Volgende jaar wordt een scharnierjaar voor ons pensioen.
Vanaf 2026 gaan voor (toekomstige) gepensioneerden een reeks ingrijpende veranderingen in. De federale pensioenhervorming loopt pas echt warm vanaf 2027, maar het komende jaar vormt duidelijk een overgangsjaar waarin nieuwe regels worden ingevoerd en bestaande voordelen worden afgebouwd. Wie met pensioen gaat, of dat overweegt, zal zijn planning opnieuw moeten bekijken. Wees goed geïnformeerd, want Sterke Jan heeft er alles aan gedaan om het je moeilijk te maken.
Nieuwe pensioenbonus: langer werken loont, maar niet voor iedereen
De federale regering wil Belgen stimuleren om langer aan het werk te blijven. Vanaf 1 januari 2026 kan een nieuwe pensioenbonus worden opgebouwd, die effectief wordt uitbetaald aan wie vanaf 1 januari 2027 met pensioen gaat en blijft werken ná de wettelijke pensioenleeftijd (66 jaar, vanaf 2030: 67 jaar).
Die bonus is echter niet automatisch. Er gelden strikte loopbaanvoorwaarden:
- minstens 35 loopbaanjaren met telkens minimaal 156 gewerkte dagen;
- in totaal 7.020 gewerkte dagen over de volledige carrière.
Voor wie halftijds werkte, betekent dat in de praktijk een loopbaan van ongeveer 45 jaar. Voltijds werkenden bereiken die grens na ongeveer 30 jaar. Periodes van ziekte, moederschapsrust, zorgverlof en tijdelijke werkloosheid tellen mee; gewone werkloosheid niet.
De bestaande pensioenbonus uit de tijd van de regering-De Croo verdwijnt op 1 januari 2026. Wie die al opgebouwd heeft, verliest ze niet, maar kan ze later nog laten uitbetalen.
Nog geen straf in 2026, wel op komst vanaf 2027
In 2026 blijft vervroegd stoppen met werken financieel nog mogelijk zonder pensioenmalus. Die strafmaatregel gaat pas in vanaf 2027 en geldt enkel voor wie niet aan de loopbaanvoorwaarden voldoet.
De malus verschilt per geboortejaar:
- geboren vóór of in 1960: geen vermindering;
- 1961–1965: –2 procent per jaar vervroeging;
- 1966–1974: –4 procent per jaar;
- vanaf 1975: –5 procent per jaar.
De boodschap is duidelijk: wie vroeger stopt zonder voldoende loopbaanjaren, zal dat structureel voelen in zijn pensioenbedrag.
Indexering onder druk, hoge pensioenen afgeremd
De spilindex werd eind 2025 overschreden, waardoor pensioenen in maart 2026 nog met 2 procent stijgen. Later dat jaar wordt naar verwachting opnieuw een indexoverschrijding bereikt, maar dan treedt de zogeheten ‘centenindex’ in werking. Pensioenen boven 2.000 euro bruto worden dan slechts beperkt geïndexeerd: maximaal 40 euro, ongeacht de hoogte van het pensioen.
Daarnaast blijft het maximumpensioen bevroren tot 2029 op 8.291 euro bruto per maand. Pensioenen boven 5.250 euro worden bij de komende indexeringen extra afgeremd.
Geen welvaartsaanpassing, afbouw ambtenarenvoordelen
Tot 2029 wordt geen geld voorzien voor de welvaartsenveloppe. Dat betekent dat pensioenen enkel nog de index volgen en niet extra worden opgetrokken om de stijgende levensstandaard bij te benen.
Ook de perequatie voor ambtenarenpensioenen – waarbij gepensioneerden meeprofiteerden van loonsverhogingen bij actieve ambtenaren – wordt in 2026 afgeschaft. Daarmee wil de regering de kloof tussen ambtenarenpensioenen en die van werknemers en zelfstandigen verkleinen.
Praktische en fiscale wijzigingen
Vanaf 2026 verdwijnt ook de cashuitbetaling van pensioenen door de postbode. Pensioenen worden voortaan via overschrijving of circulaire cheque uitbetaald.
Voor aanvullende pensioenen geldt voortaan een vaste solidariteitsbijdrage van 2 procent, ongeacht het bedrag. Daarnaast wordt het minimumrendement op aanvullende pensioenen verhoogd naar 2,5 procent.
Tot slot stijgt de Wijninckxbijdrage voor hoge aanvullende pensioenen fors: van 3 procent naar 12,5 procent. Die maatregel treft vooral bedrijfsleiders en werkgevers met hoge pensioenopbouw.
Conclusie: 2026 is een scharnierjaar
2026 markeert geen breuk, maar wel een duidelijke koerswijziging. De overheid zet sterker in op langer werken, remt hoge pensioenen af en beperkt automatische stijgingen. Voor wie dicht bij pensioen staat, wordt timing cruciaal. Wie zijn pensioen plant alsof alles bij het oude blijft, komt bedrogen uit.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)