Coalitie van juristen en vredesactivisten eist onmiddellijke actie.
De Belgische staat is officieel gedagvaard in kortgeding voor zijn vermeende passieve rol in het aanhoudende conflict in de Gazastrook. De juridische procedure, aangespannen door de burgercoalitie Droit Pour Gaza / Recht Voor Gaza, werd opgestart voor de Franstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel. De groep bestaat uit een multidisciplinair collectief van juristen, professoren, advocaten, mensenrechtenorganisaties en Palestijnse burgers die in België verblijven.
Stilte van de federale regering leidt tot juridische escalatie
De initiatiefnemers stellen dat ze op 7 juli een formele ingebrekestelling stuurden naar de betrokken federale bewindslieden, waaronder eerste minister Bart De Wever, minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot, minister van Financiën Jan Jambon en minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke. Daarin eisten ze dat de Belgische staat zijn internationale verplichtingen zou nakomen ten aanzien van het geweld in Gaza. Concreet vroegen ze maatregelen om verdere escalatie te voorkomen, onder meer door wapenleveringen aan Israël actief te verhinderen.
De regering bleef volgens de klagers in gebreke om inhoudelijk te reageren binnen de gevraagde termijn. De enige reactie kwam in de vorm van summiere verklaringen: het kabinet van de premier gaf aan “gepast te zullen reageren”, terwijl minister Prévot betreurde dat de zaak naar de rechtbank werd gebracht en stelde dat het “onjuist is te beweren dat België niets doet”. Ondertussen hebben in totaal 25 landen – waaronder België – de oproep tot een onmiddellijke stopzetting van de oorlog in Gaza ondertekend. Maar meer dan een papieren woede is het niet.
Voor de burgercoalitie is dat onvoldoende. Zij stellen dat de situatie in Gaza zodanig acuut en ernstig is dat passiviteit van een verdragspartij als België juridisch onhoudbaar wordt.
Verwijzing naar genocideverdrag vormt juridische kern van de klacht
De aanklagers beroepen zich op het Genocideverdrag van de Verenigde Naties van 1948, dat België ondertekende en ratificeerde. Volgens artikel I en VIII van dat verdrag hebben alle ondertekenende staten niet alleen de plicht om genocide te voorkomen en te bestraffen, maar ook om in te grijpen wanneer een risico op genocide wordt vastgesteld, zelfs als die plaatsvindt buiten het eigen grondgebied.
De groep stelt dat de vernietiging van burgerinfrastructuur, de hoge dodentol onder kinderen en vrouwen, de blokkade van humanitaire hulp en de systematische vernietiging van leefomstandigheden in Gaza aanwijzingen zijn van een mogelijk genocidaal beleid. België, zo luidt de redenering, heeft daarom een actieve zorgplicht om alles in het werk te stellen om dit geweld te stoppen of te verhinderen.
Concrete eisen: sluiting van luchtruim en sancties tegen illegale handel
De eisers vragen de rechter om voorlopige maatregelen op te leggen die de Belgische overheid tot onmiddellijke actie verplichten. Tot de gevraagde maatregelen behoren:
- De onmiddellijke sluiting van het Belgische luchtruim, zeeruim en alle transitkanalen voor wapenleveringen aan Israël.
- Een verbod op Belgische economische transacties met bedrijven die betrokken zijn bij de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, conform het internationaal recht.
- De actieve opschorting van bilaterale militaire samenwerking met Israël zolang het geweld voortduurt.
De groep beroept zich daarbij niet alleen op internationaal humanitair recht, maar ook op Belgische wetgeving en EU-regelgeving, waarin verboden op wapenhandel richting conflictgebieden zijn opgenomen.
Belgische diplomatie onder druk
De klacht komt op een moment waarop de Belgische diplomatie al onder vuur ligt voor haar ambigue opstelling in het Israëlisch-Palestijns conflict. Hoewel België formeel oproept tot een staakt-het-vuren, blijft het land wapenvervoer via havens en luchthavens zoals die van Antwerpen en Luik tot op vandaag gedogen. Ook economische banden met Israëlische bedrijven die actief zijn in betwiste gebieden blijven grotendeels onaangeroerd.
Minister Prévot verklaarde eerder dat België “alles in het werk stelt om druk uit te oefenen op de partijen via diplomatieke kanalen”. De burgercoalitie betwist dat echter en stelt dat diplomatie zonder concrete sancties of maatregelen een vorm van stilzwijgende instemming is.
Symbolisch proces met potentieel internationaal gevolg
Hoewel het kortgeding in eerste instantie louter Belgische rechtsgevolgen kan hebben, wordt de zaak nauwlettend gevolgd door internationale mensenrechtenorganisaties. Als de rechter oordeelt dat België de facto medeplichtig is aan schendingen van het Genocideverdrag door niet in te grijpen, kan dat een precedent vormen voor andere Europese staten met gelijkaardige exportpraktijken of diplomatieke passiviteit.
Het vonnis wordt binnen enkele weken verwacht. Wat op het eerste gezicht een symbolische juridische actie lijkt, zou wel eens kunnen uitgroeien tot een fundamenteel debat over de grenzen van politieke neutraliteit, internationale aansprakelijkheid en de rol van kleine landen in grote conflicten.
(Foto: Shutterstock)