Marc Van Ranst heeft in De Morgen een column geschreven over ‘domvolking’. Daarmee bedoelt hij niet dat de bevolking steeds dommer wordt, maar dat sociale media simpele verhalen, verontwaardiging en duidelijke vijanden belonen. Filosoof Maarten Boudry las het stuk aandachtig en bleef met één vraag zitten: heeft Marc dit eigenlijk wel zelf geschreven?
Van Ranst begint zijn column bij ene ‘Joske67851’, die onder zijn uitleg over vaccinatie verschijnt om hem een ‘omgekochte moordenaar’ te noemen en daar vervolgens meer likes mee scoort dan Van Ranst met zijn oorspronkelijke bericht. Volgens de viroloog is dat symptomatisch voor onze tijd: nuance verliest het online steeds vaker van woede, simpele verklaringen en een duidelijk aanwijsbare boeman. Van Ranst heeft er zelfs een woord voor bedacht: domvolking.
Daarna schakelt de column een versnelling hoger. We krijgen cognitieve overbelasting, wantrouwen tegenover expertise, financiële onzekerheid en sociale media die van onze boosheid een verdienmodel hebben gemaakt. Inclusief de nodige fraaie wijsheden. Complexiteit kost energie. En: Kritiek wil beter weten. Cynisme wil niet meer weten.
Allemaal keurig geformuleerd, misschien zelfs iets té keurig. Want Maarten Boudry kreeg bij het lezen blijkbaar spontaan jeuk aan zijn AI-radar. Op X richtte hij zich rechtstreeks tot Van Ranst.
“Kom op, Marc”, schrijft Boudry. Hij zegt best te weten dat Van Ranst kan schrijven en houdt zelfs rekening met verzachtende omstandigheden: misschien zat hij in tijdsnood of had hij gewoon een luie dag.
Maar daarna legt Boudry het mes op tafel. Hij vraagt Van Ranst om open kaart te spelen over hoe AI voor de column werd gebruikt en wil desnoods de prompts, eerste kladversie of bullet points zien. Of, zo vraagt hij fijntjes, bedacht Van Ranst alleen “die onnozele pun van ‘domvolking’” en vroeg hij vervolgens aan Claude om daar “een columpje rond te schrijven”?
En omdat een prik blijkbaar altijd nog een klein beetje dieper kan, voegt Boudry er nog een PS aan toe: “Mensen voor dommeriken verslijten werkt altijd uitstekend in de wetenschapscommunicatie.” Touché.
Heeft Van Ranst dan AI gebruikt? Dat weten we uiteraard niet zeker, wij zaten niet bij Van Ranst aan zijn bureau. En zolang Van Ranst zelf niet vertelt hoe de column tot stand kwam, kunnen we dat ook niet weten.
Dat de tekst kenmerken bevat die je tegenwoordig vaak bij AI tegenkomt, is op zichzelf geen bewijs. Taalmodellen houden van keurige tegenstellingen, drieslagen en korte zinnetjes. Mensen deden dat alleen al een paar duizend jaar voordat Claude werd geboren ook al.
Van Ranst kan dus alles zelf geschreven hebben. Hij kan AI gebruikt hebben om een eigen tekst wat op te poetsen. Of hij kan Claude inderdaad aan het werk hebben gezet nadat hij zelf op ‘domvolking’ was gekomen.
Boudry heeft in ieder geval een eenvoudige oplossing: laat maar zien hoe de worst gemaakt werd. En zo hebben we plots een heerlijk modern tafereel. Een viroloog schrijft een column over een samenleving waarin we steeds sneller reageren en steeds minder nadenken. Een filosoof reageert daarop via X met de beschuldiging dat de viroloog misschien een computer heeft laten nadenken.
Nu wachten we alleen nog op Joske67851: die weet ongetwijfeld precies hoe het zit.
Kom op, Marc (@vanranstmarc), ik weet best dat je wel kunt schrijven. Misschien zat je deze keer in tijdsnood of had je gewoon een luie dag. Kan iedereen overkomen.
Dus speel eens open kaart: hoe heb je AI precies gebruikt voor deze column? Ben je bereid je prompts te delen,… https://t.co/SpMPM2dycR pic.twitter.com/MEc4A0eIAV— Maarten Boudry (@mboudry) September 4, 2026