Minister Van Peteghem maakt van de flexijob de zondebok.
De regering ontdekt plots dat flexijobs te populair zijn geworden. Maar wie jarenlang hoge lasten op arbeid stapelde en mensen fiscaal voordelige uitwegen gaf, moet niet verbaasd zijn dat burgers die wegen ook gebruiken. Is de flexijob het probleem? Of is het vooral een symptoom van een systeem dat zichzelf steeds ingewikkelder maakt?
Het politieke alarm klinkt luid. De flexijob zou ontsporen, de sociale zekerheid onder druk zetten en de betaalbaarheid van onze welvaartsstaat bedreigen. Begrotingsminister Vincent Van Peteghem (CD&V) wil de gaten dichten.
Maar wie heeft die gaten eigenlijk gegraven?
De flexijob kwam er niet uit het niets. Het was een antwoord op een arbeidsmarkt waarin gewone arbeid steeds duurder werd, werknemers een groot deel van hun brutoloon zagen verdwijnen en bedrijven moeite hadden om personeel te vinden.
De overheid creëerde een achterpoortje. Veel Belgen zijn er vervolgens doorgewandeld.
De reddingsboei die plots een probleem wordt
Voor duizenden werknemers is de flexijob geen fiscale speeltuin, maar een manier om financieel rond te komen. Een extra inkomen boven op het gewone loon, een aanvulling op het pensioen of een manier om de stijgende kosten van het dagelijks leven op te vangen.
De politiek klaagt nu dat flexijobs te aantrekkelijk zijn geworden. Maar misschien is dat precies het gevolg van een systeem waarin een klassieke job financieel steeds minder aantrekkelijk werd.
Wie mensen jarenlang vertelt dat werken meer moet lonen, maar tegelijk een belastingdruk creëert die tot de hoogste van Europa behoort, hoeft niet verbaasd te zijn wanneer werknemers zoeken naar alternatieven.
Van oplossing naar uitwas
Volgens Van Peteghem zit het probleem in de groei van het systeem. Een flexijob was bedoeld als extra flexibiliteit, niet als een goedkoop alternatief voor gewone arbeid.
De minister wijst erop dat sommige werknemers met een deeltijdse job gecombineerd met een flexijob netto meer kunnen overhouden dan iemand die voltijds werkt. Dat verschil noemt hij moeilijk verdedigbaar.
Zijn boodschap: de uitzonderingen worden de regel en dreigen de financiering van de sociale zekerheid te ondermijnen.
Daar zit een punt. Een systeem waarbij dezelfde arbeid verschillend wordt belast, roept vragen op.
Maar de discussie stopt niet bij de flexijob.
De politiek bouwde zelf het fiscale doolhof
De voorbije jaren ontstond een hele verzameling systemen: flexijobs, managementvennootschappen, gunstregimes en fiscale uitzonderingen.
Telkens was er een reden. Een bepaalde sector moest geholpen worden. Een groep werknemers moest worden gestimuleerd. Een probleem moest snel worden opgelost.
Het resultaat is een fiscaal landschap waarin bijna iedereen op zoek gaat naar de voordeligste route.
De burger doet wat de overheid mogelijk maakt. Alleen blijkt achteraf dat sommige wegen te populair werden.
Niet de flexijob, maar de druk op arbeid is de kernvraag
De discussie over flexijobs raakt een groter probleem: de prijs van arbeid in België.
De regering wil de welvaartsstaat beschermen en zoekt miljardenbesparingen. Dat is een moeilijke opdracht. Maar besparen op systemen die mensen gebruiken om financieel ademruimte te krijgen, zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken, dreigt vooral het gevolg te bestrijden.
Misschien moet de vraag anders worden gesteld.
Niet: “Waarom zijn flexijobs zo populair geworden?”
Maar: “Waarom hebben zoveel mensen ze nodig?”
Een achterpoortje dat miljoenen Belgen gebruiken
De flexijob is geen wondermiddel en ook geen heilige koe. Misbruiken moeten worden aangepakt. Een systeem waarbij uitzonderingen de arbeidsmarkt verstoren, verdient bijsturing.
Maar de flexijob afschilderen als het grote probleem is te gemakkelijk.
Het is vooral een spiegel voor een beleid dat arbeid zwaar belast en vervolgens verbaasd kijkt wanneer mensen een alternatieve uitgang zoeken.
De flexijob is misschien niet de ziekte. Het is het symptoom.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)