Voor Francken komt kerstmis vroeg dit jaar.
Met de presentatie van de eerste in België geassembleerde Griffons, opent defensieminister Theo Francken (N-VA) een nieuw hoofdstuk in de modernisering van het Belgische leger. De investering in 382 pantservoertuigen – een project dat stevig bekostigd wordt met belastinggeld – moet niet alleen de militaire slagkracht van ons land vergroten, maar ook economische return genereren in de vorm van tewerkstelling, technologische innovatie en industriële versterking. Volgens Francken gaat het hier dus niet louter om wapentuig, maar om een strategische impuls voor de Belgische economie. “En als het niet waar is, is het goed verzonnen”, zeggen ze in Italië.
Industrieel staal op Belgische bodem
De gloednieuwe Griffons, goed voor 24,5 ton pantser per stuk, worden geassembleerd in West-Vlaanderen, bij KMO MOL CY in Staden. Die keuze voor lokale productie is geen toeval. Francken benadrukt dat Belgische bedrijven structureel deel moeten uitmaken van Europese defensieprojecten. “Vandaag rolt de toekomst van onze landmacht van de band, hier in eigen land,” klinkt het fier van onder zijn petje; waarop in vette letters “MOL” staat. Vul zelf maar in waar dat – volgens jou – voor staat. De assemblage creëerde dus tientallen jobs en wordt in regeringscommunicatie naar voren geschoven als schoolvoorbeeld van industriële herankoppeling aan militaire investeringen. Hoe belachelijk veel er wordt uitgegeven om een paar mensen aan het werk te krijgen – en anderen richting OCMW te sturen - wordt er niet bijgezegd.
De Griffon is geen losstaand voertuig, maar maakt deel uit van het Frans-Belgische CaMo-programma (Capacité Motorisée). De samenwerking met Frankrijk moet zorgen voor gestandaardiseerde systemen, gedeelde logistiek en een betere integratie van operationele capaciteiten. Het is die verregaande compatibiliteit – van hardware tot software – die het Belgische leger volgens Francken klaar moet maken voor de ‘operaties van morgen’. Of Poetin nu zit te beven, kunnen we niet bevestigen.
Van belastinggeld naar banen en technologie?
Hoewel de pantservoertuigen dus onmiskenbaar een fors prijskaartje dragen, schuift Francken het project nadrukkelijk naar voren als een investering die moet renderen op verschillende assen. “Deze uitgaven worden gefinancierd met belastinggeld,” stelt hij. “Het is dus mijn verantwoordelijkheid om te zorgen dat dat geld ook terugvloeit naar onze economie, via bedrijvigheid, jobs en innovatie.” Zou Theo dat zelf geloven? De onderhandelingen met Frankrijk over de precieze economische return lopen nog, maar Francken stelt dat de balans in het verleden te vaak scheef zat.
De Griffon moet in dat opzicht een omslagpunt markeren. De minister stelt het pantservoertuig voor als een hefboom, niet alleen voor de Belgische defensie, maar ook voor de industrie: “We mogen ons geen passieve klant meer tonen. Onze bedrijven moeten structureel mee ontwerpen, bouwen en onderhouden.”
Militair veelzijdig, industrieel wendbaar
De Griffon is ontworpen als multifunctioneel werkpaard voor de landmacht. Het voertuig kan worden ingezet voor troepentransport, medische evacuaties, commando-opdrachten en artilleriewaarneming. Het is uitgerust met een modern gevechtsinformatiesysteem dat real-time gegevensuitwisseling op het slagveld mogelijk maakt. Verder beschikt het over een rookgordijnsysteem, dat het voertuig bij dreiging snel aan het zicht kan onttrekken, met name voor drones of raketdetectie.
Luxemburg bestelde vorig jaar zestien exemplaren en sluit zich aan bij het binationale Belgisch-Luxemburgs verkenningsbataljon, een constructie die moet dienen als blauwdruk voor toekomstige Europese militaire integratie. Volgens Francken is het internationale aspect onlosmakelijk verbonden met de militaire én economische logica van het project.
Een leger in euro’s en in staal
De strategische visie over bijkomende pantservoertuigen ligt nog op tafel, maar volgens Francken is het duidelijk dat België zich verder moet uitrusten – én positioneren – in het Europese defensie-ecosysteem. De inzet? Niet alleen meer vuurkracht, maar ook industriële autonomie.
Francken presenteert zijn exuberante militaire uitgaven dus niet als een zuiver kost, maar liever als een circulaire investering. De politiek verkoopt het project als een verhaal waarin jouw belastingbijdrage – en bij uitbreiding jouw pensioen – via defensie terugvloeit in werkgelegenheid, technologie en productiecapaciteit.
Kortom: de Griffon is niet alleen een rijdend fort, het is volgens Francken ook een rijdende economische motor. Of dat klopt, zal blijken wanneer de retour op deze militaire investering zichtbaar wordt op onze balansen, en niet alleen op ons slagveld.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)