Wat verandert er – en waarom het debat blijft woeden.
De federale regering voert een versoepeling door in de wet op de openingsuren van winkels. Voortaan mogen kleinhandels, van kledingwinkels tot supermarkten, dagelijks openblijven tot 21 uur. De verplichte wekelijkse sluitingsdag verdwijnt eveneens. Daarmee krijgt de retailsector iets meer bewegingsruimte, al blijft de hervorming ver onder de verwachtingen van voorstanders én tegenstanders. De kern van het debat? Een botsing tussen consumentengedrag, marktdruk en sociale bescherming in een economie waar flexibiliteit steeds vaker het uitgangspunt wordt.
Einde van de verplichte rustdag
Tot nog toe waren de openingsuren voor kleinhandels wettelijk beperkt. Ze mochten dagelijks open zijn tussen 5 en 20 uur, met één uitzondering op vrijdag: dan gold een latere sluiting om 21 uur. Daarnaast moesten ze wekelijks één verplichte sluitingsdag inlassen. Die regels golden voor de meeste winkels: supermarkten, elektrozaken, kledingwinkels, enzovoort.
Met de aangekondigde hervorming verdwijnen beide beperkingen. De sluitingsdag wordt afgeschaft, en elke dag van de week mag een handelaar openblijven tot 21 uur. Wie eerder wil sluiten, kan dat uiteraard nog altijd. De versoepeling wordt vrijdag naar verwachting definitief goedgekeurd op de ministerraad.
Krantenwinkels – die al sinds jaar en dag uitzonderingen genieten – behouden hun aparte status en mogen, net als voorheen, ook buiten deze nieuwe uurregeling blijven opereren.
Van ambitie tot compromis
De hervorming komt er op initiatief van bevoegd minister Eléonore Simonet (MR). Zij wil de wetgeving laten aansluiten bij het hedendaagse consumentengedrag. Klanten verwachten meer flexibiliteit, luidt het, en digitale concurrenten bieden die al lang. Traditionele winkels moeten dus mee, of ze riskeren het afhaakscenario waarin fysieke detailhandel terrein blijft verliezen aan e-commerceplatformen.
Oorspronkelijk lag er een ambitieuzer voorstel op tafel: winkels zouden mogen openblijven tot 22 uur. Maar dat plan sneuvelde in het overleg met de andere coalitiepartners. Met name CD&V en Vooruit stapten op de rem, uit bezorgdheid voor de kleine zelfstandige. Die zou zich onder druk gezet voelen om ook ’s avonds de deuren open te houden, simpelweg om te kunnen concurreren met grotere ketens of multinationals met bredere personeelscapaciteit.
Wat dus begon als een vrij vergaande liberalisering eindigt in een gematigde hervorming. De politiek noemt het een evenwichtsoefening. Critici zien het als een gemiste kans.
Kritiek van links én rechts
Open VLD - formeel weliswaar geen coalitiepartner meer maar nog altijd invloedrijk in het parlement - reageert fel teleurgesteld. Kamerleden Vincent Van Quickenborne en Steven Coenegrachts noemen de maatregel symbolisch en halfslachtig. “Zelfs versoepelen tot 22 uur lukt niet. Intussen kopen mensen steeds meer online, waar wél geen sluitingsuur geldt. Waarom blijven we handelaars dan nog in een keurslijf duwen dat niet meer van deze tijd is?”
Ook buiten het parlement komt er kritiek. De Hoge Raad voor Zelfstandigen en de KMO – traditioneel een waakhond van het middenveld – is bezorgd om de sociale impact. Wie geen personeel vindt, zal noodgedwongen zelf meer uren draaien, klinkt het. Dat dreigt vooral het sociaal weefsel van kleine ondernemers verder uit te hollen. De Raad benadrukt bovendien dat het probleem niet zozeer ligt bij het sluitingsuur, maar bij de structurele krapte op de arbeidsmarkt in de detailhandel. Studentenarbeid en flexijobs kunnen volgens de regering enig soelaas bieden, maar lossen het personeelstekort niet fundamenteel op.
Beperkt effect in de praktijk?
Volgens de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) is de uitbreiding bovendien grotendeels symbolisch. In de praktijk maken maar weinig winkels vandaag al gebruik van het toegelaten tijdslot tot 20 uur of 21 uur op vrijdag. Winkelstraten zijn vaak al tegen 18 of 19 uur leeg. De meerwaarde van extra openingsuren is dus volgens hen beperkt. Enkel in toeristische badplaatsen of drukke centra kan een later sluitingsuur lokaal voordeel opleveren – en die ruimte is er vandaag al via gemeentereglementen.
Met andere woorden: de hervorming biedt ruimte, maar geen verplichting. Veel handelaars zullen de extra uren mogelijk onbenut laten, tenzij lokale omstandigheden – of competitiedruk – hen ertoe dwingen.
Wat hebben we vandaag geleerd?
De versoepeling van de openingsuren markeert een beperkte maar symbolische stap in de richting van meer economische flexibiliteit. Ze laat ruimte voor wie mee wil in een 24/7-consumptiemodel, maar legt tegelijk de structurele spanningen bloot in de kleinhandel: toenemende concurrentie, personeelsschaarste, druk op het gezinsleven, en de voortdurende dreiging van online giganten.
De keuze van de federale regering blijft steken tussen ambitie en voorzichtigheid. Zolang het debat niet fundamenteel wordt gevoerd – over hoe we willen dat handel functioneert in een moderne samenleving – zullen maatregelen als deze vooral de illusie van vooruitgang geven. Want zonder echte visie op retail, arbeidsvoorwaarden en concurrentie, dreigt flexibiliteit slechts een andere naam te worden voor uitholling van zelfstandige ondernemingen.
Meer vrijheid dus, maar voor wie? Dat is de vraag die blijft nazinderen.
(Foto: Pixabay)