Eén op drie Belgen rijdt nog altijd te snel.
Het is geen gewone woensdag: vanaf zes uur vanochtend trekt de politie opnieuw massaal de straat op voor wat intussen een klassieker is geworden: de flitsmarathon. Vierentwintig uur lang verandert het Belgische wegennet in een schaakbord van controles, camera’s en onverwachte hinderlagen.
658 keer kans op pech
Verspreid over het land duiken controles op als paddenstoelen na regen. In totaal 658 locaties waar snelheid een dossier kan worden.
De focus ligt waar het pijn doet: zones 30, schoolomgevingen, plekken waar fietsers en voetgangers zich kwetsbaar door het verkeer bewegen. Daar waar een paar kilometer per uur het verschil maakt tussen schrik en tragedie.
Naast vaste trajectcontroles zijn er ook mobiele teams — onvoorspelbaar, discreet en vooral: overal.
Europa kijkt mee
Deze operatie staat niet op zichzelf. België maakt deel uit van een bredere actie onder de vlag van ROADPOL, waarbij meerdere Europese landen tegelijk inzetten op snelheidscontroles.
Hard rijden zit in het DNA
Dat deze flitsmarathon geen overbodige luxe is, blijkt uit cijfers van Vias. Meer dan één Belg op drie trapt nog regelmatig te hard op het gaspedaal.
Voor sommigen is het een maandelijkse gewoonte, voor anderen een wekelijkse reflex. En een kleine, maar hardnekkige groep doet het zelfs dagelijks. Voor die groep is snel rijden geen overtreding is, maar een levensstijl.
Cijfers die bijten
De vorige editie, eind 2025, was geen oefening in mildheid. Toen werden bijna 47.500 snelheidsovertredingen vastgesteld. Meer dan vier procent van alle gecontroleerde bestuurders ging over de schreef.
Voor 102 chauffeurs eindigde de rit zelfs abrupt: rijbewijs ingetrokken, vrijheid on hold.
Geen sympathie, wel realiteit
De boodschap van de politie is weinig romantisch: te snel rijden blijft een van de grootste oorzaken van zware ongevallen.
Handhaving is nodig. Maar eigenlijk is dat gewoon een nette manier om te zeggen: het probleem zit achter het stuur.