In Oostende dreigen er tegen 2030 maar liefst 614 schoolplaatsen leeg te staan. Dat is 10 procent van de totale capaciteit — ruim boven het Vlaamse gemiddelde. Experts waarschuwen voor een ongeziene concurrentiestrijd tussen scholen, met mogelijke sluitingen als gevolg.
Liefst 41.665 stoeltjes zullen tegen 2030 leeg blijven in de Vlaamse basisscholen. Dat blijkt uit de capaciteitsmonitor, een driejaarlijks onderzoek van de VUB en de KU Leuven. In 218 van de 304 Vlaamse en Brusselse gemeenten verwachten de onderzoekers een surplus in het basisonderwijs.
Oostende scoort boven het gemiddelde
In Oostende loopt het overschot in het schooljaar 2030-2031 op tot 614 lege stoeltjes — goed voor 10 procent van de totale capaciteit in de stad. Het Vlaamse gemiddelde ligt op 6 procent. Een significant verschil.
De oorzaak is tweeledig: het dalende geboortecijfer zorgt voor minder kinderen, maar de voorbije jaren hebben net veel scholen fors uitgebreid om aan de toen stijgende leerlingenaantallen te kunnen voldoen. Die uitbreidingen dreigen nu een last te worden.
"De minder geliefde scholen voelen het hardst"
Experts verwachten een heuse concurrentiestrijd. "Scholen die hoog aangeschreven zijn, zullen blijven vollopen. Het zijn de minder geliefde scholen die de effecten het hardst zullen voelen", zegt demograaf Johan Surkyn (VUB), die meewerkte aan het onderzoek.
Dat betekent in de praktijk dat niet alle scholen gelijk zullen worden getroffen. Populaire scholen met een sterke reputatie trekken leerlingen aan van verder weg, terwijl scholen met een moeilijker imago het steeds zwaarder krijgen.
Hele Vlaanderen in het vizier
Oostende staat niet alleen. Gent (2.784 lege plaatsen), Hasselt (1.253) en Bilzen-Hoeselt (1.250) zijn de steden met de grootste absolute overschotten. Maar ook kleine gemeenten ontsnappen niet: in Heuvelland, Lo-Reninge, Middelkerke en Damme zou naar verwachting 40 procent van de schoolcapaciteit onbenut blijven.
De cijfers maken duidelijk dat het leegloopprobleem geen stedelijk fenomeen is. Zowel in steden als op het platteland zullen schoolbesturen keuzes moeten maken — en sommige scholen zullen die keuze niet overleven.