Een zak geld, maar het is dweilen met de kraan open.
De federale regering trekt het noodbudget voor de OCMW’s volgend jaar op van 50 naar minstens 234 miljoen euro. De aanleiding is de aangekondigde uitstroom van tienduizenden werklozen die, na twee jaar, hun uitkering verliezen en vermoedelijk massaal bij het OCMW zullen aankloppen. Het heeft iets pervers, alsof je met het verbandskistje in de hand iemand op z'n smoel slaat. Zowel bij lokale besturen als bij de OCMW’s zelf blijft de vraag: redt dit ons, is het genoeg, of kopen we enkel tijd?
Van werkloosheidsuitkering naar leefloon: de omweg langs het OCMW
Vanaf 2025 verandert het speelveld voor langdurig werkzoekenden grondig. Door een hervorming die de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximum twee jaar, dreigen volgens federale ramingen tot 184.000 mensen hun uitkering te verliezen. De verwachting is dat ongeveer een derde daarvan bij de OCMW’s zal belanden voor een leefloon.
Lokale besturen krijgen er dus vanaf volgend jaar een tsunami aan leefloonaanvragen bij, op een moment dat de personeelstekorten al nijpend zijn. Niet alleen zullen die aanvragen administratief verwerkt moeten worden, er komt ook extra opvolging en begeleiding bij kijken.
In Antwerpen becijfert schepen Nathalie van Baren (N-VA) alvast dat haar stad 35 extra OCMW-medewerkers nodig heeft om de verwachte toevloed aan te kunnen. In Oostende opteert men dan weer voor een andere strategie: strengere toekenningsvoorwaarden. Daar staat de deur niet zomaar open, ook niet dicht, maar op een kiertje.
Wie betaalt de rekening? De gemeente (en een beetje de federale overheid)
Wat vaak onderbelicht blijft in dit debat: het leefloon is geen volledig federale verantwoordelijkheid. Lokale besturen draaien voor een aanzienlijk deel van de kost op. In functie van de gemeentegrootte financiert de federale overheid 55 tot 65 procent van het leefloon. De rest moet uit de gemeentekas komen — een kas die, in veel steden en gemeenten, al krap afgesteld staat.
En dan zijn er nog de aanwervingen, de opleiding van personeel, en de uitbreiding van IT-systemen en controlestructuren. Allemaal uitgaven die niet automatisch vergoed worden door de federale overheid. De beslissing van Brussel is dus een politiek handigheid: besparen met de portemonnee van een ander.
Van 50 naar 234 miljoen euro: tijdelijk vangnet of structurele oplossing?
Om de lokale besturen enigszins gerust te stellen, besliste de federale regering deze week om het eerder voorziene bedrag van 50 miljoen euro op te trekken naar minstens 234 miljoen euro. Dat bedrag zou niet enkel gelden voor 2025, maar ook voor 2027. In 2028 en 2029 volgt mogelijk nog een stijging. Maar van structurele garanties is voorlopig geen sprake.
De vraag of het om effectief bijkomend geld gaat, of om een verschuiving in de begrotingslijn, blijft onbeantwoord. In het parlement hield minister van Werk David Clarinval (MR) zich op de vlakte. Hij noemde het bedrag "minimaal" en "mogelijk oplopend", maar verwees voor inhoudelijke toelichting door naar collega Anneleen Van Bossuyt (N-VA), bevoegd voor Maatschappelijke Integratie. Die laatste zweeg in alle talen. Haar kabinet houdt de lippen voorlopig stijf op elkaar. En zo wordt de hete patat op alle mogelijke niveaus doorgeschoven. Eendracht, maakt macht, niet waar?
Gemeenten: “Het is iets, maar zeker nog niet genoeg”
Bij de VVSG, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, klinkt gemengde opluchting. “We hebben meermaals aan de alarmbel getrokken. Het is goed dat de federale regering dit dossier ernstig neemt”, zegt woordvoerder Nathalie Debast.
Maar tegelijk blijft de onzekerheid groot: hoeveel mensen gaan effectief bij het OCMW aankloppen? En zal het budget meegroeien met de reële instroom, of is het een vast bedrag dat zelfs bij overbelasting niet meer wordt aangevuld? “Dat is voor ons cruciaal,” aldus Debast bij VRT NWS. “We willen weten of het budget elastisch is, of het afgetopt wordt, los van de noden.”
Wat er op het spel staat
We zullen het snel weten of de federale regering de realiteit correct heeft ingeschat of zich blindstaart op budgettaire tabellen. Want de cijfers ogen koel, maar de menselijke gevolgen zijn aanzienlijk. De stap van werkloosheid naar het OCMW betekent voor veel mensen een forse terugval in inkomen, én een zware administratieve drempel. Voor gemeenten betekent het een potentiële overbelasting van hun sociale diensten, met risico op vertraging, fouten en frustratie.
De 234 miljoen euro extra is een signaal. Maar of het een oplossing is, hangt af van wat daarna komt. De OCMW's mogen zich alvast aan een vloedgolf verwachten. En zelfs de best gesmeerde administratie houdt geen stand met enkel zandzakjes.
(Foto: Shutterstock)