Het is zover: Acid is terug. De flamboyante YouTuber met een voorliefde voor controverse en ongefilterde waarheden gooide dit weekend het internet plat met zijn comeback. Spotify-tracks, TikToks, Instagram-video’s, een onverwachte festivalverschenen én een YouTube-bommetje — alsof hij anderhalve maand radiostilte in één klap moest compenseren. De aanleiding? Zijn gerechtelijke strafmaatregelen zijn deels ingetrokken. Maar in het zog van zijn terugkeer duikt er plots een opmerkelijk detail op in Het Laatste Nieuws, en het riekt naar selectieve verontwaardiging en collectieve geheugenstoornis.
HLN als moraalridder? Even dimmen. HLN schrijft dat Acid begin april “de identiteit van een veroordeelde student gynaecologie bekendmaakte”, en dat daar nu, terecht of niet, een gerechtelijk onderzoek uit voortvloeit. Dat klinkt streng, principieel zelfs. Alleen... wat vergeten wordt te vermelden? HLN was zélf de eerste die de naam van die student publiceerde, nog vóór Acid met zijn video kwam. Dat detail laten ze nu gemakshalve achterwege terwijl ze in dezelfde adem verslag doen van het “psychologisch onderzoek” dat Vandergunst moet ondergaan. Pot, ketel, zwart.
De dubbele moraal van de mediagigant
Wat hier pijnlijk blootgelegd wordt, is de dubbele moraal waarmee sommige Vlaamse mediabedrijven opereren. Acid is misschien luidruchtig, ongefilterd en brutaal eerlijk, maar wat hij in zijn video deed, was in feite niet veel anders dan wat klassieke media al decennialang doen: namen noemen, verontwaardiging opwekken, clicks najagen. Alleen doet hij het zonder reclameblokken of een uitgekiende redactieagenda. En dat prikt.
Bij HLN lijken ze plots geschokt door het feit dat iemand een naam durft te zeggen, een naam die ze zélf eerder in grote letters op hun site publiceerden, netjes SEO-geoptimaliseerd en al.
De haat-liefdeverhouding met Acid
Acid is een kind van het internet. Hij is geen product van mediatraining, redactiemeetings of gesponsorde nieuwspartnerschappen. En dus houdt de gevestigde pers hem met argusogen in de gaten: ze smullen van zijn fouten, maar liften gretig mee op zijn bereik. Hij is goed voor krantenverkoop en online advertentie-inkomsten, maar God verhoede dat hij iets onthult wat zij liever afdekken.
Dat hij nu onder toezicht staat, deels een spreekverbod opgelegd kreeg én zich moet laten doorlichten door een psychiater, roept heel andere vragen op dan HLN durft te stellen. Want als een jongeman, zonder redactieraad, zonder mediabudget en zonder politieke connecties, meer maatschappelijke impact heeft dan een volledig uitgeverijconcern, wie moet er dan eigenlijk in therapie?
Tijd voor spiegeljournalistiek
De reactie van HLN is symptomatisch voor wat je krijgt als een persbedrijf zichzelf belangrijker vindt dan de waarheid. Zichzelf positioneren als slachtoffer én waakhond tegelijk, terwijl men de eigen rol in het ontstaan van de situatie vakkundig negeert. Of hoe een mediagroep zichzelf witwast in haar eigen pixels.
De enige vraag die nog overblijft: wie houdt de pers verantwoordelijk wanneer ze haar boekje te buiten gaat? Want dat is uiteindelijk wat Acid, ongeacht je mening over zijn stijl, tenminste wél doet: hij benoemt het. Ongemakkelijk of niet.
Of, om het met zijn woorden te zeggen: “This is our f*cking zomer.” En laat dat voor de klassieke media maar eens een wake-upcall zijn.