Niemand in Arizona gelooft nog dat deze regering in staat is om tegelijk te besparen, te hervormen én overeind te blijven.
In een niet eens zo ver verleden doopte de federale regering zichzelf als “Arizona” — een naam die warmte moest uitstralen. Ondertussen is men oververhit geraakt en ondergaan we een droogtecrisis. De zoektocht van premier Bart De Wever naar 10 miljard euro aan besparingen is een politieke overlevingstocht geworden in een dood landschap. De deadline van dinsdag, ooit vol overmoed naar voren geschoven, lijkt nu al even onhaalbaar als het idee dat dit land nog vlot te besturen valt.
Misschien heeft De Wever in één ding overschot van gelijk: België is onbestuurbaar. De huidige begrotingsonderhandelingen leveren daar dag na dag het bewijs van.
Dode lijnen in plaats van deadlines
Dinsdag zou de begroting op het bureau van de Europese Commissie moeten liggen, maar wat er effectief ligt, is een hoop frustratie, achterdocht en wederzijds wantrouwen. De regering staat nog nergens. Niet bij de cijfers, niet bij de inhoud, en al zeker niet bij een akkoord. Zelfs de premier durft zich niet meer aan een voorspelling wagen: “Ik hoop dat we snel tot een akkoord kunnen komen. Ik ben er niet zeker van, maar ik hoop het.”
Een uitspraak die perfect samenvat hoe broos de constructie is. De Wever bracht de afgelopen weken vooral technici en bilaterale gesprekspartners bijeen, maar van echte politieke onderhandelingen kwam nauwelijks iets in huis. Donderdag, tijdens een zeldzame gezamenlijke vergadering, duurde de ontmoeting amper twee uur — net lang genoeg om te bevestigen dat de sfeer niet “opperbest” was, zoals een ingewijde het diplomatiek uitdrukte.
Een regering vol tegenpolen
De breuklijnen lopen intussen als kloven door de coalitie. Vooruit, CD&V en Les Engagés vinden dat De Wevers begroting te hard knijpt bij wie het al moeilijk heeft. Zij eisen een zwaardere bijdrage van de sterkste schouders — via een hogere of ruimere effectentaks. Aan de andere kant van de tafel staat de MR, die net vindt dat de plannen nu al veel te ver gaan.
En zo krijgen we een klassieke Belgische spreidstand: de ene wil meer, de ander minder, en de premier probeert tegelijk te buigen en te breken. De voorstellen over indexsprongen, hogere btw en minder geld voor gezondheidszorg worden voortdurend uit de teksten gehaald en er weer in gefietst, afhankelijk van wie er op dat moment in de kamer zit.
Binnen de MR is de ergernis intussen tastbaar. Niet alleen over linkse voorstellen, maar ook over het feit dat De Wever blijft morrelen aan de index. “We gaan toch niet de lonen verhogen en tegelijk de winkelkar duurder maken?”, klinkt het daar. Les Engagés gooide dan weer olie op het vuur door voor te stellen dat werkgevers zes maanden loon zouden moeten doorbetalen bij langdurige ziekte — een provocatie, toegegeven, maar volgens hen een reactie op “de vele provocaties van de MR”.
Het land als laboratorium
De Wever schuift ondertussen met concepten, formules en tabellen alsof hij het land herleid heeft tot een economisch experiment. Sleutelen aan het indexmechanisme hier, wat btw-knipwerk daar, en hopen dat de machine blijft draaien. Maar het fundamentele probleem blijft: niemand in Arizona gelooft nog dat deze regering in staat is om tegelijk te besparen, te hervormen én overeind te blijven.
In de Kamer deed De Wever donderdag nog een laatste oproep tot rede. “Er is geen alternatief”, zei hij. Maar de woorden klonken hol. Want als de afgelopen weken iets hebben bewezen, dan is het dat dit land niet zozeer geen alternatief hééft, maar dat het alternatief steeds opnieuw wordt getorpedeerd door de realiteit van compromissen, blokkeringen en partijpolitieke driften.
“Het wordt een zootje, dat zie je zo”
De Franstalige partijen zeggen het intussen luidop: “Dit wordt een zootje.” En daar valt moeilijk iets tegen in te brengen. Op één week tijd wil De Wever nog een pensioendossier, een meerwaardebelasting én een meerjarenbegroting door de machine jagen — drie werven die elk op zich al weken van onderhandelingen vragen.
Wat dinsdag op tafel zal liggen, wordt dus niet de definitieve begroting van een daadkrachtige regering, maar een politieke lijkschouwing van wat ooit een ambitieus project was. En als dat klopt, dan is de conclusie onvermijdelijk: we staan opnieuw op de rand van een regeringscrisis.
En misschien is dat niet eens zo verbazend. Want in een land waar elke hervorming een veldslag wordt en elke euro symbool staat voor ideologie, is de vraag niet of het fout loopt, maar wanneer.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)