Waar een wil is, is een achterpoortje.
België telt vandaag 12.910 gedetineerden, bijna 2.000 meer dan de officiële capaciteit. De overbevolking is nijpend. De federale regering heeft een commissie aangesteld die pas in 2028 met structurele voorstellen komt. Nog dire jaartjes op de grond slapen dus. Met een kusje van minister Annlies Verlinden (cd&v) moet dat zeker lukken. Intussen valt op dat een derde van de gevangenen – zo’n 3.500 mensen – geen geldige verblijfsvergunning heeft. Op papier lijkt dat een eenvoudige oplossing: stuur ze terug naar hun land van herkomst. Toch? In de praktijk blijkt dat heel wat complexer.
Voorarrest en vluchtgevaar
Een groot aantal van de gedetineerden zonder papieren zit nog in voorhechtenis. Zij wachten op hun proces en kunnen pas na een uitspraak worden uitgewezen. Ieder mens is onschuldig tot een rechter zijn/haar schuld bewezen acht. Diezelfde rechters schatten bij deze groep het risico op vluchten bijzonder hoog in, waardoor voorlopige vrijlating geen optie is. Een onmiddellijke terugkeer is dus niet mogelijk zolang het gerechtelijk onderzoek loopt.
Voorlopige invrijheidstelling en uitzetting
Na een veroordeling gelden dezelfde regels als voor Belgische gevangenen. Ook mensen zonder papieren moeten minstens een derde van hun straf uitzitten voor ze in aanmerking komen voor voorlopige invrijheidsstelling. Pas dan kan de strafuitvoeringsrechtbank voorwaarden opleggen, zoals verplichte terugkeer naar het land van herkomst. Daarbij spelen twee factoren een rol: de kans op recidive en de afhandeling van eventuele schadevergoedingen aan slachtoffers.
In theorie kan de Dienst Vreemdelingenzaken een repatriëring afdwingen, maar dat kan pas zes maanden voor het einde van de straf. Wie zijn terugkeer wil ontlopen, heeft dus alle belang bij het uitzitten van de volledige straf in België. Er is dus heel veel ‘misschien’, ‘eventueel’, ‘kansen’ en ‘regels’, die ontastbaar lijken.
Juridische en diplomatieke hindernissen
Zelfs wanneer een uitzetting wordt bevolen, loopt de praktijk vaak vast. Sommige gevangenen verbergen hun nationaliteit, waardoor identificatie bemoeilijkt wordt. Daarnaast weigeren bepaalde landen – zoals Algerije in het verleden – om eigen onderdanen terug te nemen wanneer die veroordeeld zijn voor misdrijven in het buitenland.
Straf uitzitten in het buitenland
De Belgische wet voorziet de mogelijkheid dat buitenlandse gedetineerden hun straf in het herkomstland verder uitzitten. Dat gebeurt echter zelden, voornamelijk door de zware administratieve procedures. Vorig jaar ging het om 90 gevallen, dit jaar om 12. In meer dan 95 procent van de gevallen gaat het om overdrachten naar andere EU-lidstaten, waar de samenwerking beter geregeld is.
Publieke opinie als rem
Een bijkomende factor is maatschappelijk draagvlak. De wetgever wil vermijden dat veroordeelden sneller of gemakkelijker zouden vrijkomen in hun eigen land. Daarom geldt de regel dat ook sans-papiers minstens een derde van hun straf in België moeten uitzitten. Een snelle terugkeer naar het thuisland zonder effectieve strafuitvoering zou politiek en maatschappelijk moeilijk te verdedigen zijn. Zouden ze dat zelf geloven?
(Foto: PD)