Conner sust en sabelt: “De gewone pensioenspaarder hoeft niks te vrezen, tenzij van paniekzaaiers in pak”
In de nieuwste aflevering van ‘Het Rapport van de Wetstraat’ klonk Vooruit-voorzitter Conner Rousseau als een brandweerman met een vlammenwerper. Terwijl hij in de HLN-podcast benadrukt dat de “gewone pensioenspaarder” zich geen zorgen hoeft te maken over een nieuwe meerwaardebelasting, haalt hij tegelijk uit naar politieke collega’s die volgens hem “brol verkopen” en “de mensen bang maken”.
Paniekzaaiers en politieke pyromanie
De aanleiding voor de verbaal gespierde tussenkomst van Rousseau is de heisa die ontstond na uitspraken van CD&V-voorzitter Sammy Mahdi, die het bij VTM Nieuws had over een vermeend voorstel van Vooruit om ook pensioensparen aan te pakken via een meerwaardebelasting. Rousseau ontkent dat met een zucht die zijn gelijke niet kent: “Ik probeer het al 48 uur uit te leggen, maar sommige collega’s lijken het niet te willen of te kunnen begrijpen.” Klinkt heel Trumpiaans.
Volgens de socialistische voorzitter is de storm die ontstond rond het pensioensparen niets meer dan een opgeklopte lucht. “De gewone Belg die via pensioensparen een appeltje voor de dorst bijeen sprokkelt, zal nooit een eurocent moeten betalen aan meerwaardebelasting. Wie dat beweert, speelt een vuil politiek spelletje. Er is nooit sprake geweest van een voorstel. Er is sprake van misleiding. En die komt van collega’s die ruziemaken om hun eigen profilering.”
Regeerakkoord, als het uitkomt
Wat Rousseau er fijntjes bij vertelt: het regeerakkoord voorziet wél een bijdrage op de meerwaarde van financiële activa. En juridisch gezien valt pensioensparen daaronder. Alleen is die opbrengst na de leeftijd van zestig meestal verwaarloosbaar. Rousseau stelt dan ook droogjes dat enkel wie na zijn zestigste meer dan 10.000 euro rendement uit zijn pensioenspaarpot puurt, mogelijk iets zou moeten afdragen. Maar dat zijn niet de Jan-met-de-leasewagen die jaarlijks 980 euro in zijn fondsjes steekt. “We hebben het hier niet over de gewone spaarder. We hebben het over beleggende miljonairs die toevallig ook een pensioenrekening op hun naam hebben staan,” klinkt het bij Vooruit.
De 'brol' van Jambon en het circus van de achterneven
De echte woede van Rousseau is echter gereserveerd voor het voorstel van minister van Financiën Jan Jambon, die volgens hem het begrip “meerwaardebelasting” herleidde tot een karikatuur. “Wat nu op tafel ligt, is brol”, aldus Rousseau. In zijn ogen is het plan vooral een cadeau aan rijke families met een vennootschapje of vier op overschot. De regeling die stelt dat je pas vanaf 1 miljoen euro meerwaarde belasting moet betalen — tenzij je onder de 20 procent aandelen blijft — is volgens hem al krom. Maar het feit dat ook familieleden tot in de vierde graad mogen meegeteld worden om aan die 20 procent te komen, maakt het volgens Rousseau ronduit lachwekkend. “Dan mogen de achternichten en neven plots mee in het fiscale badje. Dat is geen belastinghervorming, dat is een kermis.” En daarmee heeft Rousseau overschot van gelijk: de voorstellen die nu op tafel liggen, ruiken naar zelfbediening.
Drukmiddel of dreigement
Dat Vooruit het pensioensparen tijdens de onderhandeling tóch op tafel bracht, was volgens insiders vooral bedoeld als dreigement: een hefboom om te verhinderen dat andere uitzonderingen voor de rijksten alsnog werden doorgedrukt. Een klassiek onderhandelingstrucje dus, dat nu uitlekte en Vooruit in het defensief duwt. Rousseau zelf ziet dat anders. “We lazen gewoon het regeerakkoord zoals het er staat. Niets meer, niets minder.”
Maar de politieke schade is reëel. CD&V, MR, Vooruit, Les Engagés en N-VA hebben zichzelf tot 1 juli gegeven om een compromis uit de hoed te toveren. Veel tijd is er niet meer, en nog minder vertrouwen. Bij de socialisten klinkt het dat Sammy Mahdi met zijn publieke uithaal het vertrouwen in de onderhandelingstafel geschaad heeft. “CD&V wil zich in de markt zetten als verdediger van de middenklasse, maar ondertussen saboteert Mahdi de enige poging tot fiscale rechtvaardigheid die er lag.”
De bocht zonder bocht
En dus zit Rousseau met de gebakken peren. Want hoe hard hij ook ontkent dat er ooit een concreet voorstel lag om het pensioensparen extra te belasten, het debat heeft zich inmiddels zo vastgebeten dat de perceptie blijft hangen. Zelf probeert hij de schade te beperken. “Als u dit een bocht noemt, dan vind ik dat heel jammer”, zegt hij in de podcast. “Wij willen een eerlijke meerwaardebelasting, gericht op de bovenlaag. Niet op de mensen die hun leven lang gewerkt hebben.”
De kern van de zaak
De kern van de socialistische frustratie blijft dat het huidige voorstel zoveel uitzonderingen bevat dat het fiscale net vooral de vissen mist waarvoor het bedoeld is. En dat, vindt Rousseau, is het echte probleem: “Als we nu al gaan beginnen met uitzonderingen voor pensioensparen die al feitelijk zijn uitgesloten, dan wordt het hek van de dam. Dan komt MR ook vragen om de beleggingsportefeuilles van baron X te vrijwaren, of de vastgoedwinsten van tante Y. En voor je het weet, is de enige die nog betaalt de loontrekkende met een huis van baksteen en een fiets van Swap.”
Wie betaalt de factuur?
Wie gaat de eindfactuur moeten betalen als het hele fiscale kasteel instort onder de uitzonderingen? Conner geeft daarop het volgende antwoord: “Niet de achternicht met aandelen. Niet de holding in het buitenverblijf. Nee, de gewone mens. En daar gaan wij niet aan meedoen.”
Waarmee de Vooruit-voorzitter zijn standpunt luid verkondigt, en tegelijk toch ook lichtjes bijstuurt. Of in politiek jargon: de bocht zó vloeiend neemt dat hij schijnbaar recht blijft rijden.
(Foto: Vincent Duterne/Photo News)