De vetpotten zijn leeg.
Het politieke zelfbedieningsbuffet in de Kamer lijkt – heel voorzichtig – een eerste dieetkuur te krijgen. De meerderheidspartijen in het zogenaamde Arizona-kartel hebben aangekondigd dat ze het statuut van parlementsleden grondig willen hervormen. Niet met halfzachte symboliek of vage voornemens, maar met een concreet pakket maatregelen dat snijdt in pensioenen, uittredingsvergoedingen en – voor wie het nog niet geloofde – zelfs in de aperitiefcultuur van het parlement zelf. De koffiebar wordt binnenkort drooggelegd. Jawel: geen gin-tonic meer tussen twee commissies door.
De vetpotten sluiten langzaam
De politieke elite in België heeft er een handje van weg: besparen op de rest van de bevolking met de ene hand, en zichzelf buiten schot houden met de andere. Ambtenaren zien hun pensioen al jaren gekortwiekt, werklozen voelen de adem van VDAB en RVA in hun nek, maar parlementsleden? Die konden naar hartelust blijven profiteren van uitzonderingen en privilegies. Tot nu.
De partijen achter de Arizona-coalitie (Open VLD, MR, CD&V en N-VA) willen het statuut van de federale volksvertegenwoordiger eindelijk eens door de mangel halen. Officieel “om het dichter te brengen bij dat van de gewone burger”. Officieus omdat ze voelen dat de publieke opinie het beu is om als melkkoe te dienen voor een politieke klasse die zichzelf privileges blijft toekennen waar een doorsnee zelfstandige niet eens van mag dromen.
Gedaan met het pensioenfeestje gedaan: van gouden parachute naar modaal matje
Eerst en vooral: de pensioenregeling. Die wordt nu afgestemd op die van de ambtenaren. Vroeger werd het parlementair pensioen berekend op basis van het laatste loonjaar – een jaar dat, dankzij indexering en eventuele functiepremies, doorgaans het hoogste was. Maar die truc met het gouden eindspurtje is binnenkort verleden tijd. Vanaf 2027 wordt er gewerkt met een gemiddelde van de laatste tien loonjaren. Elk jaar komt daar eentje bij, tot men tegen 2071 ook daar op een gemiddelde van 45 jaar zit, zoals bij de gewone sterveling.
De meest riante pensioenen krijgen bovendien een indexbeperking opgelegd. Geen automatische aanpassing meer aan de levensduurte boven een bepaalde drempel. Of in mensentaal: ook de parlementaire portefeuilles gaan de inflatie voelen.
Uittredingsvergoeding: niet langer twee jaar siësta na de exit
Ook het systeem van de uittredingsvergoeding, het politieke equivalent van een zachte matras na het verlies van een zitje, gaat op de fles. Tot nu toe konden ex-Kamerleden rekenen op een vertrekbonus die kon oplopen tot twee jaar loon, afhankelijk van hun parlementaire anciënniteit. Binnenkort wordt dat herleid tot maximum één jaar. Bovendien telt die vergoeding niet langer mee voor de opbouw van pensioenrechten. Met andere woorden: even cashen na je exit, ja. Maar er ook nog een hogere maandelijkse uitkering aan overhouden voor de rest van je leven? Nee, dat feestje is voorbij.
Alcoholban: democratie zonder digestief
En dan de meest symbolische, doch wellicht meest besproken ingreep: de drooglegging van de koffiekamer. Vanaf 22 mei is het afgelopen met wijntjes, pintjes, of iets sterkers tussen de stemmingen door. Wat vroeger een semi-officiële traditie was – de toog als informele onderhandelingsruimte – wordt nu rücksichtslos afgeschaft. Geen bar meer in het hart van de wetgevende macht.
De reacties zijn, zoals verwacht, verdeeld. Jean-Marie Dedecker liet al weten dat hij het “een aanslag op de menselijkheid van het parlement” vindt. Volgens hem getuigt het van een misplaatst wantrouwen tegenover de parlementsleden, “alsof we dronken de wetgeving zouden aanpassen”. Maar goed, wie ooit een halve plenaire zitting heeft gevolgd, weet dat de scherpte niet altijd uit de argumentatie komt, soms ook uit de fles.
Symboliek of serieuze hervorming?
Critici merken op dat veel van deze hervormingen pas geleidelijk worden ingevoerd en vooral gelden voor toekomstige parlementsleden. De huidige garde ontspringt grotendeels de dans. Bovendien blijven fundamentele vragen over transparantie, cumul en controle voorlopig onbeantwoord. Maar het is wel een begin. En in een land waar zelfregulering doorgaans eindigt in een excuus, is dat op zich al nieuwswaardig.
Wat zeker is: de Kamerleden zullen binnenkort met iets meer realiteit én met een fris hoofd moeten stemmen. De dagen van de riante vergoedingen, gouden pensioenregelingen én witte wijn bij de lunch lijken voorbij. En wie daar vandaag nog treurt met een glas in de hand, zal dat binnenkort op eigen kosten moeten doen. Santé, op de hervorming.
(Foto: Didier Lebrun / Photonews)