Wauw: 2895 euro, maar achter dat cijfer schuilt een inkomenskloof die nog lang niet gedicht is.
De werkende Vlaming tussen 20 en 64 jaar had in 2024 een gemiddeld netto beroepsinkomen van 2.895 euro per maand. Dat blijkt uit cijfers van Statistiek Vlaanderen. Op papier klinkt dat als een degelijk maandloon, maar achter dat gemiddelde gaat een arbeidsmarkt schuil waar verschillen nog altijd stevig overeind staan – tussen mannen en vrouwen, tussen herkomstgroepen en tussen opleidingsniveaus.
En zoals altijd bij inkomenscijfers: het gemiddelde vertelt maar een deel van het verhaal.
Gemiddelde versus realiteit: het mediaanloon ligt net iets lager
Het gemiddelde inkomen – 2.895 euro – wordt berekend door alle inkomens samen te tellen en te delen door het aantal werkenden. Een paar hoge lonen kunnen dat cijfer dus stevig opkrikken.
Het mediaaninkomen geeft een nuchterder beeld: de helft verdient meer, de andere helft minder. In Vlaanderen ligt dat mediaan netto beroepsinkomen op 2.830 euro per maand. Nauwelijks lager dan het gemiddelde, maar net genoeg om te tonen dat de ‘doorsnee werknemer’ niet automatisch dat mooie afgeronde gemiddelde binnenhaalt.
Mannen blijven meer verdienen, al krimpt de kloof
De genderkloof blijft een hardnekkig gegeven op de arbeidsmarkt, al is er een voorzichtige inhaalbeweging bezig.
Mannen komen uit op een mediaan beroepsinkomen van 2.995 euro per maand. Vrouwen blijven steken op 2.624 euro. Dat betekent een verschil van 371 euro per maand.
Ter vergelijking: zes jaar geleden bedroeg dat verschil nog 530 euro. De kloof wordt dus kleiner, maar is verre van verdwenen. De arbeidsmarkt blijft duidelijk niet neutraal verdeeld als het over loon gaat.
Herkomst blijft zwaar doorwegen
Ook afkomst speelt een opvallende rol in het loonverhaal.
Werkenden die in België geboren zijn, halen een mediaan inkomen van 2.882 euro per maand. Wie in een ander EU-land geboren is, zakt naar 2.534 euro. Voor werknemers van buiten de Europese Unie gaat dat verder omlaag tot 2.346 euro.
De cijfers tonen een duidelijke gelaagde arbeidsmarkt, waarin afkomst nog altijd samenhangt met toegang tot beter betaalde jobs.
Leeftijd en diploma maken het verschil
Er is ook een duidelijke kloof tussen leeftijdsgroepen. Werknemers tussen 40 en 64 jaar verdienen gemiddeld bijna 400 euro per maand meer dan hun jongere collega’s tussen 20 en 39 jaar.
En misschien nog bepalender: opleiding. Hooggeschoolden trekken maandelijks bijna 900 euro meer naar zich toe dan laaggeschoolden. Het diploma blijft daarmee één van de sterkste factoren in het bepalen van je loonstrook.
Conclusie: een gemiddeld cijfer met weinig gemiddelde realiteit
De 2.895 euro netto per maand mag dan een stevig referentiepunt lijken, het beeld erachter is minder egaal. De Vlaamse arbeidsmarkt blijft een optelsom van verschillende snelheden: mannen tegen vrouwen, jong tegen oud, hooggeschoold tegen laaggeschoold, en geboren hier versus geboren elders.
Of anders gezegd: het gemiddelde verdient iedereen, maar haalt lang niet iedereen.
(Foto: AI-P-magazine)