Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De auto-industrie is de weg kwijt: hoe regelgeving en marketing je rijplezier hebben gesloopt

Stefan Lambrechts - 07-04-2026

Auto’s worden duurder, zwaarder en vaak gewoon saaier. Dat is geen nostalgisch gezeur van mensen die “vroeger was alles beter” roepen. Dat is de realiteit van vandaag. En het strafste? Iedereen in de sector weet het… maar niemand zegt het luidop.

Wie vandaag een nieuwe auto koopt, krijgt meer technologie dan ooit. Grotere schermen, meer rijhulpsystemen, snellere software-updates en lichtstrips die eruitzien alsof je in een discotheek rijdt. Maar zet diezelfde auto naast eentje van tien jaar geleden en je voelt het meteen: iets is verloren gegaan. Rijplezier.

En nee, dat ligt niet alleen aan “de tijdsgeest” of aan “de consument die dat wil”. Dat is de gemakkelijke uitleg. De echte reden is een cocktail van regelgeving, elektrificatie en marketing die samen de ziel uit de auto hebben geknepen.

Beginnen we bij de olifant in de kamer: elektrisch rijden. Automerken moeten het, Europa eist het, en dus moet alles in die richting evolueren. Alleen zit daar een probleem: batterijen zijn zwaar. Heel zwaar. Gevolg? Auto’s die vroeger licht en speels aanvoelden, wegen vandaag plots twee ton. En dat voel je. In bochten, bij remmen, in het comfort… overal.

Daar komt nog bij dat veiligheidssystemen almaar strenger worden. Op papier fantastisch: niemand is tegen veiligheid, maar in de praktijk betekent het ook: meer gewicht, meer complexiteit en vooral… minder betrokkenheid als bestuurder. Je auto piept, stuurt bij, remt soms zelfs voor jou. Handig? Soms. Irritant? Vaker.

En dan heb je marketing. Waar vroeger ingenieurs de auto maakten en marketing die moest verkopen, is het vandaag vaak omgekeerd. De prioriteit ligt niet meer bij hoe een auto rijdt, maar bij hoe hij eruitziet in een showroom of op Instagram. Sfeerverlichting in 156 kleuren? Check. Verlichte logo’s? Check. Een perfect vlakke koffer of een onderstel dat écht goed afgeveerd is? Tja… minder belangrijk.

Het resultaat is wat je vandaag overal ziet: eenheidsworst. Of je nu bij Volkswagen, Ford of een Chinees merk binnenstapt, de kans is groot dat er onderhuids dezelfde technologie zit. Platformen worden gedeeld, motoren verdwijnen, karakter wordt ingeruild voor efficiëntie. Vroeger had je keuze. Vandaag heb je variaties op hetzelfde thema.

Zelfs de digitale revolutie, die alles beter moest maken, heeft een wrange bijsmaak. Auto’s worden gelanceerd met software die nog niet af is. Infotainmentsystemen die vastlopen, updates die problemen moeten oplossen die er nooit hadden mogen zijn. Je koopt geen afgewerkt product meer, maar een soort rijdende beta-versie.

En dan hebben we het nog niet gehad over de prijs. Een nieuwe gezinswagen van 45.000 euro is vandaag geen uitzondering meer. Integendeel. Kleine, betaalbare auto’s verdwijnen stilaan uit het aanbod, terwijl zware SUV’s met honderden pk’s de showrooms domineren. Niet omdat jij daar per se om vraagt, maar omdat daar de marges zitten.

Dus ja, auto’s zijn technologisch indrukwekkender dan ooit. Ze zijn stiller, efficiënter en, op papier, veiliger.

Maar beter? Dat hangt ervan af wat je belangrijk vindt. Als je gewoon van A naar B wil, zit je goed. Als je graag rijdt… dan voelt het soms alsof je iets kwijt bent.

En misschien is dat wel de grootste paradox van de moderne auto: we hebben nog nooit zoveel vooruitgang gehad en tegelijk nog nooit zo weinig gevoel.

Reacties

Resterende karakters 500
Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken