Straffeloosheid is de nieuwe norm bij verkrachting: Belgisch gerecht ondergraaft eigen geloofwaardigheid.
De veroordeling van een 23-jarige man uit Wielsbeke tot een volledig voorwaardelijke celstraf van 2 jaar na de brutale verkrachting van een 17-jarig meisje uit Waregem is geen toeval of uitzondering meer. Het is de zoveelste illustratie van een justitieapparaat dat stelselmatig daders lijkt te beschermen in plaats van slachtoffers. Zelfs wanneer een rechtbank zélf toegeeft dat de feiten “brutaal” waren, blijft de sanctie beperkt tot wat begeleiding en een waarschuwing. Geen effectieve celstraf. Geen werkelijk herstel voor het slachtoffer. Wel een duidelijk signaal naar de samenleving: in België kun je verkrachten en vrijuit gaan — als je maar braaf zegt dat je spijt hebt.
Gevaarlijk precedent
De rechter oordeelde dat een opschorting van straf “een verkeerd signaal” zou zijn. Maar wat is dan het verschil met een straf die volledig met uitstel wordt uitgesproken? Geen dag cel, zelfs niet na een verhoor, geen voorlopige hechtenis, enkel begeleiding en een verbod op alcoholmisbruik. Alsof deze feiten een gevolg zijn van een foute avond in de kroeg, in plaats van wat ze echt zijn: een daad van geweld, dominantie en ontmenselijking.
Het slachtoffer – minderjarig op het moment van de feiten - belandt van opname naar opname. Haar psychische gezondheid is fragiel, haar levenskwaliteit fors aangetast. Doch, in de rechtbank draaide het debat vooral rond de toekomstkansen van de dader — en zijn strafblad. “’Geef hem aub geen strafblad.” Dat is blijkbaar de prioriteit.
Niet alleen in Waregem
Wie denkt dat dit een accident de parcours is, vergist zich. Ook elders in het land werden recent daden van verkrachting met een schouderophalen beantwoord door Justitie:
- In Luik werd een stiefvader die zijn minderjarige stiefdochter jarenlang misbruikte, veroordeeld tot vier jaar met uitstel.
- In Gent kreeg een man die een slapende vrouw verkrachtte een straf met probatie-uitstel: zolang hij zich gedraagt, hoeft hij zich geen zorgen te maken.
- In Namen eindigde de verkrachting van een bewusteloos meisje op een studentenfeest met een werkstraf van 240 uur – een administratieve taakstraf als ‘verwerking’.
De slachtoffers verdwijnen uit beeld zodra het vonnis valt. Wat overblijft is een papieren gerechtigheid.
Justitie als katalysator van angst
Het gevolg is een samenleving die haar vertrouwen in Justitie verliest. Vrouwen — en ook mannen — die slachtoffer worden van seksueel geweld vragen zich af waarom ze nog aangifte zouden doen. Waarom zou je je door een medisch onderzoek, een politieverhoor en een rechtszaak sleuren, als de dader er toch mee wegkomt? Het signaal is duidelijk: je wordt niet geloofd, je wordt niet beschermd, en je krijgt geen gerechtigheid.
Zolang je als dader nuchter overkomt in de rechtbank en een beetje begeleidingsbereidheid toont, blijft de gevangenis een theoretisch concept. In de praktijk wordt er bijna meer zorg besteed aan jouw re-integratie dan aan het trauma van je slachtoffer.
Tijd voor een wake-upcall
De Belgische justitie zit met een structureel probleem: ze lijkt verkrachting nog te vaak te behandelen als een ‘relationele fout’, geen misdrijf met zwaar maatschappelijk gewicht. Terwijl slachtoffers achterblijven met trauma, schaamte en gezondheidsproblemen, krijgen daders een soort leertraject aangeboden, op voorwaarde dat ze een beetje meewerken. Het zou kunnen dat dit perceptie is, maar is het probleem dan niet even groot? Het is een maatschappelijk falen.
We zouden op z'n minst de perceptie moeten krijgen dat Justitie aan de kant van het slachtoffer staat en geen ruimte laten voor de twijfel dat ze kiest voor de dader.
(foto: Shutterstock)