De socialisten beloofden een inhaalbeweging in de kinderopvang, maar na maanden regeren blijft daar nauwelijks iets van over. Terwijl ouders wanhopig op zoek zijn naar een crèche, stapelen de excuses zich op en verdwijnen er nog altijd opvangplaatsen.
Wie vandaag zwanger is, weet dat de zoektocht naar een crèche bijna even stressvol is als de zwangerschap zelf. Jarenlang beloofden politici beterschap. Caroline Gennez (Vooruit) maakte van kinderopvang zelfs één van haar paradepaardjes. Dit jaar zouden er liefst 1.000 extra opvangplaatsen bijkomen.
De realiteit? Na het eerste kwartaal stonden er... 91 extra plaatsen op de teller.
Dat is geen inhaalbeweging. Dat is stilstand.
Van grote beloften naar pure schadebeperking
Na de verkiezingen profileerde Vooruit zich opnieuw als dé partij van de zorg. Er zouden miljarden worden geïnvesteerd en ouders zouden eindelijk ademruimte krijgen.
Maar de cijfers vertellen een ander verhaal.
Vlaanderen wil tegen 2029 liefst 10.000 extra opvangplaatsen creëren. Daarvoor krijgt Gennez jaarlijks 200 miljoen euro extra boven op het bestaande budget van 800 miljoen euro.
Toch ging het totale aantal opvangplaatsen de voorbije jaren zelfs achteruit. En de eerste maanden van 2026 leveren amper 91 extra plaatsen op.
Dat maakt de kloof tussen politieke communicatie en de werkelijkheid bijzonder groot.
Nieuwe plaatsen verdwijnen even snel als ze bijkomen
Op papier lijkt Gennez beter te scoren. Haar kabinet spreekt over meer dan 1.100 nieuwe opvangplaatsen in de eerste maanden van het jaar.
Maar dat cijfer vertelt slechts de helft van het verhaal.
Want terwijl nieuwe crèches openen, verdwijnen elders opnieuw plaatsen. Vooral onthaalouders haken massaal af. Netto blijft daardoor nauwelijks iets over.
Voor ouders maakt het weinig uit hoeveel lintjes ministers doorknippen als er onder de streep amper extra opvang beschikbaar is.
De echte crisis heet personeel
De grootste olifant in de kamer blijft onaangeroerd.
De sector vindt nauwelijks nog mensen die het werk willen doen.
Onthaalouders verdwijnen in sneltempo. Waar Vlaanderen er tien jaar geleden nog ruim 31.000 opvangplaatsen telde via onthaalouders, zijn dat er vandaag nog iets meer dan 19.000.
Het beroep is simpelweg onaantrekkelijk geworden: lange werkdagen, hoge werkdruk, beperkte verloning en weinig zekerheid.
Zolang dat fundamentele probleem niet wordt opgelost, zal elke minister achter de feiten blijven aanlopen.
Veel plannen, weinig resultaat
Gennez wijst erop dat ze lonen verhoogde, meer inkomensgerelateerde plaatsen subsidieert en investeert in nieuwe opvangvormen.
Dat klinkt goed. Op een verkiezingsaffice.En alleen daar. Want ouders kopen weinig voor mooie beleidsnota's als ze maandenlang geen opvang vinden.
Ook opvallend: honderden initiatiefnemers wilden nieuwe opvangplaatsen openen, goed voor meer dan 4.000 extra plaatsen. Toch kreeg slechts een fractie van die projecten groen licht voor subsidies.
Terwijl Vlaanderen kreunt onder een opvangtekort, bleven duizenden potentiële plaatsen dus gewoon liggen.
Vooruit moet eindelijk eens leveren
Vooruit bouwde jarenlang haar imago op als de partij die zorg en gezinnen centraal zet.
Net daarom wegen de cijfers vandaag extra zwaar.
Na maanden regeren is de partij vooral bezig met verklaringen waarom doelstellingen niet worden gehaald, in plaats van met resultaten.
Beloften maken is eenvoudig. Extra opvangplaatsen creëren blijkt een stuk moeilijker.
Zolang ouders maanden moeten zoeken naar een crèche en de nettobalans op amper 91 extra plaatsen blijft steken, zullen mooie persberichten weinig indruk maken. De kinderopvang heeft geen nood aan nieuwe slogans, maar aan een minister die haar eigen doelstellingen ook effectief haalt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/PhotoNews)