Moeten we ons zorgen maken of is dit dagelijkse kost?
Een rotsblok ter grootte van een blauwe vinvis passeert op amper 91.000 kilometer van onze planeet. Dat klinkt spectaculair, maar volgens astronomen is er geen enkel reden tot paniek.
Wie vannacht naar de hemel kijkt met een kleine telescoop, kan een bezoeker spotten die miljoenen jaren door het zonnestelsel zwerft en onze planeet op relatief korte afstand passeert.
De asteroïde 2026 JH2 zoeft maandagavond langs de aarde. “Rakelings”, klinkt het in de media. Maar hoe uitzonderlijk is dat eigenlijk? En moeten we wakker liggen van zulke passages?
Een kosmische passant op veilige afstand
2026 JH2 werd pas op 10 mei ontdekt. Het object is ongeveer zo groot als een volwassen blauwe vinvis, goed voor een lengte van enkele tientallen meters.
Omstreeks 23.23 uur bereikt de asteroïde zijn dichtste punt tot de aarde. Op dat moment bevindt hij zich op ongeveer 91.135 kilometer van onze planeet en raast hij met een snelheid van ruim 31.000 kilometer per uur voorbij.
Dat lijkt indrukwekkend, maar in astronomische termen blijft het een gecontroleerde passage. Ter vergelijking: de maan bevindt zich op gemiddeld 384.400 kilometer van de aarde. Deze asteroïde passeert dus op minder dan een kwart van die afstand.
Zichtbaar met een kleine telescoop
Met het blote oog zal 2026 JH2 niet te zien zijn.
Wie beschikt over een bescheiden telescoop en weet waar te kijken, maakt wel kans om het object te spotten. De helderheid bereikt een magnitude van ongeveer +11,5, wat binnen bereik ligt van amateurastronomen met degelijk materiaal.
Na zijn passage verdwijnt de ruimterots opnieuw richting de buitenste regionen van het zonnestelsel. Volgens berekeningen keert hij pas in 2060 opnieuw zo dicht bij de aarde terug.
Hoe vaak passeren asteroïden onze planeet?
Veel vaker dan de meeste mensen denken.
Volgens NASA en het European Space Agency passeren kleine asteroïden voortdurend in de buurt van de aarde. Objecten van enkele meters doorsnee komen meerdere keren per maand dichterbij dan de maan. Vaak worden ze pas kort voor hun passage ontdekt.
Rotsblokken van tientallen meters, zoals 2026 JH2, passeren ook geregeld op veilige afstand. Grote objecten van honderden meters of meer worden intensief gemonitord en zijn doorgaans jarenlang op voorhand in kaart gebracht.
Met andere woorden: de aarde bevindt zich in een kosmische schiettent, maar de meeste projectielen missen ruimschoots.
Moeten we ons zorgen maken?
Op korte termijn: nee.
Ruimteagentschappen volgen wereldwijd tienduizenden zogenoemde near-Earth objects. Wanneer een object een potentieel risico vormt, wordt het nauwgezet opgevolgd.
Bovendien bewees NASA in 2022 met de Double Asteroid Redirection Test dat een asteroïde daadwerkelijk van koers kan worden veranderd. Dat was een belangrijke stap in de ontwikkeling van planetaire verdediging.
Wat mogen we in de toekomst verwachten?
Nog meer meldingen van asteroïden die “rakelings” langs de aarde scheren.
Dat is geen teken dat het gevaar toeneemt, maar wel dat telescopen steeds beter worden in het opsporen van kleine objecten.
Nieuwe observatoria zullen de komende jaren nog duizenden extra asteroïden detecteren. Veel daarvan zullen spectaculaire krantenkoppen opleveren, maar slechts een uiterst klein deel vormt ooit een reële bedreiging.
De conclusie: indrukwekkend, maar volkomen normaal
Een asteroïde die op 91.000 kilometer passeert, spreekt tot de verbeelding. Het herinnert ons eraan dat de aarde geen afgesloten bol is, maar deel uitmaakt van een dynamisch en soms chaotisch zonnestelsel.
Toch is de boodschap geruststellend.
2026 JH2 komt niet in botsing met de aarde. En hoewel ruimterotsen onze planeet regelmatig passeren, houden astronomen de wacht.
De kans dat deze nacht eindigt zoals een Hollywood-rampenfilm is dus verwaarloosbaar klein. De kans op een mooie blik door de telescoop is een stuk groter.
(Foto: Shutterstock)