Een politiek gebaar met een hoog ‘kijk mama, ik bespaar!’-gehalte.
Na twintig jaar palaveren, beloven, terugkrabbelen en opnieuw beloven, doet de federale regering het dan toch: de Senaat wordt opgedoekt. Voilà, gedaan met dat politiek bijhuis waar amper nog iemand vergaderde, maar waar de chauffage wél nog op volle toeren draaide. De “verzilvering van de democratische efficiëntie”, noemen ze dat in regeringskringen. Maar wie denkt dat dit een financiële kaalslag wordt voor het politieke establishment, mag zijn spaarvarken gerust laten staan. Want de partijen laten geen cent liggen.
De Senaat: ooit machtig, daarna marginaal, straks... verhuist naar het museum
Laten we eerlijk zijn: de Senaat was al jaren klinisch dood. In de gloriedagen fungeerde het als herensociëteit voor oude krokodillen, waar wetten dubbel werden gecheckt en waar staatkundige zwaarwichten elkaar verbaal in de gordijnen joegen. Bart De Wever scoorde in 2010 nog 764.904 stemmen op de Senaatslijst – toen was het blijkbaar nog iets waard. Tegenwoordig kwamen de senatoren nog een keer of tien per jaar samen, meestal om koffie te drinken en te doen alsof hun aanwezigheid onmisbaar was voor de democratie.
Sinds de hervorming van 2014 is het instituut herleid tot een schaduwkabinet waar geen kat van wakker ligt. De meeste senatoren hebben elders al een parlementair mandaat en krijgen daar ook voor betaald. Slechts tien ‘gecoöpteerde’ senatoren – een mooi woord voor politieke postjes via achterkamertjes – kregen nog een half maandloon voor het leveren van democratische decoratie.
Toch slorpte de Senaat in 2025 nog steeds 45 miljoen euro op. Wat we daarvoor kregen? Niks, nada, rien. Maar het warme licht bleef branden op het Paleis der Nutteloosheid.
Wat verandert er écht? Niet veel – behalve het etiket op het geldpotje
In het nieuwe regeerakkoord staat het zwart op wit: in 2029 verdwijnt de Senaat volledig uit de grondwettelijke skyline. Geen benoemingen van rechters meer, geen belangenconflicten meer oplossen, geen veredelde denktank van deelstaten meer. Die taken verhuizen netjes naar de Kamer en het Overlegcomité – dat corona-orgaan dat plots weer trendy wordt.
Een goede zaak maar veel meer dan een ‘zie-eens-goed-dat-we-bezig-zijn’ levert het niet op. De tien gecoöpteerde senatoren verdwijnen, goed voor een besparing van 1,2 miljoen euro per jaar. De kosten van personeel, gebouwen, politieke medewerkers worden vrolijk doorgeschoven naar andere structuren. De ambtenaren van de Senaat gaan naar de Kamer. Het Senaatsgebouw blijft overeind, en dus ook de stookkosten. Politieke medewerkers die vandaag al koffie staan te zetten in studiediensten, blijven gewoon waar ze zijn. De besparing op korte termijn is dus peanuts met een likje mosterd.
De partijdotaties? Die overleven de Senaat
En dan komen we bij de echte knoop: het geld dat politieke partijen via de Senaat binnenrijven. Vandaag krijgen partijen in totaal zo’n 10,6 miljoen euro per jaar via deze weg. N-VA alleen al casht 1,8 miljoen euro dankzij haar positie in de Senaat.
Zou je denken: als die Senaat verdwijnt, verdwijnen die centen ook, toch? Fout. Kapitaalfout. Volgens de krant ‘Het Laatste Nieuws’ zal dat het geld gewoon elders opduiken. Letterlijk: het potje dotatie wordt verhuisd van de Senaat naar de Kamer. Iedereen content, niemand geraakt in zijn partijrekening.
Professor Bart Maddens (KU Leuven) zegt het zoals het is: “De wet op partijfinanciering moet tegen 2029 worden aangepast, maar in de praktijk verliezen de partijen geen euro.” In ruil voor hun goedkeuring aan de afschaffing, krijgen ze dus de garantie dat de geldkraan blijft stromen. Slim onderhandeld? Zeker. Zuinig bestuur? Mwah.
De enige symbolische zuinigheid is dat de dotaties niet langer worden geïndexeerd. Goed voor een verwachte ‘besparing’ van 8 miljoen euro op lange termijn. Daar kan Theo Francken geen nieuwe vlieger van kopen.
Tweederde meerderheid of politieke Sudoku?
Het enige wat nu nog in de weg staat van de euthanasie van de Senaat, is een tweederdemeerderheid in de Kamer. De Arizona-regering komt met haar 81 zetels niet in de buurt van de vereiste 100. Dus moet er worden gebedeld bij de oppositie. Open Vld en Ecolo-Groen lijken mee aan boord, maar dat brengt het totaal nog maar op 98.
De PS. Fractieleider Pierre-Yves Dermagne wil de Senaat ook opblazen, maar niét met steun van Vlaams Belang of PVDA. In Franstalig België zou dat politiek harakiri zijn. Dus hoopt de regering op stilzwijgende steun of een strategische onthouding. Kortom: de afschaffing van de Senaat moet via een politieke achterdeur passeren.
Symboliek boven substantie
Het afvoeren van de Senaat is niet meer en niet minder dan een vette knipoog naar de kiezer. Een politiek gebaar met een hoog ‘kijk mama, ik bespaar!’-gehalte. Het past in het bredere beeld van soberder politiek bedrijven: minder ministers, kleinere kabinetten, kortere wachtvergoedingen. Maar écht besparen? Dat is voor later, als we groot zijn.
De Senaat sterft, maar de politieke cultuur die het ooit groot maakte – postjes, dotaties, achterpoortjes – blijft springlevend. Tussen de lijnen en achter de schermen blijft de vetpot gewoon overeind.
(Foto: AI/Shutterstock/Grok)