Er was een tijd dat je gewoon even mocht wegdromen. Van een villa aan zee. Een Porsche in de garage. Nooit meer de wekker zetten. Of simpelweg je baas vertellen waar hij zijn opdrachten mag steken. Maar zelfs dat blijkt vandaag stilaan problematisch te worden.
Vrijdag won een Belg maar liefst 111 miljoen euro met EuroMillions. Fantastisch nieuws voor die mens, zou je denken. Eén geluksvogel die van de ene seconde op de andere nooit nog hoeft na te denken over de prijs van een pak boter of een tank Super 98.
Maar nog voor de champagne goed en wel koud stond, kwam er al een econoom in HLN uitleggen waarom dat eigenlijk geen goed idee is.
Volgens UGent-gastprofessor Jonas Van der Slycken zijn jackpots van meer dan 100 miljoen euro maatschappelijk ongewenst. Zijn voorstel? Laat de jackpot maximaal tien miljoen euro bedragen. Alles daarboven verdeel je beter onder duizenden andere winnaars of gebruik je als startkapitaal voor jongeren.
En eerlijk: vanuit economisch standpunt valt daar best iets voor te zeggen. Alleen: EuroMillions is geen economisch model. Het is een droommachine.
Niemand droomt van 83.000 euro
Laten we eerlijk zijn. Niemand zit op vrijdagavond naar de trekking te kijken met de gedachte: "Hopelijk win ik 74.000 euro. Dat zou fiscaal verantwoord zijn én met dat bedrag stoot ik geen linkiewinkies tegen de borst."
Nee. Mensen dromen van absurde bedragen. Van een privé-eiland. Van een Ferrari. Van een chalet in de Ardennen én een villa in Spanje. Van een tuinman, een poetsvrouw en een zwembad dat groter is dan de living. Niet omdat ze dat allemaal écht zouden kopen, maar omdat dromen nu eenmaal gratis is. Tenminste... voorlopig nog.
De oorlog tegen de droom
Het lijkt wel een trend te worden. Vroeger mocht je gewoon rijk willen worden. Vandaag moet alles vooral verantwoord zijn. Vliegvakantie? Ga beter met de trein. Steak? Misschien eens een linzenburger proberen. SUV? Dat heb je toch niet nodig, koop een bakfiets.
En nu blijkt zelfs 111 miljoen euro winnen eigenlijk een beetje ongepast. Want zoveel heeft een mens toch niet nodig? Misschien niet. Maar een loterij is nu eenmaal geen wedstrijd "wie heeft precies genoeg".
Zelfs de econoom speelt mee
Het mooiste moment uit het interview komt helemaal op het einde. Na uitgebreid te hebben uitgelegd waarom EuroMillions eigenlijk anders georganiseerd zou moeten worden… bekent de professor dat hij zelf af en toe meespeelt.
Dat vonden we misschien nog het sympathiekste van heel het verhaal. Blijkbaar is ook een econoom niet immuun voor dat stemmetje dat zegt: "Stel je nu eens voor…" En dat is precies waar EuroMillions al jaren op draait. Niet op kansberekening. Niet op rendement. Niet op economische efficiëntie. Maar op een kwartiertje fantasie tussen het invullen van een formulier en de trekking.
Laat mensen toch gewoon even dromen
Misschien wint straks opnieuw een Belg 111 miljoen euro. Misschien wint hij helemaal niets. Statistisch gezien is dat laatste zelfs een pak waarschijnlijker.
Maar laat ons alsjeblieft één ding niet afpakken. Dat heerlijke moment waarop je onderweg naar huis heel even denkt: "Wat als ik morgen nooit meer moet gaan werken?"
Want uiteindelijk is dat misschien wel de grootste prijs van EuroMillions. Niet die 111 miljoen. Maar vijf minuten zorgeloos wegdromen. En als we zelfs dát al moeten plafonneren op tien miljoen euro, dan zijn we stilaan echt alles aan het reglementeren.