700 miljoen terwijl de begroting op intensive care ligt.
België duwt opnieuw een gigantische bestelling militair materiaal door de pijplijn. Geen defensieve systemen of bescherming van het luchtruim deze keer, nee, Theo gaat voor pure aanvalscapaciteit. Voor bijna 700 miljoen euro koopt ons land Noorse kruisraketten waarmee de nieuwe F-35-gevechtsvliegtuigen doelen tot 350 kilometer ver kunnen uitschakelen. Later moeten ook drones ermee uitgerust worden. De boodschap is duidelijk: België evolueert in sneltempo van een defensieleger naar een krijgsmacht die offensieve operaties op grote afstand kan uitvoeren.
Jarenlang hield België zichzelf graag voor als diplomatiek gidsland, gespecialiseerd in mensenrechten, multilateralisme en conflictbemiddeling. Vandaag evolueert het land steeds sneller naar een militaire satellietstaat binnen de NAVO-logica.
Het debat over de bewapening van drones toont hoe snel morele grenzen verschuiven. Onder de regering-De Croo verzetten de groenen zich nog tegen bewapende drones. Vandaag is dat “taboe gesneuveld”, klinkt het bijna achteloos.
Dat is veelzeggend. Wat gisteren nog ethisch problematisch werd gevonden, wordt vandaag verkocht als strategische noodzaak.
De marketing van vernietiging
Ook de taal verraadt hoe ver de politieke cultuur is afgegleden.
Stealthcapaciteit. Precisie-aanvallen. Gamechanger. Geavanceerde systemen. Alsof men een technologiebeurs organiseert in plaats van een arsenaal uitbouwt.
Nergens klinkt nog de fundamentele vraag: waarom moet een klein land dat financieel naar adem hapt absoluut beschikken over aanvalswapens waarmee op honderden kilometers afstand doelen kunnen worden vernietigd?
De bevolking krijgt ondertussen het klassieke veiligheidsargument voorgeschoteld: de wereld wordt gevaarlijker, dus moeten we bewapenen.
Veiligheid ontstaat niet automatisch door steeds duurdere wapens te kopen. De geschiedenis leert net het omgekeerde: elke nieuwe generatie wapens leidt tot nieuwe escalatie, nieuwe afhankelijkheden en nieuwe geopolitieke spanningen.
Nieuw
De nieuwe AGM-184 JSM-raketten worden ontwikkeld door het Noorse Kongsberg samen met de Amerikaanse defensiereus Raytheon. Het zijn geen klassieke raketten, maar geavanceerde stealthwapens die vanuit de F-35 kunnen worden afgevuurd zonder dat het toestel zichtbaar wordt op radar. België schaft dus niet zomaar wat extra munitie aan, maar koopt zich letterlijk toegang tot het clubje landen dat precisieaanvallen diep in vijandelijk gebied kan uitvoeren.
En dat is een politieke keuze met zware gevolgen.
Jarenlang hield België zich officieel vast aan het idee van een “defensieve” krijgsmacht. Dat taboe is nu volledig verdwenen. Met deze aankoop krijgt België voor het eerst een moderne langeafstandscapaciteit waarmee het zelfstandig offensieve missies kan uitvoeren. Dat is geen detail meer voor militaire experts, maar een fundamentele verschuiving in het buitenlands beleid.
Opvallend: Defensie weigert te zeggen hoeveel raketten exact besteld worden. Ook over de prijs blijft men vaag. Transparantie stopt blijkbaar waar de militaire lobby begint. Amerikaanse cijfers spreken over bijna 3 miljoen euro per raket. Per stuk. Voor een projectiel dat enkele minuten actief is en daarna letterlijk ontploft.
Intussen wordt ook volop ingezet op bewapende drones. De SkyGuardian-drones die België samen met het Verenigd Koninkrijk aankocht, waren oorspronkelijk bedoeld voor observatie en verkenning. Vandaag wil de legertop ze zo snel mogelijk bewapenen met Hellfire- en Brimstone-raketten. Wat gisteren nog politiek gevoelig lag, is vandaag plots vanzelfsprekend geworden onder het mom van “de geopolitieke realiteit”.
De oorlog in Oekraïne heeft daarbij als ideale katalysator gewerkt. Elke militaire investering wordt verkocht als noodzakelijk, dringend en onvermijdelijk. Wie vragen stelt over de kostprijs of de strategische richting, krijgt snel het verwijt naïef te zijn. Maar ondertussen schuift België steeds dieper mee in een internationale wapenwedloop waarvan niemand nog lijkt te weten waar de grens ligt.
Theo
Minister van Defensie Theo Francken noemt de nieuwe raketten een “gamechanger”. Dat klopt wellicht. Alleen is de vraag voor wie precies.
Voor de belastingbetaler dreigt het vooral een nieuwe episode te worden in een peperdure militaire versnelling waar nauwelijks publiek debat over gevoerd wordt. België koopt vandaag geen defensiemateriaal meer om zichzelf te beschermen. Het koopt de capaciteit om oorlog te voeren op afstand. En dat is een historische ommezwaai die veel meer aandacht verdient dan een droge mededeling over “strategische investeringen”.