Iedereen gelijk voor de wet, behalve als je Bouchez heet.
In een democratie waar gelijkheid voor de wet de norm zou moeten zijn, blijft het opmerkelijk hoeveel uitzonderingen sommigen zichzelf menen te mogen toe-eigenen. Laat ons eens inzoomen op Georges-Louis Bouchez, voorzitter van de MR, die zich plots geconfronteerd ziet met een ongemakkelijke vraag: hoe komt het dat een partijwagen waarin zijn chauffeur tientallen keren werd beboet, plots kon rekenen op een parkeerkaart voor gehandicapten?
Volgens Bouchez: "Ik wist niet eens dat die kaart er lag." Een zinnetje dat een cynische déjà-vu oproept uit een ander, donkerder tijdperk. (Gespeelde) onwetendheid is volgens ons geen vrijgeleide wanneer je betrapt wordt.
Tientallen boetes, dan plots geen meer
Uit onderzoek van weekblad ‘Le Vif’ blijkt dat de Mercedes CLA — een dienstwagen van de partij, bestuurd door Bouchez’ chauffeur — in 2024 niet minder dan 26 parkeerboetes kreeg. Telkens in de buurt van de privéwoning van Bouchez in Bergen. Maar ergens in december hield dat plots op: op het dashboard van de dienstwagen verscheen een parkeerkaart voor gehandicapten, waarmee je in Bergen gratis en zonder bewonerskaart mag parkeren.
Vanaf februari regende het opnieuw boetes: de kaart bleek niet meer geldig.
Wat intussen boven water kwam: de kaart was uitgegeven aan de inmiddels overleden vader van de chauffeur. Die man werd naar verluidt wél af en toe vervoerd in de dienstwagen. Maar dat is cruciaal: de kaart is enkel geldig als de persoon met de handicap ook werkelijk vervoerd wordt. Niet voor familiebezoek, niet voor gemak, en zeker niet voor dagelijks parkeren bij partijvoorzitters thuis.
Bouchez wist van niets
De voorzitter zelf wast de handen in onschuld. Hij noch zijn vriendin, zo zegt zijn woordvoerder, zouden ooit gemerkt hebben dat de kaart in het voertuig lag. Nochtans werd het voertuig ook af en toe door hen bestuurd, “om de chauffeur te helpen.” Verdorie toch, dat een man die altijd alles weet, beter weet, en teglijk voor alles een oplossing heeft, faalt als het over zijn eigen auto gaat. Ach ja, je kent dat wel: bij de loodgieter thuis lekt de kraan. Toch?
Het gaat bovendien om een wagen van de partij, niet echt van Bouchez zelf. Tenzij je Bouchez en de partij als één en ondeelbaar beschouwt. Hoe dan ook, hij kon die bewonerskaart niet zelf aanvragen - als hij dat ook al eigenhandig zelf zou doen. De verklaring is handig, maar roept vooral nieuwe vragen op. Want als zelfs een MR-partijvoorzitter niet weet wat er zich onder zijn neus afspeelt — laat staan onder zijn ruitenwisser — waarom zouden anderen dan wél verantwoordelijk gehouden worden voor wat ze doen met andermans parkeerkaart?
De administratieve dienst van MR verwijst verder alle vragen door. Wanneer de vader precies overleed, of welke medische situatie de kaart rechtvaardigde, blijft onbekend. Discretie in familiale kwesties, zegt men dan. Maar tegelijk wordt wel impliciet verdedigd waarom een kaart maandenlang onrechtmatig gebruikt werd.
Wie boven de wet leeft, haalt de onwetendheid boven
Het voorval is op zichzelf geen staatszaak. Maar het kadert wél in een hardnekkig patroon: bepaalde gezagsdragers gedragen zich alsof regels optioneel zijn — tenzij men hen erop betrapt, dan geldt plots de kaart van de onschuldige onwetende.
“We hebben stappen ondernomen”, klinkt het vanuit de woordvoering. Welke stappen, tegen wie, met welk gevolg? Ook dat blijft onduidelijk. Transparantie is duidelijk geen prioriteit — tenzij wanneer het andermans dossiers betreft.
De ware les van dit relletje is dus even wrang als voorspelbaar: sommigen denken niet alleen dat ze meer zijn dan anderen, maar ook dat ze meer mogen. En als ze dan eindelijk eens op de vingers getikt worden, grijpen ze naar het oudste verdedigingsreflex uit de politieke handboekjes: “Ich habe das nicht gewusst.”
Wie telkens opnieuw ‘niets wist’, weet uiteindelijk vooral hoe goed hij ermee wegkomt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)