Een Algerijnse vrouw dacht in België het geluk te vinden, maar belandde bij een zestiger die zich eerder gedroeg als slavendrijver dan als echtgenoot. Wat begon op een huwelijkssite eindigde in een nachtmerrie met vuur, angst, en een rechtszaak die als een zéér slechte Netflix-serie leest.
De 61-jarige Boubakar B. uit Kortrijk haalde in 2022 zijn 32 jaar jongere bruid uit Algerije naar België. Zij hoopte op een nieuw leven, hij blijkbaar op een persoonlijke bediende. Geen verblijfsvergunning, geen rechten, maar wél “seksuele diensten” en huishoudelijke onderwerping, als we het parket mogen geloven.
De situatie escaleerde vorig jaar volledig toen meneer een dekentje met verfverdunner overgoot en dat even later ook in brand stak. Of het dekentje nu per ongeluk of strategisch op haar benen lag, maakt eigenlijk niet veel meer uit: de vrouw liep derdegraads brandwonden op en de hulpdiensten moesten eraan te pas komen. B. kreeg in juni 2024 vier jaar voorwaardelijke celstraf voor foltering, maar dat bleek nog maar het begin.
Want intussen loopt er ook een tweede dossier tegen de man in Brugge, dit keer voor mensenhandel en verkrachting. Volgens het parket hield hij zijn vrouw als illegale gevangene, duldde hij geen tegenspraak en gebruikte hij haar voor zijn seksuele verlangens. Geen fijn leesvoer, maar helaas bittere realiteit voor het slachtoffer, dat pas durfde praten toen ze veilig zat bij een hulporganisatie voor mensenhandel.
De verdediging van Boubakar roept dan weer “wraakactie!” en beweert dat de vrouw enkel extra aanklachten uit haar mouw schudde om in België te mogen blijven. Volgens de advocaat is dit allemaal één dossier en mag de man niet twee keer gestraft worden voor dezelfde rotzooi.
Of de rechter daarin meegaat, weten we vandaag. Maar wat zeker is: de droom van een nieuw leven eindigde voor deze vrouw in een brandende hel. Letterlijk.