Brussel stond opnieuw in brand. Straatmeubilair vloog in het rond, de politie kreeg projectielen naar het hoofd en de gebruikelijke ingrediënten van een Brusselse rel passeerden opnieuw de revue.
Officieel ging het om protesten tegen hervormingen in het Franstalig onderwijs. In de praktijk zagen veel Brusselaars vooral dezelfde beelden die we de voorbije jaren al tientallen keren zagen: groepen ‘jongeren’ die de confrontatie opzoeken met de politie en de hoofdstad opnieuw veranderen in een openluchtarena.
Maar enkele dagen later gaat het debat plots niet meer over de rellen. Nee. Nu gaat het over een politieagent met een verboden symbool op zijn uitrusting: ‘Deus Vult’, de strijdkreet van kruisvaarders van weleer. Het gaat ook over een agent die een sigaar rookte. En over vermeende ongepaste opmerkingen van politiemensen. Daarvoor wordt nu een onderzoek geopend.
Begrijp ons niet verkeerd. Als een agent een verboden symbool draagt, dan moet dat onderzocht worden. Als politiemensen zich misdragen, geldt hetzelfde. Wie een uniform draagt, vertegenwoordigt de overheid en moet zich professioneel gedragen. Maar het blijft fascinerend hoe snel de aandacht telkens verschuift. Duizenden ‘jongeren’ zorgen voor chaos in de hoofdstad. Ze breken auto’s af van mensen die hier totaal niks mee te maken hadden. Ze vernielen openbaar bezit.
En enkele dagen later gaat het publieke debat plots over een sigaar. Dat is een beetje alsof iemand je living in brand steekt en de discussie nadien uitsluitend gaat over het feit dat de brandweerman die kwam blussen zijn helm niet helemaal recht droeg.
Wat bovendien opvalt, is hoe de media deze gebeurtenissen vaak beschrijven. Steeds opnieuw lezen we woorden als ‘studenten’ die kwamen betogen. Dat klinkt alsof heel Brussel plots vol zat met ijverige scholieren die tussen twee examens door even een verkeersbord uit de grond kwamen trekken.
Wie de beelden bekijkt, krijgt nochtans vaak een andere indruk. Bij zowat elke grote Brusselse rel duiken dezelfde patronen op. Dezelfde confrontaties. Dezelfde tactieken tegenover de politie. Dezelfde groepen die opvallend goed weten hoe ze een gespannen situatie verder kunnen laten escaleren.
Dat betekent niet dat elke aanwezige jongere een relschopper was. Uiteraard niet. Net zoals niet elke aanwezige politieagent zich automatisch voorbeeldig heeft gedragen.
Maar misschien zou het debat toch eerst mogen gaan over de mensen die de rellen veroorzaken. Wélke mensen onze hoofdstad telkens weer afbreken. Want zonder dié ‘jongeren’ waren er geen rellen, was er helemaal niks afgebroken geweest. En zonder die rellen was er nu wellicht ook geen onderzoek naar een sigaar...