35 miljoen in de diepvries: hoe Anneleen Van Bossuyt de OCMW’s laat zwemmen zonder reddingsboei.
Minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) blokkeert 35 miljoen euro aan federale subsidies voor aanvullende OCMW-steun. Niet uit efficiëntie, maar uit politieke koudwatervrees. OCMW’s krijgen dus nog minder middelen om mensen net boven het wateroppervlak te houden. Welkom in België, waar hulp bieden mag... zolang het maar niet te veel kost.
REMI zegt: te weinig geld, de minister zegt: jammer
De REMI-tool is ooit ontwikkeld door een stel onverdachte sociale experten van Thomas More. Let wel, geen linkse propaganda, maar een objectieve budgetmeter. Die vertelt wat mensen minimaal nodig hebben om menswaardig te leven. Geen cruises of champagne, maar gewoon: eten, huur, schoolboeken, en een keer per maand naar de bib of frituur. Voor een gezin met twee werkloze ouders en twee schoolgaande kinderen komt dat bijvoorbeeld neer op 3.633 euro per maand. Spoiler: dat bedrag krijg je met een leefloon niet bij elkaar geschraapt.
Daarom sprong de federale overheid de voorbije jaren bij met 35 miljoen euro extra. Niet als luxe-infuus, maar om te zorgen dat de OCMW’s niet telkens met blozende kaken “sorry, we kunnen u niet helpen” moeten prevelen. Alleen: die 35 miljoen liep eind april af. En de hernieuwing? Die ligt onder het vriespunt in het kabinet van Van Bossuyt.
Een nieuwe minister, een oude reflex
Van Bossuyt – die in de Kamer nochtans beloofd had dat er voor eind april een beslissing zou vallen – liet de deadline vrolijk passeren. In plaats van boter bij de vis, kwam er een klassieke N-VA-reactie: “De vorige regering heeft geen budgetten voorzien.” Vertaling: wij willen eigenlijk niet betalen, maar wijzen liever naar onze voorgangers terwijl we zelf de centen voor onze Theo tellen.
Toch weet ook Van Bossuyt wat er op het spel staat. Haar partij wil vooral niet geassocieerd worden met het idee dat niet-actieven te comfortabel zouden kunnen leven van staatssteun. Dus wordt er getalmd, getwijfeld en bevroren. Ondertussen stijgen de armoedecijfers stijgen en duwt de inflatie de winkelkar naar de afdeling ‘onbetaalbaar’.
Maatschappelijk werkers: tussen spreadsheet en straatrealiteit
In de praktijk moeten OCMW’s dus meer hulp bieden met minder middelen. De REMI-tool mag dan op papier een mooi systeem zijn, in realiteit staan maatschappelijk werkers met de handen in het haar. Ze moeten uitleggen waarom een alleenstaande moeder wel degelijk recht zou moeten hebben op extra steun, maar die nu gewoon niet krijgt. Omdat de pot leeg is. Of omdat het systeem administratief te belastend is – een opmerking die trouwens ook terugkomt in het evaluatierapport van KU Leuven. Want ja, goede wil is één ding, maar zelfs de meest geëngageerde sociaal assistent kan geen voedselbonnen toveren uit een Excel-tabel.
En zoals altijd geldt: de armste gemeenten worden het hardst geraakt. Zij die het geld écht nodig hebben, beschikken vaak over de minste middelen én de minste personeelscapaciteit. Een kafkaësk scenario waarin hulpverleners zonder ammunitie naar het slagveld worden gestuurd.
CD&V en Vooruit: “Stop met de sociale sabotage”
De verontwaardiging laat zich raden. Coalitiepartners CD&V en Vooruit – die wél geloven in een actieve welvaartsstaat – kijken met stijgende frustratie naar het uitblijven van beslissingen. CD&V-kamerlid Nahima Lanjri noemt de 35 miljoen euro zelfs een “minimum”. En terecht. Want hoe wil je anders een sociaal vangnet overeind houden als je er systematisch gaten in knipt?
En daar stopt het niet. De REMI-perikelen komen boven op een sociaal bloedbad dat al is aangekondigd: vanaf 2026 verliezen mensen die langer dan twee jaar werkloos zijn hun uitkering. Een politieke maatregel die bedoeld is om mensen naar de arbeidsmarkt te dwingen, maar in realiteit vooral betekent dat duizenden mensen straks massaal bij de OCMW’s zullen aankloppen. En dan nog met méér werkdruk en hetzelfde personeelstekort.
Van Bossuyt weet dat ze straks een lawine op haar dak krijgt. Er is al 364 miljoen euro voorzien om de storm op te vangen, maar ook dat bedrag lijkt onvoldoende, zeggen zelfs de beleidsambtenaren fluisterend in de wandelgangen.
Sociale bijstand als politiek mijnenveld
Wat we hier zien, is geen technisch begrotingsvraagstuk. Dit is ideologie. De Arizona-coalitie wil de sociale reflex van de overheid herprogrammeren: van “wie hulp nodig heeft, moet geholpen worden” naar “wie hulp nodig heeft, moet eerst gescreend, gemotiveerd, gesanctioneerd en mogelijk alsnog afgewezen worden”. Leefloners zijn geen burgers meer die in nood verkeren, maar potentiële fraudeurs in de wachtzaal van de heropvoeding.
Met een partij als de N-VA aan het sociale stuur is dat geen verrassing, maar de gevolgen zijn wel desastreus. Wie het minst heeft, krijgt het eerst minder. Wie als OCMW-medewerker mensen probeert te helpen, moet voortaan de hulpvraag wegfilteren in plaats van beantwoorden.
De vraag is niet of de REMI-tool terugkomt met een werkbare subsidie, maar wie straks de rekening betaalt als dat niet gebeurt. En die rekening is niet alleen financieel. Ze heet verlies van vertrouwen, verlies van waardigheid, en uiteindelijk: verlies van sociale vrede. Maar daarover rept de begroting van Van Bossuyt met geen woord. Dat is het voorrecht van bevroren budgetten: ze maken geen lawaai. Tot ze ontdooien in de echte wereld.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)