Het begon met een simpele vraag van onze buurman. Hij rijdt met een Tesla Model X, dus je weet hoe laat het is: laden, range, apps en ‘je wil nooit meer terug’. Ik ben momenteel een week onderweg met een Kia EV4 voor onze rubriek ‘Voor jou getest’. Prima wagen. Echt. Ruim, degelijk afgewerkt, goeie actieradius, geen gedoe. Zo’n auto die exact doet wat hij moet doen. En toen vroeg hij: “Stel dat je vanaf morgen verplicht elektrisch moet rijden. Geen benzine meer. Zou je deze kopen?”
Mijn antwoord kwam sneller dan verwacht: nee. Niet omdat die Kia slecht is. Integendeel. Maar omdat er iets ontbreekt dat je niet in cijfers kan uitdrukken. Emotie.
Die EV4 brengt je zonder stress van A naar B. Stil, vlot, efficiënt. En die EV4 heeft ook nog eens een erg mooie actieradius. Maar dat is ook meteen het probleem: hij doet alleen dat.
Als je een autofreak bent, wil je meer. Je wil een reden om een omweg te maken. Je wil dat een auto iets met je doet. Dat je ’s ochtends instapt en denkt: ja, komaan. Dat gevoel? Dat is bij veel elektrische auto’s gewoon… weg gefilterd.
Er zijn uitzonderingen. Gelukkig. Ik heb een paar elektrische vehikels gereden die wél iets losmaken. De Ford Mustang Mach-E GT bijvoorbeeld. Verrassend leuk, typisch Ford. Alleen: het blijft een SUV. En dat is nu eenmaal niet mijn ding.
Dan was er de Alfa Romeo Junior Veloce. Dat ding leefde. Lichtvoetig, speels, een beetje ondeugend zelfs. Eindelijk nog eens iets dat niet aanvoelde als een huishoudtoestel op wielen, ook al staat die eveneens iets te hoog op zijn poten.
Tot je naar de actieradius kijkt. 240 kilometer in de praktijk. Dat is geen bereik, dat is een planning. Dat weekend wilden we naar Bouillon, middeleeuws festival, beetje sfeer opsnuiven… en ik had nul zin om mijn dag te plannen rond laadpalen. Dus wat doe je dan? Je breekt die ‘testweek’ eerder af en je neemt gewoon je eigenste BMW 128ti om naar Bouillon te bollen.
Ironisch genoeg kwam de beste elektrische ervaring van… BMW. Mijn merk dus. Toeval of niet? De BMW i4 is snel, rijdt strak, stuurt direct, geeft je het gevoel dat-ie bij zijn nekvel gegrepen wil worden en heeft een actieradius waar je effectief iets mee kan doen. Dat ding komt dicht in de buurt van wat een auto moet zijn.
Alleen zit ik nog altijd met dat ‘vierdeurs coupé’-verhaal. Voor mij is een coupé iets met twee deuren. Punt.
Als ik morgen móét overstappen, wacht ik waarschijnlijk op de nieuwe BMW i3 sedan. Dat lijkt me de eerste EV die alles combineert: looks, bereik en hopelijk – al zal dat, BMW kennende, wel goed zitten – gevoel.
Elektrisch is goedkoper, zeggen ze dan
Nog zo’n verhaal dat je overal leest: elektrisch rijden is goedkoper, zeker nu met de brandstofprijzen die de pan uit swingen. Ja… als je thuis laadt.
Maar ik rij veel snelwegkilometers. Dan zit je aan snelladers. En daar betaal je tegenwoordig gewoon 0,77 euro per kWh. Echt waar: snelladers leveren meestal zonnestroom, maar aan de prijzen de zien zou je denken dat die stroom gegenereerd wordt door een dieselgenerator in de plaats van door de zon.
Reken dat eens om, en plots is dat hele “goedkoper rijden” verhaal een pak minder overtuigend. Maar toch blijven de meeste media dat blijven herhalen alsof het een vaststaand feit is. Voor wie het niet gelooft gaan we effectief even rekenen. Een zuinige EV verbruikt nog steeds zo’n 20 kWh per honderd kilometer op de snelweg. Dat komt neer op 15,4 euro per honderd kilometer. Onze niet zo zuinige 128ti verbruikt gemiddeld 7,5 liter 98-benzine van een premium-merk. We tanken dus de duurste benzine die er vandaag is: 1,9820 per liter. Dat komt neer op 14,86 euro per honderd kilometer.
De conclusie die niemand luidop zegt
Elektrisch rijden is rationeel logisch. Minder uitstoot, minder onderhoud, minder gedoe. Maar autorijden is nooit alleen rationeel geweest. Het is ook gevoel. Beleving. Goesting. En daar wringt het nog altijd.
Want zolang een auto je niets laat voelen… blijft het gewoon een toestel dat je van A naar B brengt. En dat is voor sommigen genoeg. Maar voor wie ooit écht graag rijdt? Nog lang niet.