd worden.
Aan de deur wordt eerst geklopt bij PS, Ecolo-Groen en Open VLD. De klassieke middenmoot dus, met genoeg institutionele nostalgie én opportunisme in de rangen om er iets mee te doen. Vlaams Belang en PVDA staan ook op het lijstje, al zullen die steun geven zonder er op voorhand een revolutionair standbeeld of fiscale kruistocht uit te slepen.
De loner van dienst, Jean-Marie Dedecker, en DéFI's François De Smet kunnen als joker dienen, al is bij beiden de kans even groot dat ze plots een amendement op een amendement op een bijlage willen invoegen.
Eén lichaam, één ziel?
Dat de Senaat afschaffen geen sinecure is, weten ze in de Wetstraat al sinds de vorige eeuw. Tientallen keren werd eraan geknabbeld, hertekend, herdoopt tot een ‘reflectiekamer’ – wat in de praktijk meestal betekende: een mooi pensioen met wat symbolische duimpjes omhoog.
Vicepremier Frank Vandenbroucke (Vooruit) vatte het dit weekend nog poëtisch samen: “Collega’s blijven telkens nieuwe problemen ontdekken.” Vertaling: iedere partij wou nog snel een veto, uitzondering of trofee in de wacht slepen vooraleer ze akkoord gingen met het afsluiten van de club.
Een heet hangijzer blijft de zogenaamde ontmoetingsplaats voor de gemeenschappen. Nu de Senaat – waar die ontmoetingen doorgaans gebeurden met croissants en beleefde stilte – wegvalt, moet er een nieuw orgaan komen waar Vlamingen, Walen en Brusselaars elkaar in de ogen kunnen kijken zonder meteen een belangenconflict in te dienen. Wordt vervolgd dus. Opnieuw.
Wat verdwijnt er écht?
Niet alleen het gebouw, de senatoren en hun zitjes verdwijnen. Ook een hele hoop politieke blabla verliest zijn toneel. In werkelijkheid is de Senaat al jaren zo goed als vleugellam. Sinds de zesde staatshervorming mocht het orgaan enkel nog babbelen over institutionele kwesties en adviseren alsof het een politieke ouderrraad was. Nu is zelfs dat gedaan.
Of dit leidt tot meer efficiëntie en minder politieke overbodigheid? Dat valt af te wachten. Want als de Belgische politiek ergens goed in is, dan is het nieuwe structuren bedenken om oude structuren te vervangen – liefst met nog méér werkgroepen, overlegorganen en grijze rapporten.
Het verdict?
De Senaat wordt gesloopt. Symbolisch, want echt invloed had hij al lang niet meer. Maar wel belangrijk: dit is institutionele tabula rasa. En dus een zeldzame daad van politieke daadkracht.
Of dat genoeg is om de burger opnieuw warm te maken voor ‘de politiek’? Waarschijnlijk niet. Maar het is wél een begin. Nu alleen nog zorgen dat het geen voorwendsel wordt voor een nieuw orgaan met een andere naam en dezelfde inefficiëntie en ook de andere overbodige regeringen aanpakken.
Tot die tijd: vaarwel, Senaat. Je was duur, onzichtbaar en nodeloos complex. Maar je had wel rode zetels waar menig politicus z’n gat op rustte. Rust zacht – en laat vooral geen opvolger achter.
(Foto: Shutterstock)