Discriminatie op de huurmarkt bestaat. Dat valt moeilijk te ontkennen. Alleenstaanden, jonge gezinnen en mensen met een minder ‘stabiel’ profiel merken al snel dat ‘iedereen welkom’ vaak vooral een holle slogan is. Dat probleem is reëel. Punt. Maar zoals zo vaak in Belgistan dreigt de voorgestelde oplossing door geniale Melissa Depraetere minstens even log te worden als het probleem zelf.
Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere wil praktijktesten invoeren op de huurmarkt. In mensentaal: nephuurders die huisbazen contacteren om te checken of iedereen wel netjes en correct behandeld wordt. Op papier klinkt dat nobel. In de praktijk ruikt het vooral naar een klassiek Belgisch scenario: een nieuw controlesysteem, met nieuwe functies, nieuwe procedures en vanzelfsprekend: nieuwe ambtenaren.
Want laat ons eerlijk zijn: zo’n systeem werkt alleen als het ook echt wordt uitgevoerd. En wie de Belgische overheid een beetje kent, weet hoe dat meestal loopt. Er komt een dienst, een coördinator, een protocol, een handleiding en een powerpointpresentatie. Daarna volgt er één controle om de vier maanden. Net zoals bij RIZIV-inspecties, fiscale controles en zowat elke andere vorm van toezicht in dit land.
Als die toekomstige huurmarktcontroleurs hetzelfde tempo aanhouden, zijn er twee opties. Ofwel werft men er massaal nieuwe mensen voor aan, ofwel blijft het bij een symbolische maatregel die vooral goed oogt in een beleidsnota. En iedereen weet welke optie de Belgische overheid het liefst kiest: personeel aannemen. Controle is optioneel, structuren zijn heilig.
Het wrange is dat dit allemaal gebeurt op een moment waarop burgers financieel al behoorlijk op de rooster liggen. Nieuwe belastingen, hogere bijdragen en creatieve heffingen volgen elkaar in sneltempo op, zogezegd om de staatskas te redden. Alleen zien we keer op keer hetzelfde patroon: dat geld verdwijnt niet in schuldafbouw, maar in steeds uitgebreidere administraties, nieuwe diensten en een groeiend leger van controlemechanismen. De overheid wordt geen slanke scheidsrechter, maar een bodybuilder met een controlefetisj.
Niemand verdedigt huisbazen die effectief discrimineren. Dat hoeft ook niet. Maar wat hier dreigt te gebeuren, is dat elke verhuurder automatisch als potentiële overtreder wordt behandeld. Alsof iedereen met een appartement plots verdacht is, tot het tegendeel bewezen is. Terwijl de realiteit vaak veel prozaïscher is: honderd kandidaten voor één woning, één keuze, negenennegentig teleurgestelden. En ja, dan wordt er gekeken naar inkomen, stabiliteit en risico. Dat is niet mooi, maar het is menselijk gedrag in een oververhitte markt. Dat volledig willen wegreguleren met tests en sancties is geloven dat je schaarste kan oplossen met formulieren en inspecteurs.
Wat men er zelden bij zegt, is dat elke nieuwe regel verhuren gewoon minder aantrekkelijk maakt. Meer risico, meer papierwerk, meer kans op boetes. Het gevolg laat zich raden: minder mensen die nog willen verhuren, minder aanbod en hogere prijzen. En dan begint de cirkel opnieuw, want minder aanbod leidt tot meer frustratie, en dus tot nog meer roep om controle.
Oppositiepartijen zoals Groen, bij monde van Fourat Ben Chikha, roepen dat praktijktesten ‘de enige oplossing’ zijn. Dat klinkt daadkrachtig, maar iedereen die België kent, weet hoe zo’n ‘enige oplossing’ eindigt: een pilootproject, een evaluatie, een bijsturing, een uitbreiding, een structurele verankering en een budgetverhoging. Ondertussen blijft die alleenstaande moeder zoeken naar een betaalbaar appartement, terwijl de overheid vooral zichzelf aan het organiseren is.
Misschien is de vraag die niemand echt durft stellen niet hoe we huisbazen nóg beter kunnen controleren, maar waarom betaalbare woningen zo schaars zijn geworden en waarom verhuren almaar complexer wordt gemaakt. Discriminatie aanpakken is noodzakelijk, absoluut. Maar meer overheid is niet automatisch betere overheid.
Soms groeit niet de rechtvaardigheid, maar gewoon de administratie. En die huurt zelden bij jou.