RIZIV krijgt opdracht voor diep ingrijpende voorstellen.
De federale regering gaat de geldkraan richting gezondheidszorg niet volledig dichtdraaien, maar zet wel koers naar een stevige besparingsoperatie. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) heeft het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) formeel gevraagd om tegen oktober besparingsmaatregelen te formuleren die opgeteld 907 miljoen euro moeten opleveren. De opdracht werd ‘discreet’ goedgekeurd tijdens de ministerraad van 17 juli en vormt een belangrijke aanloop naar de federale begrotingsonderhandelingen in het najaar.
Besparen in vier trappen
De gevraagde besparing is niet louter een verre wens. In de gevraagde 907 miljoen euro zijn al 264 miljoen euro aan eerder vastgelegde maatregelen meegerekend. Daarnaast verwacht de regering extra besparingen ten belope van 275 miljoen euro binnen het geneesmiddelenbudget — een segment dat al jarenlang onder druk staat door de stijgende kost van innovatieve therapieën en dure kankermedicatie.
Een bijkomende besparing van 25 miljoen euro moet gerealiseerd worden bij de ziekenfondsen, terwijl 200 miljoen euro wordt geviseerd binnen het luik van de geneeskundige verstrekkingen en de organisatie van het ziekenhuislandschap. Dat laatste kan wijzen op een herstructurering van ziekenhuisnetwerken, rationalisering van zorgaanbod of een rem op technische prestaties. Het is aan het RIZIV om hierover voorstellen uit te werken. Vrij vertaald: “Ik, Frank Vandenbroucke ga 907 miljard euro besparen en dat mogen jullie zelf oplossen en bepalen en waar en heo je dat gaat doen.”
Automatische groei volstaat niet meer
De budgetten voor gezondheidszorg stijgen jaarlijks automatisch via de zogenaamde groeinorm, die in 2026 werd vastgelegd op 2 procent. Concreet betekent dat een structurele toename van 1,546 miljard euro tot een totaalbudget van ruim 41,5 miljard euro. Maar volgens de jongste ramingen zal die groeimarge onvoldoende zijn om de toegenomen zorgvraag, vergrijzing en inflatiegerelateerde kosten op te vangen. De eerder genomen maatregelen van 264 miljoen euro bleken al ontoereikend, waardoor bijkomende ingrepen zich opdringen.
De intentieverklaring van Vandenbroucke aan het RIZIV is dan ook geen vrijblijvende denkoefening, maar een politieke richtlijn: wie in de herfst van 2025 met de begroting aan de slag wil, zal een stevig pakket zorgbesparingen op tafel moeten leggen. De operatie zal politiek gevoelig liggen, zeker omdat ze de facto neerkomt op een verkapte rem op het zorgaanbod en potentieel op de toegankelijkheid van bepaalde prestaties.
Moeilijke evenwichtsoefening
De uitdaging bestaat erin om binnen een context van stijgende zorgnoden, verouderende bevolking en personeelstekorten het systeem betaalbaar te houden zonder de fundamenten ervan uit te hollen.Dat zijn een heleboel dure woorden. Vandenbroucke speelt het spel technisch, met een mix van besparingsposten gespreid over verschillende actoren in het zorgveld. Toch is het weinig waarschijnlijk dat de sector deze ‘oefening’ zal smaken.
De ziekenfondsen staan al jaren onder druk om hun werkingskosten te verlagen, terwijl het geneesmiddelenbeleid steevast op gespannen voet leeft met de belangen van de farmaceutische sector. Ziekenhuizen kreunen intussen onder personeelstekorten en stijgende loonkosten. Elk besparingssignaal wordt er onvermijdelijk vertaald in minder zorgcapaciteit of hogere werkdruk.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)