De grote dada van N-VA en MR rijdt zich vast in de werkelijkheid: verschil tussen werken en niet-werken blijkt al 500 euro.
Ergens in een Brussels vergaderzaaltje zitten ze te rekenen, te schuiven, te mompelen. De cijfers dansen over de tafels. De begroting moet weer dicht, het volk moet ons geloven. En daar komt het — dat oude stokpaardje, de heilige spreuk van de werkenden klasse: werken moet lonen.
Zeg dat nog eens, luid en fier: werken moet lonen!
Maar wat blijkt nu? Uit een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen: werken loont al. Jawel. Het verschil tussen iemand die werkt en iemand die niet werkt is gemiddeld al zo’n 500 euro netto per maand. Soms duizend. Soms zelfs tweeduizend. En dus rijst de vraag: waar zijn we in hemelsnaam nog op aan het wachten?
De zotten die werken blijken dus niet zo zot
Lang hebben we het geloofd, dat de belastingdruk ons tot wandelende melkkoeien maakte. Dat werken nauwelijks loonde. Dat de werkmens domweg werd uitgeknepen tot hij nog enkel kon hopen op een job in Nederland.
Maar neen. De cijfers tonen: wie werkt, houdt effectief meer over. Veel meer zelfs.
Dat komt, zeggen de onderzoekers, door de werkbonus. Een technocratische term, maar het betekent in mensentaal: de overheid geeft je wat geld terug als je blijft buffelen. Een soort beloning voor niet-opgeven. Een aai over de rug in eurovorm.
De barst in de mythe
Toch zijn er uitzonderingen. Ongeveer vier procent van de niet-werkenden zou, als ze een job aannemen aan het minimumloon, minder dan 500 euro extra overhouden. En een kleine anderhalf procent zou er zelfs op achteruitgaan.
Ja, dat kan dus: werken en armer worden.
Dat zijn de statistische pechvogels, de kleine voetnoten van het systeem.
Maar in het algemeen — zegt de studie — is dat beeld van “de werkende zot” gewoon niet waar. Werken loont, punt. Alleen loont het niet altijd in vrije tijd, mentale rust of fatsoenlijke kinderopvang.
“Met een kanon op een mug schieten”
Onderzoekster Elise Aerts van het CSB zegt het bij HLN heel droog: “Als de bedoeling van een lastenverlaging is om de stap naar werk financieel aantrekkelijker te maken, dan schiet je eigenlijk met een kanon op een mug.”
De boodschap is duidelijk: het probleem zit niet in het loonbriefje, maar in alles eromheen.
Te weinig opvang. Te veel papierwerk. Te weinig jobs voor wie de verkeerde diploma’s heeft.
De overheid kijkt naar de cijfers, terwijl het leven zich afspeelt tussen de regels van de spreadsheet.
De politiek die niet kan tellen zonder te dromen
Maar natuurlijk – wat had je gedacht – in de Wetstraat laat niemand zijn favoriete toverformule zomaar los. MR roept dat de studie onvolledig is, want — jawel — er zijn ook sociale voordelen. Lagere energietarieven, sociale huisvesting, medische kortingen. Als je dat allemaal optelt, zeggen ze, kan iemand met een uitkering soms beter af zijn dan iemand met een laag loon.
Een discussie die al zo oud is als het concept ‘begroting’.
Aerts nuanceert: “Dat gebeurt, maar zelden. De meeste mensen winnen nog steeds bij werken.”
Toch houdt de MR vol dat de vergelijking scheef zit. Want wie werkt, moet ook betalen voor benzine, kinderopvang, werkoutfits. Alsof een job een soort dure hobby is die men enkel met veel overtuiging volhoudt.
De heilige lastenverlaging
Ondertussen schuiven de onderhandelaars voort. De N-VA en CD&V blijven vasthouden aan hun droom: de lasten op arbeid moeten omlaag.
Premier De Wever wil zelfs de kalender vervroegen — sneller verlaging, sneller applaus.
CD&V-voorzitter Sammy Mahdi gooit er nog een economische redenering bovenop: minder lasten, meer groei. Het Planbureau voorspelt een groei van 1,4 procent tegen 2029, en dat vooral dankzij die verlaging. Een beetje alsof men zegt: “Als we nu even minder afpakken, gaat iedereen vanzelf harder lopen.”
Het klinkt mooi. En ergens klopt het. Misschien. De meeste mensen werken al voor meer geld. Het probleem is niet dat ze te weinig overhouden. Het probleem is dat ze er te veel voor moeten laten.
De dans van de cijfers
Dus ja — werken loont. Al loont het niet altijd in vrede, noch in tijd, noch in nachtrust.
De regering wil bewijzen dat ze de werkmens helpt, terwijl die werkmens intussen gewoon doet wat hij altijd al deed: opstaan, doorzetten, hopen dat het volgende loon niet alleen de rekeningen betaalt, maar ook de stilte in zijn hoofd.
En ergens, in een Excelbestand van het ministerie, klopt het allemaal perfect.
Alleen, beste politici: het echte leven rekent met andere cijfers.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)