De grote waarheid achteraf.
Eerst was er de standaardreflex. Een “onberispelijke staat van dienst”, geen problemen, niets te zien hier. Gewoon een chauffeur zoals er duizenden zijn. Tot de feiten beginnen schuiven, en het narratief mee kantelt.
Noureddine Zerrouak (49), de buschauffeur die omkwam bij het dodelijke ongeval in Buggenhout waarbij vier mensen stierven, werd na het drama in eerste instantie zo omschreven door De Lijn. Netjes, afgerond, probleemloos.
Maar ondertussen duiken getuigenissen en documenten op die dat beeld minstens compliceren. HLN kon een mail inkijken van een busbegeleidster, verstuurd ruim twee maanden vóór het ongeval, waarin ze expliciet waarschuwt voor het rijgedrag van de chauffeur.
“Chauffeur”: een mail die alles op scherp zet
Op 9 maart stuurde de voormalige busbegeleidster van bus 137 een mail naar de school in Buggenhout. Kort en zakelijk onderwerp: “Chauffeur”.
Wat volgt is minder diplomatiek.
Ze schrijft dat kinderen klagen over agressief rijgedrag, dat sommigen misselijk worden op de bus, en dat er sprake zou zijn van gsm-gebruik achter het stuur, te hoge snelheid en weinig rekening houden met andere weggebruikers.
Haar conclusie is scherp: zij en meerdere kinderen voelden zich niet langer veilig.
Twee maanden later volgt het ongeval.
De pendelbeweging van het publieke oordeel
En hier wordt het interessant — en tegelijk ongemakkelijk voorspelbaar.
Want in de eerste uren en dagen na het drama was het verhaal duidelijk: geen signalen, geen problemen, een “onberispelijke chauffeur”. Einde discussie.
Maar zodra er documenten en getuigenissen opduiken die dat beeld doorprikken, kantelt ook de toon in de berichtgeving. Wat eerst “geen aanwijsbare problemen” was, wordt plots een dossier vol “rode vlaggen”.
Het patroon is intussen herkenbaar: eerst wordt iemand volledig wit of zwart verklaard, daarna herschreven in de tegenovergestelde richting zodra er nieuwe puzzelstukken opduiken.
Tussen melding en waarheid
De busbegeleidster, die anoniem wil blijven maar door de HLN geïdentificeerd is, zegt dat ze niet één incident beschrijft, maar een patroon.
Ze reed tientallen keren mee op de route en zou volgens haar ervaring herhaaldelijk onveilige situaties hebben meegemaakt: te snel rijden, telefoongebruik en gevaarlijke manoeuvres. Ze zegt ook dat ze meerdere meldingen deed bij school en busmaatschappij.
Dat aantal meldingen kan echter dan weer niet onafhankelijk worden bevestigd.
Een ex-collega van de chauffeur getuigt intussen in gelijkaardige bewoordingen over roekeloos rijgedrag, inclusief het negeren van verkeerslichten en een incident aan een spoorwegovergang.
Belangrijk detail dat vaak onderaan de artikels verdwijnt: geen van deze elementen is tot dusver bevestigd als oorzaak van het ongeval. Het onderzoek loopt nog.
Instellingen in de verdediging
De betrokken instanties blijven intussen op de klassieke lijn: klachten werden intern behandeld en doorgestuurd, procedures zijn gevolgd, en het gerecht onderzoekt.
De provincie bevestigt dat er klachten waren, maar gaat niet in op inhoud of aantallen. De school benadrukt dat zij geen oordeel kan vellen zolang het onderzoek loopt.
De Lijn houdt vast aan de oorspronkelijke framing: geen strafblad, beperkte verkeersinbreuken, verder een normaal dossier.
De media en het kantelmoment
En net daar wringt het.
Want wat opvalt is niet alleen het dossier zelf, maar hoe snel het publieke beeld meeschakelt. Eerst de geruststellende “onberispelijk”-lijn, daarna de bijna symbolische omkering waarin elke getuigenis automatisch gewicht krijgt in de richting van schuld of nalatigheid.
In een eerder bewerkt stuk werd dat mechanisme al scherp gesteld: het lijkt soms alsof het verleden van iemand pas écht wordt samengesteld na zijn dood.
Wat initieel een technisch dossier is, wordt zo een moreel verhaal. Met de media in de rol van versneller: eerst relativeren, daarna reconstrueren, en uiteindelijk hertekenen.
Wat we wél en niet weten
Wat vaststaat: er is een ernstig ongeval gebeurd met dodelijke slachtoffers.
Wat ook vaststaat: er waren vooraf meldingen en bezorgdheden, volgens getuigen en een e-mail.
Wat niet vaststaat: of die signalen verband houden met het ongeval zelf.
Slot: tussen feiten en framing
Het dossier Buggenhout wordt daarmee meer dan een verkeersongeval met tragische afloop. Het wordt ook een case study in hoe snel “onberispelijk” en “problematisch” in elkaars verlengde kunnen belanden, afhankelijk van timing, context en mediacirculatie.
Of, scherper gezegd: soms verandert niet alleen wat er gebeurd is, maar vooral hoe snel iedereen denkt te weten wat er altijd al gebeurd zou zijn geweest.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)