Wat is er in godsnaam mis bij deze busfirma?
Vier doden.
Twee kinderen. Een busbegeleidster. Een chauffeur.
Dat is de rekening van het drama aan de spooroverweg in Buggenhout op 26 mei.
Je zou denken dat zo'n tragedie voldoende is om zelfs de meest nonchalante chauffeur wakker te schudden. Dat zelfs de grootste cowboy achter een stuur daarna twee keer kijkt voor hij een spoorwegovergang oprijdt.
Blijkbaar niet.
Want amper twee dagen na het dodelijke ongeval reed een chauffeur van dezelfde busmaatschappij, 't Ros Beiaard, opnieuw over exact dezelfde overweg terwijl de rode lichten brandden en de slagbomen naar beneden gingen. Dat blijkt uit een interne mail van de directie zelf.
"Dit tart alle verbeelding", schreef de directie.
Voor één keer hebben ze geen ongelijk. Rode lichten zijn geen suggestie Er zijn verkeersregels waar discussie over mogelijk is. Tien kilometer per uur te snel rijden op een verlaten weg. Een twijfelachtig parkeerverbod. Een vergeten richtingaanwijzer. Maar een spoorwegovergang waar rode lichten knipperen en slagbomen zakken? Daar bestaat geen interpretatie over. Dat betekent stoppen. Altijd. Punt.
Wie daar toch doorrijdt, neemt bewust een risico waarvan iedereen weet hoe het kan aflopen. Zeker als je enkele dagen eerder hebt gezien hoe op exact dezelfde plek vier mensen sterven.
Het verhaal wordt almaar lelijker
Intussen wordt ook steeds duidelijker dat het ongeval van vorige week niet uit het niets kwam.
De voorbije dagen bevestigden zowel het provinciebestuur als het parket dat er vóór het ongeval klachten waren over het rijgedrag van de overleden chauffeur. Busbegeleiders zouden herhaaldelijk melding hebben gemaakt van gsm-gebruik achter het stuur, overdreven snelheid, het negeren van voorrangsregels en zelfs eerdere incidenten aan spoorwegovergangen. Die klachten werden volgens verschillende getuigen doorgestuurd naar school, provincie en busmaatschappij.
Nochtans verklaarde De Lijn kort na het ongeval dat de chauffeur een "onberispelijke staat van dienst" had.
Dat begint ondertussen een bijzonder rekbaar begrip te worden.
Van "onberispelijk" naar alarmsignalen
Wat vooral wringt, is dat verschillende instanties vandaag lijken toe te geven dat er wel degelijk alarmbellen waren.
De provincie Oost-Vlaanderen bevestigt dat er klachten bestonden. Het parket onderzoekt die inmiddels mee. Ook getuigenissen van voormalige begeleiders worden meegenomen in het gerechtelijk onderzoek.
Maar tegelijk blijft iedereen naar elkaar kijken. De school verwijst naar de busfirma. De busfirma verwijst naar het onderzoek. De Lijn verwijst naar procedures. En ondertussen liggen twee kinderen op een kerkhof.
Niet één chauffeur, maar een cultuurprobleem
Natuurlijk blijft de individuele verantwoordelijkheid bestaan. Wie door rood rijdt aan een spoorwegovergang, maakt zelf die keuze. Maar wanneer er eerst jarenlang klachten opduiken over een chauffeur, vervolgens een dodelijk ongeval gebeurt en daarna een collega van hetzelfde bedrijf op exact dezelfde plek opnieuw dezelfde verkeersregels negeert, dan gaat het verhaal niet langer alleen over individuen.
Dan rijst de vraag of er binnen bepaalde delen van het leerlingenvervoer een cultuur gegroeid is waarin regels eerder hinderlijk dan verplicht worden gevonden.
Een cultuur van "het zal wel lukken". Tot het niet meer lukt.
De echte slachtoffers
Terwijl advocaten, verzekeraars, directies en overheden nu druk bezig zijn met procedures en verklaringen, blijft één feit overeind. Vier mensen zijn dood. Vijf kinderen raakten gewond. En zelfs dat bleek voor minstens één chauffeur onvoldoende reden om aan dezelfde overweg op zijn rem te gaan staan.
Dat is misschien nog het meest onthutsende van heel dit dossier. Want een fout kan menselijk zijn. Maar niets leren uit een tragedie is iets anders.
(Foto: PD)