De stad Gent zet opnieuw een reeks vastgoed- en patrimoniumdossiers in de etalage.
Officieel heet het dat de stad haar middelen “efficiënter wil inzetten”. In werkelijkheid lijkt het steeds meer op een grote uitverkoop die moet verhinderen dat de stadsfinanciën definitief onder water komen te staan. De budgettaire ademruimte is weg, het investeringsritme is onhoudbaar en de schuldenberg blijft groeien. De boodschap tussen de regels: Gent moet verkopen omdat Gent anders niet meer kan betalen.
Schepen van Facilitair Management Hafsa El-Bazioui (Groen) is daarbij het gezicht van wat eufemistisch “optimaliseren” wordt genoemd. In de praktijk betekent dat: gebouwen verkopen, concessies afstoten, gronden liquideren en stadsbezit herschikken in de hoop op korte termijn ruimte vrij te maken. Het pakket wordt gepresenteerd als rationeel beheer, maar het ritme en de schaal ervan doen onvermijdelijk denken aan noodmaatregelen.
Een soldenperiode voor stadsbezit
Onder El-Bazioui’s bevoegdheid is de lijst van te verkopen panden de voorbije legislatuur almaar langer geworden. Historische panden, administratieve gebouwen, opslagruimtes, parkings, voormalige dienstencentra: alles komt in aanmerking zolang het maar opbrengt. De financiële noodzaak wordt nooit expliciet erkend, maar de timing spreekt boekdelen. De stadsrekening is kwetsbaar, en de marges om pijn te vermijden zijn verdwenen.
Politiek wordt dat verpakt als “modernisering”, maar de realiteit is harder: Gent houdt grote solden om te vermijden dat de facturen van morgen onbetaalbaar worden. Inwoners die zich afvragen waarom steeds meer publiek bezit op de markt belandt, krijgen antwoorden die variëren van circulair beleid tot “herbestemming”, maar zelden een ruiterlijk overzicht van de financiële druk die in de coulissen al jaren oploopt.
De vraag die niemand luidop stelt
El-Bazioui voert de verkoopoperaties uit, maar de vraag rijst of we hier niet het sluitstuk zien van een financieel traject dat door dezelfde partijen is ingezet die nu de noodrem proberen te bedienen. Jarenlange investeringsdrift, ideologisch gedreven beleidskeuzes en een beperkte aandacht voor structurele inkomsten hebben Gent in een situatie gebracht waarin elke meevaller welkom is — en elke steen een potentiële opbrengst vertegenwoordigt.
Groen, dat zowel lokaal als in de bredere bestuurscoalitie een bepalende rol speelde, heeft mee de budgettaire ruimte mee opgerekt tot aan de grens van wat haalbaar was. De huidige besparings- en verkooprondes zijn dan ook moeilijk te zien als louter technische correcties. Ze zijn het gevolg van beleidskeuzes die té lang zonder rem bleven, waarbij politiek prestige het vaak won van financiële duurzaamheid. El-Bazioui lijkt nu de winkel te runnen, maar de schulden die moeten worden gedicht, zijn niet uit het niets ontstaan.
Een stad die zichzelf moet afbouwen
Het resultaat is een paradox die elke Gentenaar voelt maar zelden benoemd wordt: een stad die groeit in ambities maar krimpt in eigendom. Wie het politieke discours volgt, hoort vooral optimisme over transitie, klimaat, mobiliteit en inclusie. Maar wie de boekhouding leest, ziet dat Gent die ambities enkel overeind kan houden door zichzelf stukje bij beetje te verkopen.
De structurele vraag is dan ook niet of El-Bazioui te graag verkoopt — maar waarom Gent überhaupt moet verkopen. En dan komen we automatisch uit bij de coalitie die al jaren inzet op investering zonder een duurzaam financieel model dat de kosten op lange termijn opvangt. De uitverkoop is geen keuze, maar een symptoom. En symptomen bestrijd je niet door nog meer bezittingen van de hand te doen, maar door te onderzoeken hoe de ziekte is ontstaan.
Wat mogen we concluderen?
Gent staat op het punt om zijn toekomst te financieren door zijn verleden te liquideren. Dat is geen duurzame strategie, maar een noodgreep. Zolang er geen structureel financieel plan komt dat wél in balans is, blijft de stad gedwongen om verder te verkopen — en blijft de vraag hangen of de crisis die nu bestreden wordt, niet precies het resultaat is van het beleid van dezelfde partijen die nu beweren dat ze de boel rechttrekken.
En die vraag, hoe oncomfortabel ook, verdient eindelijk een publiek antwoord.
(Foto: Gianni Barbieux/Photo News/Photo News)