Hoe Verlinden en Jambon hun regering belagen net wanneer ze haar moeten dragen.
Op de vooravond van enkele loodzware dossiers maken Jambon en Verlinden er in stereo een puinhoop van. De ene met een kabinetschef die denkt dat hij in een backstagecomedyclub staat. De andere door te vergeten dat justitie ook bestaat buiten de partijgrenzen. Jan Jambon (N-VA) en Annelies Verlinden (CD&V) leverden deze week een masterclass in hoe je politieke schade aanricht zonder formeel je ontslag aan te bieden.
Jambon: klatergoud bij de fiscalisten
Laat ons beginnen bij Jan Jambon, de N-VA-minister die eerder bekendstaat om het zware werk dan om fijnbesnaarde politiek. Zijn kabinetschef, Wesley De Visscher, besloot begin deze week dat het tijd was om een klein boekje open te doen. Niet in de Kamer, niet op een persconferentie, maar tegen een select clubje fiscalisten in Brugge, tegen betaling dan nog. 160 euro per hoofd voor de grote middelvinger-show. Daarin gaf De Visscher geen toelichting over beleid, maar smeet hij met sappige anekdotes, halve toespelingen en directe uithalen naar coalitiepartners.
Wie er niet bij was – zoals het volledige parlement – moest het de volgende dagen doen met bitsige reconstructies en politiek stoom aflaten. Groen, PVDA, Open VLD en Vlaams Belang werden schaamteloos in het kruis getast: wat zij niet mochten weten, kregen de happy few in primeur. “Contempt of parliament”, klonk het, een parlementair statement dat meestal de voorbode is van meer dan wat verontwaardiging.
Maar neen: ondanks de ophef, de zure gezichten en de mediastorm over misprijzen en machtsmisbruik, bleef Jambon gewoon zitten waar hij zat. Geen applaus, geen schouderklopjes, zelfs geen schijn van interne steun. Maar ook geen mes in de rug van de coalitie. Dit was ergernis zonder gevolgen – een politieke storm in een alcoholvrije aperitief.
Verlinden: doofpot met CD&V-handtekening
En dan was er nog Annelies Verlinden, de CD&V-minister van Justitie met een vlekkeloos voorkomen en een verleden dat zich nu tegen haar keert. De aantijging: ze zou als minister van Binnenlandse Zaken bezwarende info over partijgenoot Pieter De Crem hebben weggemoffeld. De Crem, ooit de über-CVP’er van de Wetstraat, blijkt nu een bestuurlijk lijk in de kast van Verlinden te zijn.
In de Kamer kreeg ze woensdag een spervuur aan vragen over waarom ze als minister geen actie ondernam, ondanks signalen van haar administratie. Doch Verlinden - die een meester is in het niet antwoorden op vragen - verdedigde zich als een rasechte tjeef, Mahdi hield haar handje vast.
De Crem blijft een schaduw op haar blazoen, en net als bij Jambon blijft ook hier de schade vooral imaginaire spin in de politieke coulissen. Verlinden struikelt niet, maar wankelt wel. De vraag is vooral: hoe lang kan je op politieke goodwill teren als je ondertussen je rug naar de transparantie keert?
Eén regering, twee zere enkels
Dat beide dossiers net nu de kop opsteken, is geen toeval. De federale regering staat op het punt zich de tanden stuk te bijten op de meerwaardebelasting en een fiscale hervorming die dreigt te kapseizen onder interne tegenstellingen. Dat uitgerekend Jambons rechterhand in Brugge dat compromis al publiekelijk afbrandt, is olie op een al smeulend vuur van wantrouwen. En als dan ook nog Verlinden onder vuur komt wegens selectieve amnesie richting partijgenoten, dan dreigt het hele federale verhaal opnieuw te ontsporen in persoonlijke en partijpolitieke vetes.
Zowel Jambon als Verlinden incasseerden deze week een klap, zonder tegen de grond te gaan. Maar het signaal is duidelijk: de Arizona-coalitie staat op barsten. Het vertrouwen is broos, de deadlines slopend en de publieke opinie ongenadig.
Reputatie-inflatie als structureel probleem
Jambon wordt al jaren omschreven als iemand die eerder boomstammen dan vioolsnaren hanteert, en ook dit incident bevestigt dat beeld: weinig gevoel voor timing, nul aanvoelen van politieke subtiliteit. Verlinden, ooit binnengehaald als juridisch wonderkind, ziet zich steeds vaker verwikkeld in politieke kortsluitingen waar haar partijbelang het van de staatsbelangen wint.
Wat resteert is een federale ploeg die het moet hebben van wantrouwen in evenwicht, en van coalitiegenoten die elkaars flaters dankbaar gebruiken om hun eigen zonden te maskeren. Geen oorlog, maar wel een loopgravengevecht in de luwte. Niemand wint, iedereen bloedt.
Wat hebben we vandaag geleerd?
Met twee ministers onder vuur, een fiscale hervorming in de blender en een vertrouwensbasis die eerder op nat karton lijkt dan op beton, is de vraag niet of het schip kraakt – maar wanneer het breekt. Voorlopig houden de barsten elkaar in balans. Verlinden en Jambon blijven zitten. Niet omdat ze onschuldig zijn, maar omdat niemand anders nu op hun stoel wíl of dúrft gaan zitten.
Het federale vertrouwen situeert zich ergens tussen onverschilligheid en collectieve vermoeidheid. Maar veel marge is er niet meer. De zomer komt eraan, en wie nu geen politiek vuurwerk aflevert, riskeert straks te eindigen met lege handen en een regering die in haar eigen rook verdwijnt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)