Cijfers van Stijn Baert leggen opvallende kloof in werkloosheid bloot.
Personen met een migratieachtergrond van buiten de Europese Unie vormen 19,2 procent van de bevolking tussen 20 en 64 jaar, maar vertegenwoordigen 38,2 procent van de werklozen in die leeftijdsgroep. Het verschil is aanzienlijk. Niet-EU-migranten zijn daarmee ongeveer twee keer zo sterk vertegenwoordigd onder de werklozen als in de bevolking op arbeidsleeftijd. De cijfers komen van arbeidseconoom Stijn Baert, veroorzaken een nieuwe discussie over migratie, arbeidsmarktparticipatie en de betaalbaarheid van de sociale zekerheid.
Cijfers voeden politiek debat
De cijfers worden intussen aangegrepen door Kamerlid Kurt Moons (Vlaams Belang), die spreekt van een “nieuwe realitycheck voor het Belgische migratiebeleid”.
Volgens Moons tonen de cijfers aan dat de Belgische arbeidsmarkt er voorlopig onvoldoende in slaagt om een aanzienlijk deel van de niet-Europese migratie naar werk te leiden.
“Jarenlang werd ons verteld dat massa-immigratie noodzakelijk is om de krapte op onze arbeidsmarkt op te lossen”, stelt hij. Volgens het Kamerlid blijkt uit de cijfers dat een deel van de niet-Europese immigratie de werkzaamheidsgraad onvoldoende verhoogt en tegelijk bijkomende druk kan leggen op de sociale zekerheid.
Die conclusie is politiek omstreden, maar het onderliggende verschil in de cijfers is moeilijk te negeren.
Pleidooi voor minder instroom
Vlaams Belang grijpt de cijfers aan om opnieuw te pleiten voor een beperking van de instroom van niet-Europese migranten. Tegelijk wil de partij sterker inzetten op de activering van mensen die vandaag al in België verblijven.
Moons verwijst daarbij naar ongeveer 600.000 niet-actieven die volgens hem mogelijk arbeidsgeschikt zijn.
“We hebben geen nood aan steeds nieuwe immigratie om vervolgens vast te stellen dat de integratie op onze arbeidsmarkt mislukt”, zegt hij.
Volgens het Kamerlid moet migratie in de eerste plaats worden afgestemd op de behoeften van de Belgische samenleving en arbeidsmarkt.
Werkloosheid is niet hetzelfde als inactiviteit
De cijfers vragen wel enige nuance. Werkloosheid en inactiviteit zijn niet hetzelfde. Een werkloze is niet aan het werk, maar is wel beschikbaar voor werk en actief op zoek naar een baan. Een niet-actieve persoon behoort volgens de gebruikte statistische definitie niet tot de werkende of werkzoekende bevolking.
Bovendien zegt het aandeel niet-EU-migranten onder de werklozen op zichzelf niets over de oorzaken van die oververtegenwoordiging. Opleidingsniveau, leeftijd, verblijfsduur, taalvaardigheid, discriminatie, gezinssituatie en de aansluiting tussen vaardigheden en vacatures kunnen allemaal een rol spelen.
Toch legt de verhouding van 19,2 tegenover 38,2 procent een hardnekkig probleem bloot: de arbeidsmarktparticipatie van mensen met een niet-EU-migratieachtergrond blijft een belangrijke uitdaging voor België.
Gevolgen voor sociale zekerheid
Moons koppelt de cijfers rechtstreeks aan de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Zijn redenering is dat een sociaal systeem alleen duurzaam kan functioneren wanneer voldoende mensen aan het werk zijn en bijdragen via belastingen en sociale bijdragen.
De nieuwe cijfers zullen het politieke debat over migratie en arbeidsmarktintegratie dan ook ongetwijfeld verder aanwakkeren. De cruciale vraag is niet alleen hoeveel mensen België binnenkomen, maar ook hoeveel van hen uiteindelijk aan het werk gaan en bijdragen aan de samenleving.
(Foto: P-Magazine)