Wat als Israƫl straks wint?
Het Eurovisiesongfestival is al jaren een merkwaardig ritueel. Europa zet zich collectief in de zetel, schenkt een glas goedkope prosecco uit en kijkt hoe drie uur lang schaars geklede artiesten in cabardouche-stijl over een podium kronkelen. De muziek? Vaak van hetzelfde niveau als de soundtrack van een luchthavenparking.
Het recept is bekend: veel geschreeuw, weinig melodie, een halve kledingkast minder en een podium vol vuurwerk, ledschermen en dansers die eruitzien alsof ze net uit een post-apocalyptische fitness komen. Wie na afloop nog ƩƩn refrein kan neuriƫn, verdient een medaille.
Maar genoeg over de muziek. Laten we het over politiek hebben. Want dat is al lang het echte spektakel.
Israƫl stal de show
Tijdens de halve finale stak - vonden wij - Israƫl met kop en schouders boven de rest uit. In een deelnemersveld vol hysterische beats en artistieke overacting klonk het als een zeldzaam moment van rust en klasse.
En dan begint de nervositeit. Want de vraag die als een olifant in een glitterpak door de zaal loopt, is eenvoudig: wat als Israƫl wint?
āUnited by Musicā, behalve als IsraĆ«l wint
Het officiĆ«le motto van Eurovision luidt al jaren āUnited by Musicā. Vrij vertaald: verenigd door muziek, tenzij de uitslag politiek oncomfortabel wordt.
Sinds de oorlog in Gaza ligt de deelname van Israƫl bijzonder gevoelig. Vorig jaar waren er protesten in Bazel, en ook dit jaar was de kritiek niet van de lucht. Verschillende omroepen eisten meer transparantie over de televoting, nadat Israƫl bijzonder sterk scoorde bij het publiek.
Dat zorgde voor een pijnlijke vaststelling.
Wanneer een land wint dat iedereen sympathiek vindt, heet het democratie. Wanneer IsraĆ«l goed scoort, heet het plots een āprobleemā. En als IsraĆ«l echt wint Stel je het scenario voor: IsraĆ«l wint het Songfestival. Betekent dat dan dat volgend jaar duizenden Europese fans met glitterhoeden, regenboogvlaggen en pluimen richting Tel Aviv of Jeruzalem trekken om er samen ādouze pointsā te roepen?
Dat is geen absurde vraag.
Want net dat vooruitzicht zou voor sommige landen en omroepen een brug te ver kunnen zijn.
De Europese omroepunie, de European Broadcasting Union, houdt vol dat Eurovision apolitiek is. Dat is ongeveer even geloofwaardig als beweren dat een Brusselse regeringsvorming niets met politiek te maken heeft.
Eurovision is altijd politiek geweest. De burenstemmen, de diplomatieke allianties, de symboliek in liedjes en de discussies over wie wel en niet mag deelnemen: het hoort er allemaal bij.
Het festival balanceert op een slappe koord
Het grote probleem is dat Eurovision zichzelf heeft vastgereden. Toen Rusland in 2022 werd uitgesloten na de invasie van Oekraïne, was de boodschap helder: sommige politieke daden zijn onverenigbaar met deelname. Maar wanneer Israël, ondanks felle internationale kritiek, gewoon mag deelnemen, krijgt de EBU het verwijt met twee maten en twee gewichten te werken.
En dat verwijt begint te wegen.
Dit jaar gingen verschillende landen over tot boycots of besloten ze het festival niet uit te zenden. Dat toont hoe broos het concept geworden is.
Van zangwedstrijd naar ideologisch slagveld
Ooit was Eurovision een onschuldige liedjeswedstrijd met slechte kapsels en nog slechtere danspasjes. Vandaag is het een cultureel slagveld waarop alles samenkomt: identiteit, activisme, internationale conflicten en de vraag of entertainment nog los kan staan van de wereldpolitiek.
De muziek is daarbij bijna bijzaak geworden.
En misschien is dat nog de grootste ironie.
Want terwijl het publiek zich ergert aan de zoveelste act die klinkt als een kruising tussen een sirene en een paniekaanval, speelt zich op de achtergrond een veel belangrijker drama af.
Het einde van Eurovision?
Zal Israƫl ooit het Songfestival winnen? Absoluut mogelijk.
Zou dat organisatorisch en politiek een nachtmerrie worden? Zonder twijfel.
En zou dat zelfs het voortbestaan van het festival in zijn huidige vorm kunnen bedreigen? Dat is allerminst uitgesloten.
Eurovision heeft oorlogen, boycots en schandalen overleefd. Maar wanneer een zangwedstrijd meer discussie oproept over geopolitiek dan over muziek, wordt het moeilijk vol te houden dat het nog gewoon entertainment is. Misschien is dat de echte conclusie.
Het Songfestival is niet langer een liedjeswedstrijd.
Het is een politieke lakmoesproef met glitter, rookmachines en een belachelijk hoog aantal windmachines. En als Israƫl wint, zou dat wel eens de ultieme test kunnen worden.
Niet voor de muziek.
Maar voor Europa zelf.
(Foto: YouTube)