Vier pagina’s lang. Zoveel had premier Bart De Wever nodig om zijn frustratie richting Europa neer te pennen. De boodschap? Vrij simpel: China speelt het spel niet eerlijk — en Europa blijft volgens hem veel te braaf toekijken. Tijd om wakker te worden, klinkt het.
Dat de wereldhandel geen gezellige theekrans is, wist iedereen al. Maar volgens De Wever is het stilaan menens. In een brief aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen waarschuwt hij dat China onze economie niet gewoon uitdaagt, maar systematisch onder druk zet. Zijn woorden zijn niet subtiel: “China is onze economie aan het verwoesten.” En daar stopt het niet.
Volgens De Wever draait China zijn exportmachine op volle toeren, vooral in sectoren die er écht toe doen: groene technologie, chemie en farma. Net daar waar Europa zichzelf graag als koploper ziet.
Het resultaat? Een stevig onevenwicht. Het Europese handelstekort met China liep in 2025 op tot maar liefst 360 miljard euro. En met Amerikaanse importheffingen die de Chinese export richting Europa duwen, dreigt dat alleen maar erger te worden.
Kort gezegd: wat de VS buiten houdt, komt hier binnen.
De kritiek gaat verder dan cijfers. Volgens De Wever speelt China het spel structureel oneerlijk.
Europese bedrijven die in China willen investeren, botsen volgens hem op allerlei obstakels. Technologie moet gedeeld worden, regels veranderen plots en intellectuele eigendom is er niet altijd veilig. Om het simpel te zeggen: wie daar wil meedoen, speelt volgens Chinese regels.
In Europa is het omgekeerd. Chinese bedrijven kunnen hier wél relatief vrij opereren, vaak met stevige staatssteun in de rug. En alsof dat nog niet genoeg is, nemen ze soms hun eigen personeel mee, waardoor de lokale economie er weinig tot niets aan heeft.
Level playing field? Niet echt.
De Wever wijst ook op een ander, minder zichtbaar risico: de politieke invloed die met die economische macht gepaard gaat.
Volgens hem gebruikt China die afhankelijkheid steeds vaker als drukmiddel. Denk aan cyberoperaties, spionage en de steun aan Rusland. En dan is er nog Taiwan — een mogelijk conflict dat de wereldwijde chipindustrie zwaar zou raken.
En laat dat nu net een sector zijn waar Europa bijzonder afhankelijk van is.
De conclusie van De Wever is duidelijk: Europa moet stoppen met twijfelen en een duidelijke koers kiezen. Meer samenwerken met landen zoals de VS, Japan en India, en vooral intern de rangen sluiten.
Geen losse deals meer per lidstaat, maar één gezamenlijke strategie.
Al beseft hij zelf ook dat dat niet zonder gevolgen zal zijn. China kan terugslaan, en dat zal pijn doen.
Maar volgens hem is de keuze simpel: nu ingrijpen, of later de rekening betalen.