De raadkamer in Antwerpen besliste deze week dat de politieman die betrokken was bij de dodelijke schietpartij in Merksem in 2022 buiten vervolging wordt gesteld. Daarbij kwam Yannick Verdyck om het leven. Het dossier werd afgesloten met het klassieke etiket wettige zelfverdediging. De familie gaat in beroep. En eerlijk? Het debat mag daar niet stoppen.
Want achter dit juridische punt staat een verhaal dat wringt. Hard.
De inval gebeurde in het holst van de nacht, door speciale eenheden, in de woning van een Antwerpse goudhandelaar. De aanleiding: een lopend onderzoek waarin Verdyck, samen met andere zogeheten preppers, mogelijk een terroristische aanslag zou plannen. Dat woord ‘prepper’ kreeg plots het gewicht van een misdrijf. Alsof wie zich voorbereidt op noodsituaties automatisch een extremistische intentie heeft.
Dat roept vragen op. Terechte vragen. Moeten we mensen die tijdens de coronacrisis wc-papier insloegen dan ook onder verhoogd dreigingsniveau plaatsen? Is zelfredzaamheid plots verdacht? En sinds wanneer is “voorbereid zijn” een aanwijzing voor terrorisme?
Zelfs als je aanneemt dat het gerecht ernstige vermoedens had, wat op zich al voer is voor debat, blijft de manier waarop cruciaal. Waarom ’s nachts? Waarom een zwaarbewapende inval bij iemand die bekendstond als een rustige, doodbrave kerel? Waarom geen arrestatie overdag, op straat, op kantoor, met minimale risico’s?
En dan is er nog de context die te weinig wordt benoemd. Yannick Verdyck was goudhandelaar. Goud is geen verzameling ‘jatten en teljoren’. Het is waardevol, gegeerd en maakt mensen automatisch doelwit van overvallen. Als er dan ’s nachts luidruchtig wordt binnengevallen door mannen die ook nog eens Frans spraken, is het niet ondenkbaar dat iemand in paniek wakker schrikt: dit zijn geen agenten, dit zijn inbrekers.
Zelfs áls Verdyck als eerste zou hebben geschoten, iets wat nog altijd onderwerp van discussie is, blijft de ultieme vraag overeind: was dodelijk geweld onvermijdelijk? Of was dit een scenario dat van bij de start onnodig op scherp werd gezet?
Het gerecht zegt nu: dossier gesloten. De agent handelde correct. Punt. Maar voor veel burgers voelt dat antwoord te eenvoudig. Want wanneer de staat ’s nachts je deur intrapt en het eindigt met een dode, dan mag — nee, moet! — de lat voor proportionaliteit, communicatie en timing bijzonder hoog liggen.
De familie van Verdyck gaat in beroep, en terecht. Niet alleen om juridische redenen, maar ook om morele. Omdat dit dossier groter is dan één beslissing in de raadkamer. Het gaat over vertrouwen. Over de vraag of je als burger nog veilig bent in je eigen huis. En over waar de grens ligt tussen veiligheid garanderen en zelf onveiligheid creëren.
Misschien is dat de meest ongemakkelijke vaststelling van allemaal: dit verhaal gaat niet alleen over een prepper, een goudhandelaar of een politieman. Het gaat over wat er kan gebeuren wanneer aannames, angst en macht elkaar in het midden van de nacht kruisen.
En dat verdient meer dan een voetnoot.