Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Wie geen huis heeft, betaalt zich blauw aan huur: en het wordt alleen maar erger

Redactie - 04-09-2025

Huren is voor de rijken.

Na drie jaar van prijsstijgingen die de inflatie moeiteloos overvleugelden, ziet het er naar uit dat de huurmarkt in 2025 gas terug neemt. Met een gemiddelde stijging van 1,8 procent noteren de huurprijzen voor het eerst sinds 2021 opnieuw een gematigder tempo. Maar dat is geen reden voor een vreugdedansje, want achter die schijnbare rust schuilt een fundamenteler probleem: de kloof tussen huurders en eigenaars verdiept zich, en de ongelijkheid op de woonmarkt neemt verder toe.

Gemiddelde huurder betaalt bijna 950 euro

Vandaag kost huren op de privémarkt gemiddeld 948 euro per maand. Appartementen – goed voor zeven op de tien contracten – komen uit op 893 euro, rijwoningen op 1.014 euro. Voor wie al met moeite het einde van de maand haalt, maakt zelfs die meer beperkte stijging het verschil tussen net rondkomen of structureel tekortschieten. De betaalbaarheid blijft onder druk, ook al lijkt de curve op het eerste gezicht af te vlakken.

Structureel tekort houdt prijzen hoog

De kern van het probleem blijft de mismatch tussen vraag en aanbod. Vastgoedkantoren rapporteren nog altijd een stormloop bij nieuwe panden: tientallen tot honderden kandidaten voor één woning is geen uitzondering. Omdat nieuwbouw grotendeels in het duurdere segment plaatsvindt en betaalbare woningen nauwelijks bijkomen, blijft de krapte structureel. Verhuurders spelen intussen op zekerheid: liever een stabiele, iets lagere huurprijs en een solvabele huurder dan het risico op leegstand of wanbetaling.

Ongelijkheid in de woonladder

De huidige dynamiek heeft een pervers neveneffect. Eigenaars zien hun vermogen verder aangroeien door stijgende vastgoedprijzen en blijven profiteren van lage rentes op oude leningen of fiscale gunstregimes. Huurders daarentegen botsen op een muur. Hun maandelijkse uitgaven stijgen, hun mogelijkheden om te sparen dalen. Het gevolg is dat de overstap van huren naar kopen steeds moeilijker wordt. Voor een groeiende groep is kopen zelfs geen realistisch perspectief meer, waardoor ze levenslang huurder blijven.

De woonmarkt wordt zo een tweesporensysteem: wie een eigendom bezit, bouwt vermogen op en ziet zijn positie verstevigen. Wie huurt, betaalt intussen steeds meer om op dezelfde plaats te blijven staan. De “blijver” versus de “winnaar”: een scheidslijn die de ongelijkheid verdiept en zich generatie na generatie kan doorzetten.

Regionale verschillen als extra barrière

Ook geografisch tekent de ongelijkheid zich scherper af. In Vlaams-Brabant ligt de gemiddelde huur op 1.123 euro, in West-Vlaanderen nog op 860 euro. In centrumsteden schuiven Antwerpen, Leuven en Mechelen intussen resoluut richting of boven de grens van 1.000 euro. Voor jonge gezinnen en alleenstaanden in die stedelijke markten wordt huren niet alleen duurder, maar kopen al helemaal onhaalbaar.

Wat hebben we vandaag geleerd?

De trager stijgende huurprijzen in 2025 zijn geen voorbode van beterschap. Ze verbergen een structureel tekort dat de markt in een wurggreep houdt. Voor eigenaars verandert dat weinig: hun positie blijft robuust. Voor huurders daarentegen betekent de “adempauze” geen opluchting, maar uitstel van executie. De ongelijkheid op de woonmarkt wordt scherper afgelijnd: wie bezit, kan blijven profiteren. Wie huurt, ziet zijn kansen op eigendom jaar na jaar kleiner worden.

(Foto: Pixabay)

Vastgoed Huren Nieuws nationaal Kopen

Reacties

2025-09-04 17:22:48 Zou het extra belasten van eigenaars met 3 of meerdere woningen geen verlichting kunnen brengen? Op die manier worden beleggers gestimuleerd om die panden op de markt te brengen. Dan komt er meer aanbod, zakken de aankoopprijzen en de huurprijzen. ??
Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken