Wie nu nog veroordeeld worden, krijgt in de solden 18 maanden korting.
Wie minder dan tien jaar cel krijgt, mag tot 18 maanden vroeger naar huis. Niet uit mildheid, maar uit noodzaak. De vraag is alleen welk signaal daarmee wordt gegeven — en waarom de instroom blijft toenemen.
De federale regering onder leiding van Bart De Wever heeft een akkoord bereikt om de structurele overbevolking in de gevangenissen aan te pakken. De kern van de maatregel: een ‘celkorting’ van 18 maanden voor veroordeelden met een straf tot tien jaar.
Concreet betekent dit dat wie tot 18 maanden cel krijgt, die straf volledig thuis mag uitzitten met een enkelband. Voor straffen tussen 18 maanden en tien jaar wordt de detentie ingekort: de laatste 18 maanden worden vervangen door elektronisch toezicht.
Volgens minister van Justitie Annelies Verlinden is het akkoord een noodzakelijk compromis binnen de meerderheid. Maar het blijft vooral een symptoombestrijding voor een probleem dat al jaren aansleept.
Overvolle cellen, lege antwoorden
De cijfers spreken voor zich: honderden gedetineerden slapen vandaag op de grond. De druk op het systeem is zo hoog dat de overheid nu expliciet kiest voor het vervroegd vrijlaten van veroordeelden om ruimte te creëren.
Tegelijk wordt een bestaande strafkorting voor langere straffen afgeschaft, wat het beleid strenger moet doen ogen. Maar in de praktijk ontstaat een paradox: wie veroordeeld wordt, weet dat een deel van de straf sowieso buiten de gevangenismuren zal worden uitgezeten.
Het resultaat is een systeem dat tegelijk strenger en losser wil zijn — en daarin geloofwaardigheid dreigt te verliezen.
Welk signaal naar criminaliteit?
De kernvraag blijft ongemakkelijk: welk signaal geef je wanneer celstraffen effectief worden ingekort omdat er simpelweg geen plaats meer is?
Het risico is duidelijk. Straf wordt niet alleen bepaald door de rechter, maar ook door de capaciteit van het systeem. Dat ondergraaft het principe van rechtszekerheid. Wie vandaag veroordeeld wordt, weet dat de effectieve straf afhankelijk is van logistieke beperkingen.
In de perceptie van de burger ontstaat zo het beeld van “celstraffen in de solden”: een korting die niet voortkomt uit rechtvaardigheid, maar uit plaatsgebrek.
De echte vraag blijft liggen
Maar de discussie stopt te vaak bij capaciteit. Meer cellen, meer plaatsen, meer tijdelijke oplossingen. Terwijl de fundamentele vraag nauwelijks wordt gesteld: waarom zitten er zoveel mensen in de gevangenis?
Een samenleving die structureel kampt met overbevolkte gevangenissen, heeft niet alleen een infrastructuurprobleem, maar ook een maatschappelijk probleem. Factoren zoals armoede, recidive, gebrekkige re-integratie, een falend preventiebeleid en een alhemeen ongenoegen van een verzuurde samenleving spelen daarin een rol.
Zolang die oorzaken niet worden aangepakt, blijft elk akkoord een pleister op een open wonde.
De ‘celkorting’ van 18 maanden is dus minder een oplossing dan een noodrem. Ze creëert tijdelijk ademruimte, maar schuift de echte discussie opnieuw voor zich uit: hoe zorgen we ervoor dat minder mensen in de gevangenis belanden — en er ook uit blijven?
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)