In een gemeentelijke basisschool in Molenbeek is een technisch medewerker uit zijn functie gezet na beschuldigingen van ongewenst aanraken bij twee kleuters. Burgemeester Cathérine Moureaux bevestigde de feiten woensdag in de gemeenteraad en spreekt van "ernstige feiten".
Het verhaal begon bij een moeder die zich maandenlang niet gehoord voelde. Haar twee kinderen — drie en vier jaar oud — zouden in december vorig jaar ongewenst zijn aangeraakt door een technisch medewerker van de gemeentelijke basisschool in Sint-Jans-Molenbeek. De moeder diende klacht in bij de politie én sprak de schooldirectie aan, maar had het gevoel dat haar bezorgdheden nergens terechtkwamen.
Gemeenteraadslid Hamza Zibouh van de partij Team Fouad Ahidar (TFA) bracht de zaak woensdag naar de gemeenteraad. "Het verhaal is ons ter ore gekomen via de mama van twee kleuters, die zich door de directie en het secretariaat van de school niet gehoord voelde", vertelde hij bij zijn interpellatie.
Medewerker verplaatst, maar nog in dienst
Burgemeester Cathérine Moureaux (PS) reageerde in de gemeenteraad en bevestigde dat het inderdaad om ernstige feiten gaat. Volgens haar heeft de directie snel ingegrepen: de betrokken medewerker werkt niet meer op de school, maar werd verplaatst naar een andere gemeentelijke dienst.
Moureaux voegde daaraan toe: "Ik heb onmiddellijk gevraagd om deze persoon alle contact met kinderen te verbieden." De medewerker had geen pedagogische rol — het gaat om technisch personeel van de gemeente.
Zibouh is duidelijk over wat er van de gemeente verwacht wordt: "Wij eisen een strenge reactie van het college: technisch personeel mag nooit kleuters aanraken, wat ook hun intentie is."
Gerechtelijk onderzoek loopt
Volgens burgemeester Moureaux loopt er een gerechtelijk onderzoek. Zowel het Brussels parket als de politiezone Brussel-West weigeren commentaar te geven, gezien de aard en gevoeligheid van de feiten.
De zaak werpt vragen op over de interne communicatie binnen de school en hoe klachten van ouders worden behandeld. Dat de moeder zich maandenlang niet gehoord voelde, is voor Zibouh en zijn fractie minstens even zorgwekkend als de feiten zelf.