Werkloosheidsknip op 1 januari wankelt – chaos lonkt achter de coulissen.
Op paaszondag werd het nog geserveerd als ‘koninginnenstuk’ van de regering-De Wever, maar het is nu al een Belgische klassieker geworden: het plan sputtert nog voor het is uitgerold. De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen – jawel, die fameuze sociale schoktherapie waarbij 113.000 langdurig werklozen op 1 januari hun uitkering verliezen – dreigt uit te draaien op een administratieve nachtmerrie, een politiek pijnpunt en een sociale valkuil in één.
Minister van Werk David Clarinval (MR) kwam met een wel heel erg Belgische mededeling: het plan gaat door, zegt hij, maar misschien niet helemaal. Of alleszins niet ineens. Misschien in stukjes. In golven. In fases.
1 januari was heilig. Nu is het hoogstens een richtdatum.
De bedoeling was glashelder. Wie langer dan twee jaar werkloos is, valt per 1 januari 2026 zonder dop. Behalve kunstenaars, zorgstudenten, en 55-plussers met een carrière die je met een mammoettanker moet meten. Het hele plan moest de federale kas lucht geven en de lamlendigheid van “dop als levensstijl” een halt toeroepen, dixit De Wever zelf. België moest eindelijk af van zijn status als laatste bastion van eindeloos gratis werkloos zijn.
Maar de realiteit is minder rechtlijnig. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) – het overgefinancierde, ondergeautomatiseerde werkloosheidsbrein van dit land – slaat alarm in een interne nota: het is technisch quasi onmogelijk om het hele circus tegen 1 januari operationeel te krijgen.
De reden? Computers. Nee? Jawel. Voor een maatregel met zo’n sociale impact, moet eerst – hou je vast – de volledige arbeidsgeschiedenis van elke betrokken werkloze handmatig geverifieerd worden. De RVA zou volgens insiders maanden nodig hebben om dat überhaupt correct op poten te zetten. En dat terwijl het parlement de wet zelfs nog niet goedgekeurd heeft. Als België ergens wereldkampioen in is, dan wel in wetten aankondigen die nog niet bestaan.
En dan zijn er nog de OCMW’s…
Er is nog een risico op: de overbelasting van de OCMW’s. Want wat gebeurt er als je tienduizenden mensen zonder uitkering zet? Juist: ze kloppen aan bij het lokaal loket voor een leefloon.
Volgens de ramingen zal één op de drie uitgesloten werklozen zich melden bij het OCMW. Dat betekent: extra papierwerk, wachtrijen, sociale drama’s en gemeentebesturen die met de rekenmachine in de hand naar Brussel kijken.
De federale regering heeft alvast wat snoepgoed klaargelegd: 50 miljoen euro om dit en volgend jaar de OCMW’s te compenseren. Dat bedrag stijgt tegen 2029 tot 527 miljoen euro. Maar zoals dat gaat in de Belgische politiek: de middelen komen traag, en de dossiers snel. Vraag dat maar aan eender welke OCMW-voorzitter in een centrumstad met een werkloosheidsgraad die op olympisch niveau opereert.
De wet komt er, de impact... misschien later
Officieel blijft Clarinval op het pad: “De wet komt er op 1 januari.” Alleen, zegt hij er nu bij, zal de toepassing wellicht “gefaseerd” verlopen. Dat betekent concreet: geen collectieve kogel op 1 januari, maar een soort dossier-per-dossiervuurwerk. De RVA verstuurt pas in oktober of november de eerste brieven naar de betrokken werklozen. En ook dat nog onder voorbehoud dat de software het niet laat afweten.
De regering denkt aan een systeem waarbij werklozen in blokken worden opgeroepen, zoals vroeger bij militaire keuringen: groep A in januari, groep B in maart, enzovoort. Of hoe men de befaamde sociale breuklijn met chirurgische traagheid wil uitvoeren.
Politiek dynamiet
Het getalm is niet zonder politieke risico’s. Want deze hervorming zit verstrengeld met een ander explosief dossier: de invoering van de meerwaardebelasting voor de rijkere burgers – een maatregel die vooral de linkerflank in de Arizona-coalitie zwaar op de maag ligt. Beide hervormingen moesten op 1 januari gelijktijdig van start gaan, zodat de ene ingreep – de beperking van werkloosheidsrechten – gecompenseerd kon worden met een symboolmaatregel voor “sterke schouders”.
Maar als de uitkeringsstop wordt gefaseerd, verliest de timing van die meerwaardebelasting haar alibi. En in het politieke spelletje van geven en nemen is timing alles.
De Wever in de knoop met zijn pronkstuk
Voor premier Bart De Wever dreigt de ‘koningin’ van zijn paasakkoord dus met een scheve kroon het nieuwe jaar in te gaan. Zijn poging om België af te stemmen op de Noord-Europese werkethiek dreigt te verzanden in de typische Belgische impasse: een wet zonder tanden, een deadline zonder middelen, een hervorming zonder uitvoeringskracht.
(Foto: Shutterstock)